1.1 Introductie

Vooraf
Voor het einde van de timer, zorg je dat je klaar bent voor de les (dus niet pas als de timer voorbij is....)


Lessonup

  • Gebruik je eigen naam (smiley/emoji mag)
  • Gebruik elke keer dezelfde naam!

timer
1:00
Afspraken
  • De telefoon blijft in de kluis of thuis
  • Je zit volgens de plattegrond
  • We respecteren elkaar en elkaars spullen; we laten elkaar uitspreken en behandelen elkaar met respect.
  • Je komt goed voorbereid naar de les; materiaal goed voor elkaar, ingelezen, huiswerk gemaakt.
  • Eten, drinken of naar het toilet doen we na de les of in de pauze
  • We gebruiken de laptop uitsluitend voor schooldoeleinden
Lessonup:

  • Bij het einde van de timer start de les.
  • Login met je eigen naam.

1 / 27
next
Slide 1: Slide
gsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Vooraf
Voor het einde van de timer, zorg je dat je klaar bent voor de les (dus niet pas als de timer voorbij is....)


Lessonup

  • Gebruik je eigen naam (smiley/emoji mag)
  • Gebruik elke keer dezelfde naam!

timer
1:00
Afspraken
  • De telefoon blijft in de kluis of thuis
  • Je zit volgens de plattegrond
  • We respecteren elkaar en elkaars spullen; we laten elkaar uitspreken en behandelen elkaar met respect.
  • Je komt goed voorbereid naar de les; materiaal goed voor elkaar, ingelezen, huiswerk gemaakt.
  • Eten, drinken of naar het toilet doen we na de les of in de pauze
  • We gebruiken de laptop uitsluitend voor schooldoeleinden
Lessonup:

  • Bij het einde van de timer start de les.
  • Login met je eigen naam.

Slide 1 - Slide

Is alles wat vroeger is gebeurt geschiedenis?
A
Ja
B
Nee

Slide 2 - Quiz

Verleden en geschiedenis
Alles wat bestaat in het heden is ontstaan in het verleden.

Als je je afvraagt waarom de wereld er vandaag zo uitziet, kun je in in het verleden naar verklaringen zoeken.

Geschiedenis bedoelen we het onderzoeken en de kennis van wat er in het verleden is gebeurt.

Dit kun je pas echt doen vanaf het moment dat er geschreven wordt. Daarom laten de geschiedenis (historie) beginnen vanaf de uitvinding van het schrift, alles daarvoor prehistorie
Is het verleden altijd geschiedenis?

Slide 3 - Slide

Waarom laten we de geschiedenis pas beginnen vanaf de uitvinding van het schrift?
A
Omdat je geschreven informatie kan controleren met bijvoorbeeld andere vondsten
B
Omdat je anders veel te veel moet bestuderen omdat het te ver terug gaat in de tijd
C
Omdat er maar heel weinig spullen worden gevonden van de tijd voordat het schrift er was
D
Omdat mensen vanaf dat moment pas nuttige dingen deden die voor nu nog van toepassing zijn

Slide 4 - Quiz

Spijkerschrift circa 3000 v.chr

Slide 5 - Slide

Wat staat er op dit tablet?
A
Hoe duur een stuk brood is
B
Hoeveel bier de arbeiders voor het werk krijgen
C
Hoeveel belasting er aan de koning betaald moet worden
D
Het laatste nieuws uit de omgeving

Slide 6 - Quiz

Archeologen;
iemand die opgravingen doet en deze bestudeert.

Sporen en bronnen
Historicus;
Probeert verklaringen te zoeken achter de sporen en bronnen.

'Waarom maakten de eerste mensen grottekeningen?'
Leraar en jullie
Ik: De recente ontwikkelingen in de geschiedenis uitleggen.

Jullie:
  1. Kennis van de wereldgeschiedenis
  2. Kritisch leren denken


Slide 7 - Slide

Waarom laten we de geschiedenis pas beginnen vanaf de uitvinding van het schrift?
A
Omdat je geschreven informatie kan controleren met bijvoorbeeld andere vondsten
B
Omdat je anders veel te veel moet bestuderen omdat het te ver terug gaat in de tijd
C
Omdat er maar heel weinig spullen worden gevonden van de tijd voordat het schrift er was
D
Omdat mensen vanaf dat moment pas nuttige dingen deden die voor nu nog van toepassing zijn

Slide 8 - Quiz

Bronnen: Alles waardoor je iets te weten kunt komen over het verleden.

Slide 9 - Slide

Uit welk type bron kan je meer informatie halen?
A
B

Slide 10 - Quiz

Wat kun je aan de hand van deze tekening met zekerheid zeggen over de mensen die 32.000 jaar geleden leefden?

Slide 11 - Open question

Welke van deze twee bronnen is geschreven?
A
B

Slide 12 - Quiz

Dit beeldje is ongeveer 24.000 
jaar oud.

  1. Is dit een geschreven/ongeschreven bron?
  2. Wat kun je zien aan het beeldje?
  3. Waar zouden mensen dit beeldje voor gebruiken?
  4. Is dit een origineel of een namaak?

Slide 13 - Slide

Welke van deze twee beeldjes is de echte?
A
B

Slide 14 - Quiz

Primaie (Directe) bron
Secundaire (Indirecte) bron
Uit de tijd zelf
Uit een latere tijd

Slide 15 - Slide

<<< Primair, ongeschreven
Secundair, geschreven >>>
<<< Secundair, ongeschreven
Primair, geschreven >>>

Slide 16 - Slide

Muurschildering uit het graf van Nakht een belangrijke priester (1400 v.chr)

Slide 17 - Slide

Hoe zou je aan deze afbeelding kunnen zien dat het de graftombe van Nakht is (en dat hij een belangrijke priester was)?
A
De persoon zit rechts op een troon en ziet er belangrijk uit
B
Door de kleding kan je zien dat hij een priester is en Nakht is een verzonnen naam
C
Er staan hiërogliefen op de afbeelding waarin staat dat hij Nakht heet en een priester is
D
De persoon had een boek geschreven die ook in tombe was gevonden

Slide 18 - Quiz

Waarom weten wij meer van de Egyptenaren dan van de mensen die 32.000 jaar geleden leefden?

Slide 19 - Open question

Is alles wat in jullie geschiedenis boek staat waar?
A
Ja
B
Nee

Slide 20 - Quiz

Op de afbeelding zie je het dagboek van Anne Frank. Wat voor type bron is?
A
Ongeschreven, directe bron
B
Geschreven, directe bron
C
Ongeschreven, indirecte bron
D
Geschreven, indirecte bron

Slide 21 - Quiz

Op de afbeelding zie je het dagboek van Anne Frank. Wat voor type bron is?
A
Ongeschreven, directe bron
B
Geschreven, directe bron
C
Ongeschreven, indirecte bron
D
Geschreven, indirecte bron

Slide 22 - Quiz


A
Ongeschreven, directe bron
B
Geschreven, directe bron
C
Ongeschreven, indirecte bron
D
Geschreven, indirecte bron

Slide 23 - Quiz


A
Ongeschreven, directe bron
B
Geschreven, directe bron
C
Ongeschreven, indirecte bron
D
Geschreven, indirecte bron

Slide 24 - Quiz


A
Ongeschreven, directe bron
B
Geschreven, directe bron
C
Ongeschreven, indirecte bron
D
Geschreven, indirecte bron

Slide 25 - Quiz

Vaardigheid 2: Ordenen van tijd

Slide 26 - Slide

Opdrachten
Je gaat een tijdbalk maken van de '10 tijdvakken' (bladzijde 7)
  • Elke tijdvak moet voorzien zijn van de jaartallen, de naam van het tijdvak en het symbool.

  • Op deze tijdbalk ga je 10 gebeurtenissen zetten uit het boek en het internet

  • Achterkant je eigen tijdlijn met  5 gebeurtenissen uit je eigen leven 

Je wordt beoordeeld op:
  1. De inhoud (of alles klopt: jaartallen, tijdvakken, gebeurtenissen) max 3 punten.
  2. De vorm (hoe netjes je hebt gewerkt, gebruik van afbeeldingen, tekeningen, etc) max 2 punten.

Slide 27 - Slide