Observeren

Schooldoelen
Observeren:
- Wat is het?
- Waarom doe je het?
- Verschillende methoden
- Hoe doe je het?
- Oefenen met observeren

1 / 18
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Schooldoelen
Observeren:
- Wat is het?
- Waarom doe je het?
- Verschillende methoden
- Hoe doe je het?
- Oefenen met observeren

Slide 1 - Slide

Aan het eind van de les:
- Weet je hoe je moet observeren.
- Weet je waarom je moet observeren.
- Weet je welke observatiemethodes er zijn.
- Heb je geoefend met observeren door het kijken van een filmpje en het opschrijven van het gedrag en een buiten observatie.
- Weet je wat objectief observeren is.

Slide 2 - Slide

Waarnemen of observeren?
Waarnemen = onbewust         Observeren= bewust
Waarnemen= zonder doel            Observeren= doelgericht
                                                                Observeren=systematisch
                                                             Observeren= objectief (zonder oordeel)



Slide 3 - Slide

Wat is observeren?

- Vorm van waarnemen
- Kijken naar gedrag van een kind
- Observeren doe je objectief (zonder oordeel)
- Je trekt nog geen conclusies

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Waarom moet je kinderen observeren?
Wat denk jij?


Slide 6 - Slide

Waarom observeren?
- Ontwikkeling van een kind volgen
- Zowel in het onderwijs als in de kinderopvang
- Je leert een kind nog beter kennen
- Weten waarom een kind zich op een bepaalde manier gedraagt.
- Informatie verzamelen om een kind goed te kunnen begeleiden



Slide 7 - Slide

Soorten observatie
Open observatie : doel en situatie bekend, al het gedrag opschrijven wat je ziet.

Gesloten observatie : bekend welk gedrag  je gaat observeren bijvoorbeeld dmv turflijst



Slide 8 - Slide

Observatiemethoden 
participerende observatie: zelf onderdeel van observatie
niet-participerende observatie: je bent toeschouwer

ongestructureerde observatie: geen regels over observatie en manier van opschrijven, geen plan of schema's .
gestructureerde observatie: vooraf opgestelde regels, schema's, lijsten, manier van opschrijven bekend.

Slide 9 - Slide

Hoe observeer je?
1. Wat is de reden van de observatie?
- Kind beter leren kennen/begrijpen
- Probleem onderzoeken
- Goed beeld krijgen van een situatie
2. Gegevens van een kind 
3. Doel: Met welk doel wil je observeren? Eén doel of vraag per observatie.

Slide 10 - Slide

Hoe observeer je?
4. Hoe ga je observeren: Welke methode? Welke middelen heb je nodig?
5. Observatiesituaties: situatie, tijd, plaats, datum
6. Resultaten: Met wie bespreek je de resultaten? Op welke manier? Wat ga je met de resultaten doen?


Slide 11 - Slide

Wat kan jou als observator beinvloeden?
  • eigen mening
  • emotionele betrokkenheid
  • Halo-effect (als je een lln. sympathiek vindt, kan dit invloed hebben)
  • Horn- effect (tegenovergesteld van Halo-effect)
  • vooroordeel
  • ervaring
 
  • projectie (je ziet eigenschappen van jezelf in een lln.)
  • eigen referentiekader
  • stemming
  • selectieve waarneming (je ziet wat je wil zien)
  • stereotypering
  • Hawthorne effect (als een kind weet dat het wordt geobserveerd , kan dat van invloed zijn op het gedrag)

Slide 12 - Slide

Opdracht
Bekijk het filmpje.
Observeer het gedrag van de jongen met de bril en het streepjes shirt. Doe dit dmv een open ongestructureerde observatie. Beschrijf het gedrag objectief.
Doel van de observatie: Hoe gedraagt de jongen zich in de huishoek?

Na afloop:
Wat is je conclusie als je kijkt naar het observatiedoel? Noteer dit. 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Opdracht:
Bekijk het filmpje.
Observeer de leidster dmv een gesloten, gestructureerde observatie.
Observatievraag: Op welke manier reageert de leidster verbaal en non-verbaal? Schrijf dit objectief op.

Wat heb je opgeschreven?

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Een buiten observatie
Je gaat straks naar buiten om te observeren.
Bedenk een observatiedoel en schrijf dit op. Bedenk met welke methode je gaat observeren.
Ga naar buiten en zoek een plek waar je gaat zitten om te observeren. 
Dit mag in tweetallen.
Je observeert 10 minuten. (zet een timer)
Kijk daarna naar je doel en schrijf je conclusie op.

Slide 17 - Slide

Wat neem je van deze les mee naar stage?


Slide 18 - Slide