4.1 monniken verspreiden het geloof

Leerdoel
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen op welke manier mensen in de Middeleeuwen gebeurtenissen en verschijnselen om hen heen probeerden te verklaren.
1 / 35
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Leerdoel
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen op welke manier mensen in de Middeleeuwen gebeurtenissen en verschijnselen om hen heen probeerden te verklaren.

Slide 1 - Slide


De Middeleeuwen

4.1 Monniken verspreiden het geloof

Slide 2 - Slide

Tijd van Grieken en Romeinen
(500 v. Chr. - 500 n. Chr.)
Tijd van Monniken en Ridders
(500-1000)
(Vroege Middeleeuwen)
Tijd van Steden en Staten
(1000-1500)
(Late Middeleeuwen)
1492: Columbus 'ontdekt' Amerika
(Einde van de Middeleeuwen)
⚓️
476: Val van het West-Romeinse Rijk
(Begin van de Middeleeuwen)
🔥
Tijd van Ontdekkers en Hervormers
(1500-1600)
Tijd van Regenten en Vorsten
(1600-1700)
Tijd van Pruiken en Revoluties
(1700-1800)

Slide 3 - Slide

De hulp van God
  • Het leven van de mensen in de vroege Middeleeuwen was zwaar. Veel van de dingen om hen heen begrepen ze niet.

  • Bij ziektes, natuurrampen of hongersnoden vroegen ze God om hulp. De mensen van de kerk, de geestelijken, hielpen hen hierbij.
De mensen gaven in de vroege middeleeuwen veel geld aan de kerk, dat was belangrijk omdat ze daarmee god dienden. Met de geld maakten de kerken prachtige dingen, zoals glasinlood ramen

Slide 4 - Slide


Paleizen...

Tussen 1309 en 1377 woonden de pausen niet in Rome, maar in de Franse stad Avignon. Dit was in die tijd hun paleis, het Palais des Papes.


  • De Paus, de leider van de kerk, had in de Middeleeuwen enorm veel macht, soms zelfs meer dan een koning of keizer.

  • De Paus en andere hoge geestelijken, zoals bisschoppen, hadden veel grond en woonden in enorme paleizen, vol luxe.

Slide 5 - Slide

Kloosters
  • Geestelijken, zoals priesters, monniken en nonnen, woonden en leefden vaak in een klooster

  • Monniken en nonnen waren zelf niet rijk, de kloosters soms wél: zij hadden veel grond en kregen belastinggeld (als gift aan de kerk).

De kloosters en kerken waren in de vroege middeleeuwen de enige gebouwen die altijd van steen werden gemaakt. Het geloof was heel belangrijk en de gebouwen voor god moesten natuurlijk wel stevig zijn!

Slide 6 - Slide


...en kloosters



  • Lage geestelijken, zoals priesters, monniken en nonnen, woonden en leefden vaak veel eenvoudiger.

  • Monniken en nonnen waren zelf niet rijk, de kloosters soms wél: zij hadden veel grond en kregen pacht van de boeren op hun land.

Slide 7 - Slide


Leven in een klooster

Zou jij kunnen leven in een klooster?
2.30: opstaan
2.30 - 3.00: studie en meditatie
3.00 - 5.00: kerkdienst /bidden
5:00 - 6:00: studie en meditatie
6:00 - 7:30: kerkdienst /bidden
7:30 - 8:00: werken
8:00 - 9:30: kerkdienst /bidden
9.30 - 12.00: werken
12.00 - 13.30: kerkdienst /bidden
13.30 - 14.00: avondeten
14:00 - 16:15: werken
16:15 - 17:30: kerkdienst /bidden
17:30 - 18:00: studie en meditatie
18:00 - 18:30: kerkdienst /bidden
19:00: slapen


  • In een klooster werd veel gebeden door de monniken en nonnen, maar ze werkten ook hard, bijvoorbeeld op het land.
  • Daarnaast verzorgden zij de zieken en hielpen mensen bij hun geloof in God.




Slide 8 - Slide

0

Slide 9 - Video

In de kloosters zag je veel kunst, monikken maakten dat zelf. Deze kunst moest ervoor zorgen dat iedereen zag hoe groot en goed God was. Hier zie je een gouden kruis en links staat een prachtig beeld.
Naast kunt deden de monikken en nonnen ook aan wetenschap. Zij onderzochten de wereld en het klooster was voor kinderen de enige plek waar zij les konden krijgen, een soort school dus.
In de middeleeuwen konden maar weinig mensen lezen en schrijven. Gelukkig konden de monikken en nonnen dat wel! In de kantlijn maakten zij vaak mooi en grappige tekeningen over het dagelijksleven. 

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Zou jij kunnen leven in een klooster?
Waarom wel/niet?

Slide 12 - Open question

Een vrouwelijke monnik wordt een non genoemd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

Welk kenmerk van het kloosterleven herken je op de afbeelding?

Slide 14 - Open question

In het noorden van wat nu Nederland is woonden de Friezen, een volk dat net als de Grieken en Romeinen in veel goden geloofden.
In Europa woonde een groot en sterk volk, de Franken, zij waren christelijk en wilden ook dat andere volken christelijk zouden worden.
In Engeland was bijna iedereen christelijk. Er waren twee monniken die vanuit Engeland naar niet-christelijke volken (zoals de Friezen) gingen om hun te bekeren tot het christendom. De bekendste zijn Willibrord en zijn opvolger Bonifatius.

Slide 15 - Slide

Missionaris
Monniken die door het land reisden met het doel heidenen te bekeren tot het christendom.
Antwoord
Een missionaris is iemand die anderen tot het Christendom wil bekeren. De Rooms-katholieken noemen hem een missionaris.
In het Christendom noemen we hem een zendeling. 

Slide 16 - Slide

Willibrord was een Engelse missionaris die probeerden de Friezen tot het Christendom te bekeren. De Friezen zaten daar niet op te wachten.
Bonifatius was ook een Engelse missionaris die probeerde de Friezen te bekeren. Dit lukte niet: in 754 werd hij door Friezen in Dokkum vermoord.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Wie ben ik?
A
Willibrord
B
Bonifatius

Slide 22 - Quiz

Welke twee legendes zijn er over Bonifatius?
A
Hij hakte de heilige eik van de Friezen om en doopte bijna koning Radbout
B
Hij deed het beter dan Willibrord in Friesland en doopte bijna koning Radbout
C
Hij hakte de heilige eik van de Friezen om en werd aartsbisschop van Utrecht.
D
Hij hakte de heilige eik van de Friezen om en hij vermoorde iedereen die geen christen wilde worden.

Slide 23 - Quiz


Slide 24 - Slide

1e stand
2e stand
3e stand
Geestelijke
Adel
Boeren en burgers
Andere standen beschermen
Contact met God
Werken

Slide 25 - Drag question

De geestelijken
De edelen
De boeren

Slide 26 - Drag question

Eerste stand

Tweede stand
Derde stand
Geestelijken

Adel
Boeren

Slide 27 - Drag question

Wat is de beste omschrijving van het begrip ‘geestelijken’?
Kies het juiste antwoord.
A
mensen die in God geloven
B
mensen die iedere week naar de kerk gaan
C
mensen die in dienst zijn van de kerk
D
mensen die voor andere mensen bidden

Slide 28 - Quiz

Het verzorgen en genezen van zieken was één van de taken van monniken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 29 - Quiz

Monniken zijn geen geestelijken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz

Willibrord en Bonifatius waren...
A
Monniken die in Engeland het christendom verspreidden.
B
Monniken die de Franken bekeerden tot het christendom.
C
De belangrijkste goden van de Friezen.
D
Het volk van de Friezen wilden bekeren tot het christendom.

Slide 31 - Quiz

Maak de goede combinaties
Vertelde hoe je in de hemel kon komen.
Vermoord bij Dokkum.

Huis voor nonnen of paters.

Vereerder van stenen, heilige bomen en bronnen.

Hoogste leider van de kerk.
Paus
Bonifatius
kloosters
Heiden
Geestelijken

Slide 32 - Drag question

Wat is de beste omschrijving van het begrip ‘geestelijken’?
Kies het juiste antwoord.
A
mensen die in God geloven
B
mensen die iedere week naar de kerk gaan
C
mensen die in dienst zijn van de kerk
D
mensen die voor andere mensen bidden

Slide 33 - Quiz

Welke groep zie je hier afgebeeld?
A
Adel
B
Boeren
C
Geestelijken

Slide 34 - Quiz

Voor nu
Maak van H4.1 de opdrachten 1 - 2 - 3a - 4 - 5 - 7 - 8
Zijn de opdrachten niet af? Dan is het huiswerk voor de volgende les.
De laatste 5 min van de les bespreken we het lesdoel van deze paragraaf

Slide 35 - Slide