This lesson contains 15 slides, with text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 45 min
Report this lesson
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Was machen wir denn in Woche 13?
Dienstag
- Ihr übt die Wörter mit einem kleinen Spiel<div><div>- Wir machen zusammen Strategietraining Lesen</div><div>- Wir sehen uns Kapitel 4 an: was ist das Thema, was müsst ihr alles wissen?</div></div><div>- Wie steht es mit dem PO?</div>
Ziel
jullie kennen de woorden van Wörterliste 2 Kap. 3. Jullie weten hoe je hoofd- en bijzaken in een tekst kunt herkennen.
Slide 2 - Slide
Wörterliste 2 Kapitel 3 üben
Kärtchen beantworten und tauschen:
1. schrijf een Duits woord van blz. 153 op het kaartje
2. Schrijf de Nederlandse vertaling op de andere kant
3. Loop rond en laat aan de 1e persoon die je tegenkomt je kaartje zien en laat hem/haar de vertaling noemen
4. doe hetzelfde met het kaartje van de ander
5. wissel van kaartje
6. herhaal vanaf stap 3
Slide 3 - Slide
Lesen und Strategie üben
Was? Strategietraining Lesen Seite 154
Wie? Wir fangen zusammen an, danach selbständig weiter
Wie lange? 25-30 Minuten
Slide 4 - Slide
Kapitel 4
Was ist das Thema des Kapitels?
Welche Grammatik können wir erwarten?
Welche Wörter braucht ihr NICHT zu lernen?
Slide 5 - Slide
PO Landeskunde Präsentation
Wann? in Woche 14, 15 und 16
Wie? zu Zweit
Wie lange? 3-5 Minuten
Sprache? Deutsch
Weging? 1x
Pass auf: in eurer Präsentation soll eine Lüge versteckt sein
Hoe zijn de vorderingen met de PO?
Tip: Gebruik zinnen die je zelf snapt-> eenvoudig taalgebruik
Slide 6 - Slide
Was machen wir denn in Woche 13?
Mittwoch
- An die Arbeit mit Kapitel 4 (Liedtext lesen, bijv. nw wird erklärt)<div><div><i>- Tschick</i> lesen<div><br></div></div></div>
Ziel
jullie weten <div>- hoe je de juiste uitgang van het bijv. nw. kunt vinden</div><div>- jullie kunnen hoofd- en bijzaken in teksten onderscheiden</div>
Slide 7 - Slide
Lies den Liedtext Lass uns reden von Einshoch 6 durch, und beantworte danach die Fragen von Auftrag 1 auf Niederländisch. (Seite 160-161)
Danach hören wir uns das Lied an.
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Video
Das Adjektiv = het bijvoeglijk nw
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Wat valt je aan het bijv. nw. in de zinnen hieronder op?
- Zij woont in een groot huis
- Bedoel je in dat grote huis op de hoek?
Slide 10 - Slide
dies- = dit/deze jen-= die/dat jed-= elk
manch-= sommige welch-= welke all-= alle
Slide 11 - Slide
An die Arbeit!
Was? Auftrag 10 , Seite 166-167
Wie? gemeinsam
Stap 1: wat is het geslacht?
Stap 2: ontleden (omdat in opdr. 10 en 11 geen voorzetsels staan)
Stap 3: gaat het om een woord uit de der- of ein- Gruppe?