1.4 Steden en staten

1 / 44
next
Slide 1: Slide
gesMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

1.4 Steden en staten
A. Waardoor ontstonden er in Mesopotamië steden?
B. Waardoor ontstond er in Egypte een georganiseerde staat?

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen: farao, staat, ambtenaren, irrigatielandbouw, hiërogliefenschrift, sociale verschillen, ambachtslieden, slaven. (R)
  2. 1Je kunt uitleggen waarom de eerste steden in de buurt van de rivieren Tigris, Eufraat en Nijl ontstonden (T1)
  3.  Je kan uitleggen op welke manier de Egyptenaren hun akkers bevloeiden. (T1)
  4.  Je kan het verband aantonen tussen irrigatielandbouw en het ontstaan van een ambtenarenapparaat in het Oude Egypte. (I)
  5.  Je kan het verband uitleggen tussen het ontstaan van de handel en het ontstaan van de ambachten in het Oude Egypte. (T2)
  6.  Je kan uitleggen op welke manier de invoering van belasting(en) en het hiërogliefenschrift bijdroegen aan het ontstaan van een georganiseerde staat in Egypte. (T1)
  7.  Je kan uitleggen op welke manier sociale verschillen invloed op het bestuur hadden. (T1)

Slide 3 - Slide

Vruchtbare Halve Maan: langs de Eufraat en de Tigris ontstonden de eerste landbouwdorpen…. Maar waarom op deze plek?

Slide 4 - Open question

De Griekse schrijver Herodotus kwam tijdens één van zijn
vele reizen in Egypte. Hij beschreef het land en zijn bewoners uitgebreid in zijn boeken.
Daarin sprak hij over Egypte als: het geschenk van de Nijl.
Maar wat zou hij daarmee bedoeld hebben?

Slide 5 - Open question

Het belang van de Nijl 
Door het warmere klimaat veranderden grote delen van Afrika in woestijn. Mensen trokken rond 5000 v.Chr. naar de oevers van de Nijl.
  • Zorgde voor vruchtbare grond (slib)
  • Was de enige waterbron
  • Zorgde voor voedsel (vis)


Toezicht op de Nijl was dus van groot belang



Slide 6 - Slide

Beneden-Egypte
Dit gebied ligt laag. Een andere naam voor Boven-Egypte is Neder-Egypte.
Boven-Egypte
Dit gebied ligt hoog. Een andere naam voor Beneden-Egypte is Opper-Egypte.
Zet de pijlen op de juiste plek in de kaart.
Stroomafwaarts, met de stroom mee.
Stroomopwaarts, met de wind mee.

Slide 7 - Drag question

Van de zwarte periode...
...naar de groene periode

Slide 8 - Slide

En van de groene periode...
...naar de gele periode.

Slide 9 - Slide

Zwarte periode
  • september-december

  • Tijd van de overstroming van de Nijl

  • Op het land kan niet worden gewerkt

  • Meehelpen aan de bouw van bijvoorbeeld de piramides en de tempels (belasting betalen)

Slide 10 - Slide

Groene periode
  • januari-april

  • Tijd van het zaaien en bewerken van het land

  • Hierbij wordt gebruik gemaakt van irrigatie

  • Irrigatie betekent dat het water met hulpmiddelen wordt gebruikt om het land te bevloeien

Slide 11 - Slide

Gele periode
  • mei-augustus

  • Tijd van het oogsten (graan)

  • De opbrengst van de oogst wordt bijhgehouden en opgeschreven.

  • Voorraden worden aangelegd

Slide 12 - Slide

Overstromingsperiode
  • september-december

  • Tijd van de overstroming van de Nijl

  • Op het land kan niet worden gewerkt

  • Meehelpen aan de bouw van bijvoorbeeld de piramides en de tempels

Slide 13 - Slide

De Nijl was van levensbelang: als de Nijl niet hoog genoeg kwam, ontstonden hongersnoden...
...maar als hij te hoog kwam, een overstroming!

Slide 14 - Slide

Hoe gingen de oude Egyptenaren daarmee om?
  • De Nijl moet goed in de gaten worden gehouden (nilometer)

  • Er moet verstandig worden omgegaan met de hoeveelheid water: irrigatielandbouw

  • Er worden voorraden aangelegd voor mindere oogstjaren. Alle oogsten worden nauwkeurig bijgehouden

Slide 15 - Slide

Irrigatielandbouw

Slide 16 - Slide

En vooral: samenwerken!
  • Hiervoor heb je een leider nodig

  • Elke stam heeft een leider (dorpshoofd)

  • Die dorpshoofden krijgen ruzie met elkaar

  • Uiteindelijk blijft er één leider over: de farao ('Groot Huis')

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

0

Slide 19 - Video


Hoe heet de vruchtbare grond
die achterblijft door de overstroming van de Nijl?
A
Modder
B
Vruchtbare grond
C
Slib
D
Mest

Slide 20 - Quiz


Welke zin past het best bij
de gebeurtenissen in de afbeelding?

A
De Nijl is overstroomd.
B
Het water van de Nijl is een paar dagen geleden weer gezakt; op het land ligt een laagje vruchtbare modder.
C
Het water van de Nijl is een paar maanden geleden weer gezakt.

Slide 21 - Quiz

Wat is een shadoef?
A
Een waterschep om het water naar de slootjes te brengen.
B
Een emmer om water naar de slootjes te dragen.
C
Een systeem om het water te zuiveren.
D
Het irrigatiesysteem wordt zo genoemd.

Slide 22 - Quiz

Begrippen uit deze les

  • geschenk van de Nijl
  • irrigatielandbouw
  • nilometer
  • farao

Slide 23 - Slide


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 24 - Open question


Stel 1 vraag over iets dat je deze
les nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 25 - Open question

Egypte als staat
Rond 3100 v.Chr. zijn er nog twee grote gebieden over:
  • Beneden-Egypte (noorden)
  • Boven-Egypte (zuiden)
Samenvoeging onder koning Menes (= farao)

Staat = Begrensd gebied dat onder één bestuur valt. 

De farao had nu de leiding in heel Egypte, maar bestuurde hij het land in zijn eentje?
Egypte werd bestuurd door de farao en zijn ambtenaren! = bestuursapparaat


Slide 26 - Slide

Kenmerken bevolkingspiramide:
  • Bepaald door geboorte 
  • Verschillend in aanzien, bezit en macht
  • Veranderen van laag
  • Ongelijkheid 

Slide 27 - Slide

Bestuur
  • De farao is koning, legeraanvoerder én god

  • Meeste taken worden uitgevoerd door:
  1. ambtenaren: bestuur
  2. priesters: godsdienst
  3. officieren: leger

  • Omdat het een groot land is, zijn er geschreven wetten

Slide 28 - Slide

Een goed georganiseerde staat

Slide 29 - Slide

Hiërogliefen
  • Egyptische schrift, dat bestaat uit pictogrammen

  • De naam hiërogliefen is Grieks en betekent: 'heilige groeven'. 

  • De Egyptenaren noemen ze zelf: Medu Netjer ('Goddelijke Woorden')

  • Hiërogliefen werden gebeiteld in rots of geschreven op papyrus
Met de Steen van Rosetta kon uiteindelijk, na lang puzzelen, het hiërogliefenschrift worden ontcijferd.

Slide 30 - Slide

Video
Days that shook the World: Deciphering the Rosetta Stone

Slide 31 - Slide

0

Slide 32 - Video

Video
Leven onder de farao's
Deel 3: De Egyptenaren

Slide 33 - Slide

0

Slide 34 - Video

Video
Histoclips: De Oude Egyptenaren

Slide 35 - Slide

0

Slide 36 - Video

Begrippen uit deze les

  • cultuur
  • ambachtslieden
  • ambtenaren
  • hiërogliefen
  • papyrus

Slide 37 - Slide

Leg in je eigen woorden uit wat de 'cultuur' betekent

Slide 38 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat de 'ambachtslieden' zijn

Slide 39 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat de 'ambtenaren' zijn

Slide 40 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat de 'hiërogliefen' zijn

Slide 41 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat de 'papyrus' is

Slide 42 - Open question

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 43 - Open question

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 44 - Open question