Cours 3

1: Unité 2
semaine 2

Cours 3



1 / 40
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

1: Unité 2
semaine 2

Cours 3



Slide 1 - Slide

Le programme

1.  Poser des questions
2. Révision: verbe
3. Apprendre le pronom personnel
4. Dehors
5. Faire des exercices


Slide 2 - Slide

Le but de ce cours est:
Ik ken de bezittelijke voornaamwoorden in het Frans:
mijn broer
jouw hond
zijn tante
haar boek 
etc.

Slide 3 - Slide

Posez les questions

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Link


révision verbe:
être
On va chanter la chanson


Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

zijn
être
ik ben
je suis
jij bent
tu es
hij/zij/men is
il/elle/on est
wij zijn
nous sommes
jullie zijn, u bent
vous êtes
zij zijn
ils/elles sont

Slide 8 - Slide

Apprendre 5
Lis apprendre 5 à la page 69 et 70!

Après tu expliques à ton voisin/ta voisine ce que tu as lu.



timer
3:00

Slide 9 - Slide

On va regarder
Learnbeat 
grammaire II- théorie- page 2

Slide 10 - Slide

Enkelvoud
of v (als het volgende woord begint met een klinker of "h")
Enkelvoud
v als het volgende woord met een medeklinker begint
Meervoud

mijn
mon
ma
mes
jouw
ton
ta
tes
zijn/haar
son
sa
ses

Slide 11 - Slide

Va sur

Slide 12 - Slide

jouw
A
mon-ma-mes
B
ton-ta-tes
C
son-sa-ses

Slide 13 - Quiz

zijn
A
mon-ma-mes
B
ton-ta-tes
C
son-sa-ses

Slide 14 - Quiz

haar
A
mon-ma-mes
B
ton-ta-tes
C
son-sa-ses

Slide 15 - Quiz

mijn
A
mon-ma-mes
B
ton-ta-tes
C
son-sa-ses

Slide 16 - Quiz

mijn broer
A
mon frère
B
ma frère
C
mes frère

Slide 17 - Quiz

jouw broer
A
mon frère
B
tes frère
C
ton frère
D
ta frère

Slide 18 - Quiz

zijn oom
A
ton oncle
B
ses oncle
C
sa oncle
D
son oncle

Slide 19 - Quiz

mijn zus
A
mon soeur
B
ma soeur
C
mes soeur

Slide 20 - Quiz

jouw zus
A
ton soeur
B
ta soeur
C
tes soeur

Slide 21 - Quiz

jouw moeder
A
ta mère
B
ton mère
C
tes mère

Slide 22 - Quiz

jouw hond
A
ta chien
B
tes chien
C
ton chien

Slide 23 - Quiz

jouw honden
A
ton chiens
B
ta chiens
C
tes chiens

Slide 24 - Quiz

zijn neef
A
son cousin
B
sa cousin
C
ses cousin

Slide 25 - Quiz

zijn neven
A
son cousins
B
sa cousins
C
ses cousins

Slide 26 - Quiz

haar nicht
A
son cousine
B
sa cousine
C
ses cousine

Slide 27 - Quiz

zijn nicht
A
son cousine
B
sa cousine
C
ses cousines

Slide 28 - Quiz

zijn nichten
A
son cousines
B
sa cousines
C
ses cousines

Slide 29 - Quiz

zijn zus
A
son soeur
B
sa soeur
C
ses soeurs

Slide 30 - Quiz

zijn zussen
A
son soeurs
B
sa soeurs
C
ses soeurs

Slide 31 - Quiz

zijn uitnodiging
(invitation=v)
A
son invitation
B
sa invitation

Slide 32 - Quiz

haar uitnodiging
A
son invitation
B
sa invitation

Slide 33 - Quiz

Vous avez des questions?

Slide 34 - Slide

SO volgende week onder les 2
Je kent de apprendres 1-2-3-4-5.
De woorden leer je van het Nederlands naar het Frans.





Via Learnbeat 2.10 Vocabulaire oefenen:

kies voor unité 2!

Vocabulaire* thématique = appr. 1 *
Vocabulaire Lire = appr. 2
Vocabulaire Écouter = appr. 4Je 

Slide 35 - Slide

Allergieën Amsterdam?
Was iemand ziek deze week en heeft dit misschien nog niet doorgegeven?


Slide 36 - Slide

On va dehors
pour un jeu de mots

Slide 37 - Slide

Dévine le mot

Tu dessines un mot d'apprendre 1 et 2
 et 
ton voisin/ta voisine dévine le mot en français.
timer
3:00

Slide 38 - Slide

Vous allez faire:
Learnbeat - unité 2 - Grammaire II


Fini ? Répète apprendre 1-2-3-4-5

Slide 39 - Slide

Le but de ce cours était:
Ik ken de bezittelijke voornaamwoorden in het Frans:
Vous avez réussi?

Slide 40 - Slide