Starttaal VERVOLG - A - thema 1 - WOORDENSCAHT 1 - les 1

        thema 1 -  identiteit 

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 24 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

        thema 1 -  identiteit 

        thema 1 -  identiteit 

blz 10-11

        thema 1 -  identiteit 

blz 13



woordenschat

        thema 1 -  doel van de les


ik ken de betekenis van de themawoorden over identiteit. 

        de cultuur


De gewoontes van een groep.


In onze cultuur is het belangrijk om respect te hebben voor ouderen.

blz 14 - 15

       je identificeren met


Je bij iets of iemand vinden passen.

Ik identificeer mij met mijn klasgenoten, want we maken dezelfde dingen mee.


       je identificeren met


Hoe je op anderen overkomt.

Die rappers hebben een stoer imago.


       het imago

Hoe je op anderen overkomt.

Die rappers hebben 

een stoer imago.


       de karaktereigenschap

Dit zegt iets over hoe je

denkt, je voelt of

gedraagt.


Een karaktereigenschap van Janna is haar geduld.


        de nationaliteit

Bij welk land je hoort, meestal je geboorteland of

het geboorteland van je ouders.

Je nationaliteit staat in je paspoort.



Mijn nationaliteit is Surinaams.

        de passie

Dat waar je enthousiast van wordt.




Ik ga vijf keer per week kunstschaatsen, omdat ik daar een passie voor heb!

        de principes

Dat wat je belangrijk vindt.



Ik roddel nooit. Dat is tegen mijn principes.

        typerend

Iets wat kenmerkend is voor iets of iemand.


Het is typerend voor Tomas dat hij zo reageert: 

hij wordt snel boos.


        de vooroordelen

Hoe je over iemand denkt voordat je diegene goed kent.

Mijn buurman heeft vooroordelen over vluchtelingen.


        het zelfbeeld

Wat je van jezelf vindt.

Ik was eerst best onzeker, 

maar mijn zelfbeeld wordt steeds beter.

Wat is identiteit?

blz 16

opdracht 1 - De themawoorden bespreken

blz 16-17

opdracht 2 - Themawoorden in een zin

blz 18-19

opdracht 4b - Creatief met themawoorden

blz 22

maken

opdracht 1a, blz 16 & 17


opdracht 2, blz 18 & 19




laten zien aan docent


daarna oefenen in Studiemeter