H3.4 Water: te veel of te weinig

§ 3.4: Water, te veel of te weinig

1 / 15
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

§ 3.4: Water, te veel of te weinig

Slide 1 - Slide

Planning
- Herhaling §3.3
- Uitleg §3.4
- Interactieve video over de waterkringloop
- Video's
- Opdrachten maken

Slide 2 - Slide

Wat is de reden dat er seizoenen zijn op aarde?
A
Doordat de aarde draait om de zon
B
Door de schuine stand van de aarde om de zon
C
Doordat de aarde om zijn eigen as draait

Slide 3 - Quiz

Leg uit waarom een poolnacht op bijv. de zuidpool, een half jaar duurt.

Slide 4 - Open question

De seizoenen in Nederland
Zet de foto's bij het juiste seizoen

Slide 5 - Drag question

Kringloop van water
Waterkingloop = het proces waarbij zeewater na verdamping uit zee via wolken, neerslag, grondwater en rivieren weer terug naar zee stroomt.
Korte waterkringloop
Water verdampt vanaf zee, en condenseert tot een wolk. Daarna regent die wolk direct boven de zee weer uit.
Lange waterkringloop
Water verdampt vanaf zee, en condenseert tot een wolk. Door de wind wordt deze wolk verplaats richting de bergen. Hier regent de wolk uit. Door rivieren en of grondwater komt na lange tijd het water weer terug in de zee.

Slide 6 - Slide

Korte waterkringloop:
Het water verdampt, vormt zich tot een wolk (condenseren). Daarna regent die weer leeg in zee.
Lange waterkringloop:
Het water verdampt, vormt zich tot een wolk (condenseren). Door de wind wordt de wolk verplaatst tot aan deze bergen, hier valt het in de vorm van sneeuw/hagel op de bergen. Door het smelten van de sneeuw, komt het water via de rivieren of grondwater terug bij de zee. (Duurt lang!)

Slide 7 - Slide

Interactieve schoolplaat
Bekijk de interactieve schoolplaat over de waterkringlopen door te klikken op onderstaand woord:

Slide 8 - Slide

Water, waterdamp en ijs
In een waterkringloop heeft water drie vormen, namelijk:
gasvormig (waterdamp), 
vloeibaar (water) en vast (ijs).

Waterdamp is onzichtbaar voor de mens.
In de lucht om ons heen is altijd waterdamp
te vinden.


Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Opdracht
Vul de juiste woorden op de juiste plekken in.
Welke vorm van water moet op welke plek?
Vloeibaar
Vast
Vloeibaar
Gasvormig

Slide 11 - Drag question

Hoe ontstaat neerslag?
De vorming van neerslag komt voor uit het feit dat er ontelbare druppeltjes in de lucht zweven, als deze samenklonteren vormen zij een wolk. Neerslag ontstaat vaak omdat wolken moeten stijgen, hierbij horen drie situaties:
  1. Warme lucht stijgt op. Hoe hoger, hoe kouder. De waterdamp gaat condenseren, waardoor er stijgingsregens ontstaan.
  2. Wanneer de lucht tegen een berg waait, wordt de lucht gedwongen om op te stijgen, koelt af en condenseert. Hierdoor ontstaan: stuwingsregens
  3. Op de breedte waar Nederland ligt, botst warme lucht tegen koude lucht vanuit de polen, door die botsen wordt de warme lucht gedwongen op te stijgen. Met als gevolg dat er rond Nederland vaak frontale regen is.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Stuwingsregens
Bij de loefzijde, valt altijd de neerslag!
Omdat de wind hier genoodzaakt is om op te stijgen.
Bij de lijzijde, is het droog.
Omdat alles voor de berg al in de vorm van regen is gevallen. Na zo'n berg zie je dan ook vaak droge gebieden, zoals een woestijn. Een voorbeeld is de Gobi woestijn in China. Dit komt omdat de lucht gaat dalen, en warmt weer op.

Slide 14 - Slide

Taak week 20 & 21
Maak de volgende opdrachten van H3.4 in je online werkboek:

vraag 2, 3, 6 en 7

EN

Maak in je online WB H4.1 'Wereld: Een wereld van verschillen'
vraag 1 t/m 4




Slide 15 - Slide