Voortplanting 2.1 en 2.2

Voortplanting 2.1 en 2.2

Leerdoel

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMBOStudiejaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Voortplanting 2.1 en 2.2

Leerdoel

Waaruit bestaat sperma

A

zaadcellen

B

zaadcellen en vocht

C

zaadcellen, vocht en voedingsstof

D

vocht en voedingsstof

Welk onderdeel van de vrouw lijkt op de eikel van de man?

A

De clitoris

B

de kleine schaamlippen

C

de clitoris hoed

D

de vagina

Hoe krijgt de man een erectie?

A

Door spieren aan te spannen

B

Door zwellichamen

C

Omdat er een bot in zit

Dit voegt vocht toe aan de zaadcellen

A

Prostaat

B

Bijbal

C

Teelbal

D

Zaadblaasje

Dit onderdeel maakt zaadcellen aan

A

Bijbal

B

Teelbal

C

Zaadblaasje

D

Eikel

Dit vervoert de zaadcellen van de bijbal naar de prostaat

A

Urinebuis

B

Zaadblaasje

C

De zaadleiders

D

Eileider

Bevat voorvocht zaadcellen?

A

Ja

B

Nee

Hoeveel zaadcellen worden er per dag gemaakt?

A

Miljoenen

B

Honderden

C

Duizenden

D

Miljarden

Hoe heten de uitwendige geslachtsorganen van de vrouw?

A

Vagina

B

Schaamlippen

C

Vulva

D

Clitoris

Heeft een vrouw zwellichamen?

A

Ja

B

Nee

Waar liggen de eicellen?

A

Eierstok

B

Trechter

C

Eileider

D

Urineblaas

Waar kan de eicel bevrucht worden?

A

Baarmoeder

B

Eierstok

C

Vagina

D

Eileider

Waar ontwikkelt een bevruchte eicel?

A

Eileider

B

Baarmoeder

C

Vagina

D

Eierstok

Wat voor cel is de kleine met een staart?

A

Sperma cel

B

Eicel

Wat voor cel is de grote?

A

Sperma cel

B

Eicel

Hoeveel chromosomen hebben deze cellen?

A

23

B

46

C

25

D

50

Hoeveel chromosomen hebben deze cellen samen?

A

23

B

46

C

25

D

50