4 Schrijfvaardigheid 2.2 oefenen met het schrijven van een zakelijke brief
De vaardigheid schrijven wordt op twee manieren getoetst.
Tijdens het SE schrijfvaardigheid hebben jullie een zakelijke e-mail gemaakt.
Op het Centraal Examen (CE) moet je vaak een zakelijke e-mail, een zakelijke brief of een artikel schrijven naar aanleiding van een van de leesteksten.
Slide 3 - Slide
3BB introductieles
4 Schrijfvaardigheid 2.2 blz. 84 - verschillen en overeenkomsten
De inhoud van een zakelijke e-mail en een zakelijke brief is vaak hetzelfde.
De aanhef en de afsluiting van een zakelijke e-mail en zakelijke brief is ook het zelfde.
De conventies (dus hoe het eruit ziet) zijn wel verschillend. Kijk maar eens naar de brief bij tekst 6 op blz. 88.
Slide 4 - Slide
3BB introductieles
4 Schrijfvaardigheid 2.2 blz. 84 - het belangrijkste verschil De conventies van een zakelijke brief
De afzender is : degene die de brief heeft geschreven.
Woonplaats en datum: De plaatsnaam waar de afzender woont en de datum van de brief
De geadresseerde is: degene aan wie de brief is geschreven
Onderwerp/betreft: Waar gaat de brief over/wat wil je weten?
In het Centraal Examen (CE) staat altijd een advertentie of reclametekst waarover je een aantal vragen krijgt. Het belangrijkste doel van een advertentie is je te activeren of je ergens toe over te halen. Vaak wordt er ook wel informatie gegeven of willen ze je overtuigen.
Slide 8 - Slide
3BB introductieles
Leesvaardigheid 1.3 Advertentie blz. 39
Een advertentie bestaat uit een korte tekst en een afbeelding, vaak een foto. De afbeelding kan verschillende functies hebben:
de aandacht van de lezer trekken;
een voorbeeld bij de tekst geven;
extra informatie aan de tekst toevoegen.
In advertenties spelen beeld en opmaak een belangrijke rol. Ze worden gebruikt om de aandacht te trekken en worden vaak op een speciale manier in de advertentie geplaatst. Het is belangrijk dat het beeld, de opmaak en het woordgebruik goed aansluiten op het publiek, de mensen voor wie de tekst bedoeld is.
Slide 9 - Slide
3BB introductieles
Leesvaardigheid 1.3 Advertentie blz. 39
Slide 10 - Slide
3BB introductieles
Leesvaardigheid 4 Advertentie 1.3 Aan de slag
Maak opdracht 5 t/m 9 (blz. 41 t/m 43)
Slide 11 - Slide
3BB introductieles
Leesvaardigheid les 3 bedoeling van inleiding en slot
De inleiding van een tekst (eerste alinea)
De schrijver noemt het onderwerp van de tekst en wil de interesse van de lezer wekken (nieuwsgierig maken). Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld:
- een gebeurtenis beschrijven; - een mening over het onderwerp geven; - een vraag over het onderwerp stellen.
Slide 12 - Slide
3BB introductieles
Leesvaardigheid les 3 bedoeling van inleiding en slot
Het slot van een tekst (de laatste alinea)
De schrijver rondt de tekst af. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld:
- de belangrijkste informatie uit de tekst kort samenvatten; - een conclusie trekken; - een aanbeveling doen (advies geven)
Slide 13 - Slide
3BB introductieles
Aan de slag
Klassikaal opdracht 24 (blz. 30) maken
Maak zelfstandig in je werkboek of op je laptop/Ipad: 1.2 Tekstbegrip
Opdracht 25 t/m 34 blz. 31 t/m 36 (dit is in Talent Online de module lezen)
Heb je een vraag steek dan je vinger op, dan kom ik helpen.
In je werkboek vanaf blz. 72 kan je heel veel informatie terugvinden.
Nog niet aangemeld in Max Talent. Ga naar Magister->Leermiddelen-> Talent Online -> Profiel (rechtsboven) -> klascode= 903907 -> Lesstof -> Module lezen
Slide 14 - Slide
3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - het onderwerp
Even herhalen.
Met het onderwerp van een tekst bedoelen we: waar gaat de hele tekst over
Het onderwerp is vaak te vinden in de titel en/of de inleiding.
Slide 15 - Slide
3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - de Hoofdgedachte
Even herhalen.
De hoofdgedachte is de belangrijkste boodschap van een tekst, samengevat in één of twee zinnen. Het is het antwoord op de vraag: "Wat is het belangrijkste dat de schrijver over het onderwerp wil vertellen?". Je vindt de hoofdgedachte vaak in de inleiding of slotparagraaf.
Hoe vind je de hoofdgedachte?
Stel de juiste vragen: Vraag jezelf af: "Wat is het onderwerp van de tekst?" en "Wat wordt er over dat onderwerp gezegd?".
Lees de eerste en laatste alinea: Hierin staat vaak de kern van de boodschap. Soms moet je de informatie uit beide alinea's combineren.
Kijk naar de titel: Soms is (een deel van) de hoofdgedachte al in de titel te vinden.
Formuleer in één zin: Een goede hoofdgedachte is een volledige, duidelijke zin.
Tip: De hoofdgedachte is nooit een vraag.
Slide 16 - Slide
3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - herhalen onderwerp en hoofdgedachte
Het onderwerp van een tekst: waar gaat de tekst over.
De hoofdgedachte van een tekst vind je door antwoord te geven op de vraag: 'Wat is het belangrijkste dat de schrijver over dat onderwerp wil zeggen?'
Je schrijft dit antwoord op in één zin.
Let op: De hoofdgedachte is nooit een vraag!
Slide 17 - Slide
3BB introductieles
4 Leesvaardigheid - herhalen onderwerp en hoofdgedachte (voorbeeld)
Het onderwerp van tekst 1: waar gaat de tekst over. => Kinderboeken voor Afghanistan
De hoofdgedachte van een tekst 1 vind je door antwoord te geven op de vraag: => 'Wat is het belangrijkste dat de schrijver over kinderboeken voor Afghanistan wil zeggen?'
Je schrijft dit antwoord op in één zin. => Van Lezen vergroot de welvaart van een land.
Let op: De hoofdgedachte is nooit een vraag!
Slide 18 - Slide
3BB introductieles
Leesvaardigheid Tekstdoelen - blz 75
Even herhalen
Tekstdoelen
tekstsoort
doel van de schrijver
Informeren
informatieve tekst
- de lezer informatie geven
- de lezer instructie geven
Overtuigen
overtuigende tekst
de lezer overtuigen van zijn mening
Activeren
activerende tekst
de lezer overhalen om iets te doen
Amuseren
amuserende tekst
de lezer vermaken
Slide 19 - Slide
3BB introductieles
Vandaag - SE schrijfvaardigheid bespreken
'4 ogen nagekeken'
Inhoudelijk waren we op zoek naar twee problemen:
- geen doggybag gekregen: oplossing -> geef klanten doggybag - geen klantvriendelijke ober: oplossing -> aanspreken/excuus/korting/training/geld terug/ etc
We zijn hierbij redelijk flexibel geweest.
2 weken of twee weken is allebei goed.
Slide 20 - Slide
3BB introductieles
Vandaag - SE schrijfvaardigheid bespreken
Taalgebruik
Consequent verkeerd gebruik van hoofdletter in het midden van een woord = 1 spellingfout
Consequent gebruik van 'me', der' = 1 formuleringsfout
Punt én hoofdletter vergeten is óf interpunctiefout, óf spellingfout. (We hebben positief gerekend)
klagen over, ontevreden over, tot een oplossing komen, uitlachen om, bezoek aan
het restaurant, deze e-mail
lange zinnen met meerdere signaalwoorden = formuleringsfout