Denkklassen creëren
Build thinking classrooms (BTC)
Peter Liljedahl
https://www.buildingthinkingclassrooms.nl/
Corien Moes, beleidsadviseur taal en rekenen mbo
Denkklassen creëren
Build thinking classrooms (BTC)
Peter Liljedahl
https://www.buildingthinkingclassrooms.nl/
Corien Moes, beleidsadviseur taal en rekenen mbo
Met welke verwachting ben je gekomen?
Waarom
Studenten moeten leren denken en handelen, niet alleen procedures uitvoeren
Hoe
Wat
Een klas waarin studenten actief, zelfstandig en samen wiskundig denken
Door denktaken, samenwerking, zichtbare uitwerking en coachend docentgedrag
De belangrijkste gedachte
Denkopdracht → willekeurige groepen → werken op verticale,
niet-permanente oppervlakken → docent stelt vragen die het denken stimuleren → studenten zichtbaar laten maken hoe ze denken
Het doel is een verschuiving van:
“De docent legt uit → student doet na”
naar:
“Student krijgt een probleem → student denkt → student overlegt → docent ondersteunt het denkproces.”
Voor welk doel zet je BTC in?
Bij binnenkomst de studenten in de “rekenmodus” zetten
Voorkennis activeren
Na een korte instructie zelfstandig aan de slag
Als lesafsluiter
Gebruik je het voor de hele les of voor een gedeelte?
Gebruik je voor een gedeelte van de les, denk dan aan de voorspelbaarheid en maak gebruik van een timer op het bord
Welke vraag wordt gesteld?
Is het voor een cijfer?
Nabijheidsvraag
Stop met nadenkenvraag
Blijf nadenkenvraag
Welke vraag wordt gesteld?
Mag ik naar het toilet?
Nabijheidsvraag
Stop met nadenkenvraag
Blijf nadenkenvraag
Welke vraag wordt gesteld?
Mag ik ook een kommagetal gebruiken?
Nabijheidsvraag
Stop met nadenkenvraag
Blijf nadenkenvraag
Welke vraag wordt gesteld?
Welke formule moet ik gebruiken?
Nabijheidsvraag
Stop met nadenkenvraag
Blijf nadenkenvraag
Welke vraag wordt gesteld?
Waarom hebben de anderen een ander antwoord?
Nabijheidsvraag
Stop met nadenkenvraag
Blijf nadenkenvraag
Vragen stellen aan de docent
Nabijheidsvragen, stellen studenten als je rondloopt tijdens de les (Mag ik naar het toilet? of Komt dit ook op het proefwerk?) Vragen stellen die niks met de opdracht te maken hebben
Stop-met-denken-vragen (Klopt mijn antwoord?) Studenten hopen dat je antwoord geeft, dan hoeven ze niet verder na te denken.
Blijf-denken-vragen (We willen dit ook voor het negatieve getal oplossen, mag dat? of Mogen we ook kommagetallen gebruiken?)
Soms kan het helpend zijn om deze typen vragen met studenten door te nemen, zodat ze zelf kunnen nadenken over de vraag die ze willen stellen.
Aantekeningen maken?
Ja verplicht, als ik deze op het bord zet, schrijven de studenten gelijk met je mee
Ja, maar pas als ik de aantekeningen heb uitgelegd
Nee, niet verplicht
Ik weet niet of studenten aantekeningen maken
Welke aantekeningen zijn nuttig?
Live aantekeningen
Ik-schrijf-jij-schrijft-aantekeningen
De docent legt a.d.h.v. een voorbeeld iets uit, studenten schrijven gelijk mee
Luisteren en schrijven en snappen tegelijkertijd
Aantekeningen maken moet het leren ondersteunen, niet het denken vervangen
Dode aantekeningen
Luisteren en schrijven tegelijkertijd en niet snappen waarom en wat je opschrijft
Studenten maken geen aantekeningen, want
Ze vinden de aantekeningen niet interessant of belangrijk
Ze kunnen deze ook terugvinden in hun werkboek of PowerPointpresentatie
Ze denken dat ze de informatie al snappen of ze onthouden het wel
Stel de volgende vraag aan het eind van de les (of nadat je aantekeningen op het bord hebt gemaakt)
Wat ga je opschrijven zodat je over drie weken nog weet wat je vandaag hebt geleerd?
Laat aan de studenten de keuze of ze een afbeelding maken van de aantekeningen of dat ze hele zinnen opschrijven of zelf een voorbeeld opschrijven. Neem hier ruim de tijd voor, studenten hebben nadenktijd nodig en soms ook overleg met andere studenten.
Over drie weken laat je de studenten een opdracht maken met behulp van de aantekeningen die ze vandaag hebben gemaakt.
Met welke excuses komen jouw studenten voor het niet maken van huiswerk?
Huiswerk, nuttig??? Voor wie??
Niet gemaakt
Geen tijd (i.v.m. sport, gamen, werken)
Vergeten
Geen idee hoe ze de opdrachten moeten aanpakken
Niet doen, “het is toch niet voor een cijfer”
Gesjoemeld (overschrijven)
Hulp gehad (van AI, medestudenten, ouders/verzorgers, of anderen)
Noem het: Check-je-begrip-opgaven
Je geeft de antwoorden gelijk met de opgaven
Liever niet gelijk de hele uitwerking
Vertel de studenten dat het niet uitmaakt of ze alles compleet hebben gemaakt, als ze maar laten zien dat ze iets geprobeerd hebben
Laat ze in groepjes, tijdens de les, hun uitwerkingen bespreken
De opgaven die ze niet snapten leg je nogmaals uit
Hoe maak je een BTC-opdracht?
Vraag Co-pilot om een rekenopgave om te zetten naar een BTC-opdracht
Wat is het doel van de opdracht (toepassen nieuwe kennis, voorkennis activeren)
Geef duidelijk aan voor welk niveau de opdracht is
Hou rekening met de tijd die de studenten aan de opdracht mogen besteden (inleiding van de les of een hele les?
Zorg voor minimaal 1 differentiatieopdracht
Algemene voorbereidingen
Whiteboardvellen 60x80
Legamaster Magic-Chart whiteboard folie 60x80cm | bol
Pakje spelkaarten, om willekeurige groepjes te maken
Whiteboard stiften, het liefst geen rood
Microvezeldoekjes om de vellen schoon te maken
Aan de slag, les verloop
Studenten gaan rond de docent staan, zodat ze luisteren naar de opdracht
De docent vertelt wat de opdracht is
Studenten krijgen van de docent een spelkaart
Studenten gaan in een groepje van 3 bij elkaar staan, kijken naar het symbool of het getal op hun spelkaart
Per groepje in whiteboardvel, 1 stift, 1 microvezeldoekje
Studenten gaan zelfstandig aan de slag
De docent heeft een coachende rol (denk aan de type vragen), geef alleen hints als je merkt dat studenten gefrustreerd raken
Als iedereen de opdracht heeft gemaakt, laat je de studenten aan elkaar vertellen hoe ze tot een oplossing zijn gekomen. Studenten mogen elkaar ook bevragen
Je hoeft niet alle oplossingen te bespreken, alleen de verschillen
Welke vraag is nog onbeantwoord gebleven?
Zou je meer te weten willen komen over BTC?
Nee, ik weet genoeg, anders zoek ik zelf wel op internet
Ja, ik zou dit met mijn team willen uitproberen. Ik heb meer uitleg nodig, een workshop zou handig zijn
Ja, ik wil eerst meer informatie inwinnen door bijvoorbeeld een webinar te volgen. Daarna kan ik besluiten of ik mijn team ga informeren.
Nee, want ik weet niet hoe ik dit in mijn eigen lessen moet toepassen. Het kost mij teveel tijd om dit allemaal uit te zoeken.
Opdracht voor vandaag
Een opwarmertje
Bedenk 25 sommen waarbij het antwoord 4 is, daag jezelf en jouw groepje uit
De leerlingenraad organiseert een schoolreis. Er gaan 120 leerlingen mee.
Bij het boeken van de bus krijgen ze twee aanbiedingen:
Bus A: €1.440 voor de hele bus.
Bus B: €13 per leerling.
De school heeft een budget van €1.500.
Welke bus zouden jullie kiezen?
Onderbouw jullie keuze zo duidelijk mogelijk.
Probeer minstens twee verschillende manieren te vinden om de aanbiedingen te vergelijken.
Mogelijke aanpak 1: per leerling
Bus A: 1440 : 120 = 12
Bus A kost dus €12 per leerling.
Bus B kost €13 per leerling.
Conclusie: Bus A is goedkoper.
Mogelijke aanpak 2: totaalbedrag
Bus A: €1.440
Bus B: 120 x €13 = €1.560
Bus B kost dus €120 meer
Differentiatievraag: Bij hoeveel leerlingen zijn Bus A en Bus B precies even duur?