GR13-H06-3BB - DT - oppervlakte en omtrek

GR13-H06-3BB - DT - oppervlakte en omtrek
1 / 20
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

GR13-H06-3BB - DT - oppervlakte en omtrek

Slide 1 - Slide

P6.1 - lengte eenheden

Slide 2 - Slide

1) Bereken hoeveel meter de hoogte
van het gebouw ongeveer is.

Slide 3 - Open question

2) Matthijs loopt een wedstijd van 10 km.

Hoeveel meter moet hij nog lopen
na dat hij al 9,43 km gelopen heeft?
A
570 m
B
57 m
C
0,57 m
D
0,57 km

Slide 4 - Quiz

P6.1 - oppervlakte eenheden

Slide 5 - Slide

3) Een huis staat op een kavel van 15 are en 7 ca.

Bereken hoeveel vierkante meter dat is.

Slide 6 - Open question

4) Op een stuk grond van 5,85 ha komen volkstuinen. Elke volkstuin is 195 m2.
Bereken het aantal volkstuinen op dit stuk grond.

Slide 7 - Open question

P6.2 - opp en omtrek rechthoek

Slide 8 - Slide

5) Een fietspad van 1,2 km lang en 1,80 m breed wordt bestraat. De bestrating kost 27 euro per m2.
Bereken hoeveel de bestrating van het pad kost.

Slide 9 - Open question

6) Een voetbalveld is 105 m bij 68 m.
Arno loopt één rondje om het veld.
Bereken hoeveel meter Arno loopt.
A
105 + 68
B
105 x 68
C
2x105 + 2x 68
D
105 x 68 x 105 x 68

Slide 10 - Quiz

P6.3 - opp en omtrek 3-hoek

Slide 11 - Slide

7a) Bereken de oppervlakte
van driehoek DEF
A
5,9 x 2,6 : 2
B
6 x 2,6 : 2
C
5,8 x 2,6 : 2
D
6 x 5,9 x 2,6

Slide 12 - Quiz

7b) Bereken de omtrek.
A
6 + 5,9 + 2,6
B
5,8 x 2,6
C
6 + 5,9 + 2,6 + 5,8
D
6 x 5,9 x 2,6 x 5,8

Slide 13 - Quiz

P6.4 - opp en omtrek cirkel

Slide 14 - Slide

8a) Een balkon heeft de vorm van
een halve cirkel met diameter van 4,6 m.
Bereken de oppervlakte van het gras.
opp cirkel = 3,14 x straal x straal
A
3,14 x 4,6 : 2
B
3,14 x 2,3 x 2,3
C
3,14 x 4,6 x 4,6
D
3,14 x 2,3 x 2,3 : 2

Slide 15 - Quiz

8b) Bereken de omtrek van het
grastapijt met diameter van 4,6 m.

omtrek cirkel = 3,14 x diameter
A
3,14 x 4,6
B
3,14 x 2,3 x 2,3 : 2
C
3,14 x 4,6 + 4,6
D
3,14 x 4,6 : 2 + 4,6

Slide 16 - Quiz

P6.5 - figuren verdelen

Slide 17 - Slide

9a) Welke formules gebruik je bij
het berekenen van de oppervlakte
van het zwembad?

Slide 18 - Open question

9b) verticaal = 7,3 m en horizontaal = 5,6 m
Bereken de oppervlakte.
opp cirkel = 3,14 x straal x straal

Slide 19 - Open question

9c) verticaal = 7,3 m en horizontaal = 5,6 m
Bereken de omtrek van de bodem
omtrek cirkel = 3,14 x diameter

Slide 20 - Open question