Spelling blok 8, week2, les 1 (herhaling)

Taal afsluiting
-Verbeter de zinnen
-Geef een onderbouwing
1 / 28
next
Slide 1: Slide
SpellingBasisschoolGroep 8

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Taal afsluiting
-Verbeter de zinnen
-Geef een onderbouwing

Slide 1 - Slide

Verbeter:
"Ik heb gisteren me teen gestoten, tegen me bank. "

Slide 2 - Open question

Verbeter:
"Hun hebben gezegd dat ik teveel game op me computer."

Slide 3 - Open question

Verbeter:
"De game Fortnite is ouder als me broertje."

Slide 4 - Open question

spelling blok 8, week 2, les 1 

Slide 5 - Slide

De opening
-We werken in groepjes
-Zoek je groepje op en neem je chromebook mee
-Vragen beantwoorden
-Overleggen
-Onthoudt je groepje

Slide 6 - Slide

Wat weet je nog over leenwoorden? (regels, voorbeelden etc.)

Slide 7 - Mind map

Waar of niet waar?
"Een leenwoord kan uit iedere taal komen."
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

Waar of niet waar?

"Leenwoorden worden nooit veranderd, en blijven precies zoals in de oorspronkelijke taal."
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

Welke van de onderstaande woorden is een leenwoord?

A
Fietsen
B
Brabbelen
C
Boomstronk
D
Chauffeur

Slide 10 - Quiz

Ga weer terug naar je eigen plekje.

Slide 11 - Slide

Het lesdoel:

Aan het einde van de les kun je een leenwoord vinden/herkennen in een zin.

Slide 12 - Slide

Planning van de les
-Korte uitleg
-Dictee
-Afsluiting

Slide 13 - Slide

Wat is een leenwoord ookalweer?

-Oorspronkelijk uit een andere taal
-Rechtstreeks overgenomen of aangepast
-Vaak Engels, Frans of Duits

Slide 14 - Slide

2 soorten leenwoorden
Vreemde leenwoorden:
-Behouden spelling
-Bijvoorbeeld: "Meeting, patrouille"
Aangepaste leenwoorden:
-Aangepast naar de Nederlandse taal
-Bijvoorbeeld: "biefstuk"

Slide 15 - Slide

Hoe herken ik een leenwoord?
-Afwijkende spelling of klank 
-Trema's of bijzondere leestekens
-Herkennen uit een andere taal


Slide 16 - Slide

Het (digi)dictee
-Zelfde regels als een dictee op papier.

Slide 17 - Slide

Woord 1:

Slide 18 - Open question

Woord 2:

Slide 19 - Open question

Woord 3:

Slide 20 - Open question

Zin 1:

Slide 21 - Open question

Zin 2:

Slide 22 - Open question

Zin 3:

Slide 23 - Open question

Afsluiting
Zoek je groepje van het begin van de les op!

Slide 24 - Slide

Waaraan kun je een leenwoord herkennen?

Slide 25 - Open question

Wat zijn de leenwoorden in de zin?
"De taxi bracht de student naar het station"

Slide 26 - Open question

Wat zijn de leenwoorden in de zin?
"De bagage stond in het restaurant terwijl de jongen rustig zijn broodje at."

Slide 27 - Open question

Wat zijn de leenwoorden in de zin?
"De leerling pakte zijn portomonnee uit zijn tas en kocht een sjabloon."

Slide 28 - Open question