9 maart: Herhalen redekundig ontleden + opmaak schrijfdossier

WELKOM
bij het vak Nederlands


1 / 32
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 32 slides, with text slides.

Items in this lesson

WELKOM
bij het vak Nederlands


Slide 1 - Slide

leestijd
timer
15:00

Slide 2 - Slide

Planning
  • lezen
  • herhalen redekundig ontleden
  • nieuwe stof: lidwoorden en zelfstandig naamwoord
  • diagnostische toets redekundig ontleden maken: wat is er blijven hangen? 

Slide 3 - Slide

Doelen van de les

Je hebt je voorkennis over redekundig ontleden opgehaald.
Je weet wat een lidwoord en een zelfstandig naamwoord is.
Je hebt een schrijfdossier aangemaakt in google drive.

Slide 4 - Slide

Wim heeft met een wedstrijd een grote prijs gewonnen.


Hak in zinsdelen

Slide 5 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



Schrijf op: pv en ow

Slide 6 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



onderwerp: wie/wat + alle werkwoorden (of alleen de pv)
pv: zet de zin in een andere tijd

Slide 7 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen.



Schrijf op: het gezegde

Slide 8 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



werkwoordelijk gezegde: alle werkwoorden in de zin

Slide 9 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



schrijf op: lv

Slide 10 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



lijdend voorwerp: een grote prijs
(je hebt iets nodig om te winnen)
lijdend voorwerp:
wie/wat + ond + wwg

Slide 11 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



Is er een mv?

Slide 12 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



Is er een mv? NEE... want:

Gewonnen: iemand (ond) wint iets (lv)

Slide 13 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



Blijft over... schrijf op wat dit zinsdeel is

Slide 14 - Slide

Wim/ heeft/ met een wedstrijd/ een grote prijs/ gewonnen



Blijft over... de bijwoordelijke bepaling (plaats/tijd/of iets wat overblijft in de zin)

Slide 15 - Slide

Maarten heeft hem het slechte nieuws na het eten verteld


hak in zinsdelen

Slide 16 - Slide

Maarten /heeft /hem/ het slechte nieuws/ na het eten/ verteld.


hak in zinsdelen

Slide 17 - Slide

Maarten /heeft /hem/ het slechte nieuws/ na het eten/ verteld.

schrijf op: ond + pv

Slide 18 - Slide

Maarten/ heeft/ hem/ het slechte nieuws /na het eten/ verteld.

ond= wie/wat + alle werkwoorden (of alleen pv)
pv= zet de zin in een andere tijd

Slide 19 - Slide

Maarten/ heeft /hem /het slechte nieuws/ na het eten/ verteld


schrijf op: gezegde

Slide 20 - Slide

Maarten /heeft /hem/ het slechte nieuws/ na het eten/ verteld.

wwg= alle werkwoorden in de zin

Slide 21 - Slide

Maarten /heeft /hem/ het slechte nieuws/ na het eten/ verteld.

schrijf op: lv

Slide 22 - Slide

Maarten heeft hem het slechte nieuws na het eten verteld.

lijdend voorwerp:
(je hebt iets nodig om aan iemand te vertellen)
wie/wat + ow + wwg 

Slide 23 - Slide

Maarten /heeft/ hem/ het slechte nieuws/ na het eten/ verteld.

schrijf op: mv

Slide 24 - Slide

Maarten /heeft/ hem/ het slechte nieuws/ na het eten/ verteld.

meewerkend voorwerp:
(je hebt iemand nodig om iets aan te vertellen)
Aan (voor) wie + wwg + ow+ lv

Slide 25 - Slide

Maarten/ heeft /hem /het slechte nieuws/ na het eten/ verteld.


blijft nog over:

Slide 26 - Slide

Maarten/ heeft /hem /het slechte nieuws/ na het eten/ verteld



Blijft over:
bijwoordelijke bepaling: zegt iets over plaats/tijd of is over in de zin

Slide 27 - Slide

En nog een...
De vrouw schijnt journalist te zijn. 

Schrijf het gezegde op. 

Slide 28 - Slide

En nog een...
De vrouw/ schijnt /journalist /te zijn. 

pv= schijnt
werkwoordelijk deel is: schijnt te zijn.
naamwoordelijk deel: journalist (zegt iets over het ow)
Naamwoordelijk gezegde is dus: schijnt journalist te zijn. 


Slide 29 - Slide

Zelfstandig ontleden (20 minuten)
Ga naar hf. 11 in learnbeat, paragraaf 11.2 zinsdelen

Maak onderdeel S/ diagnostische toets brugklas, opgave 1

Eerder klaar? Ga verder met opgave 2

Slide 30 - Slide

Het schrijfdossier aanmaken
Maak een map aan in Google Drive. Noem die: 
‘Schrijfdossier (klasnummer),  Achternaam, Voornaam’ 
Deel de map met mij. In deze map heb je ruimte om je schrijfdossier samen te stellen.  

Slide 31 - Slide

Het schrijfdossier tot nu toe
Maak een voorkant met daarop de titel 'schrijfdossier', je naam, klas en een passende afbeelding.
Maak een inhoudsopgave:
Tot nu toe staat dit in je inhoudsopgave:
- sfeerverslag 
- opdracht bij boek twee

Slide 32 - Slide