What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
Les 3 - Grammatik
1 / 23
next
Slide 1:
Slide
Duits
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3
This lesson contains
23 slides
, with
text slides
and
1 video
.
Lesson duration is:
70 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Startklaar
Telefoon in het zakkie
Laptop dicht op tafel
Map en pen op tafel
timer
3:00
Slide 2 - Slide
Programm
Übersicht Unit 3
Präsentation Posteraufgabe: Stadtbesichtigung
Grammatik
Slide 3 - Slide
Willkommen zu
LA German
Unit #3: Stadtleben und Umwelt: Wie gestalten wir unsere Zukunft?
Learner Profile: Thinkers
ATL: Critical thinking skills
Related concepts: Context
Key concept: Culture
Statement of Inquiry: City life shapes how we create a sustainable future.
Global context: Globalization and sustainability
Slide 4 - Slide
Übersicht Unit 3
Woche 1
Woche 2
Woche 3
Woche 4
Woche 5
Introduktion + Wortschatz
Wortschatz + lesen
Ostern!
Grammatik
...
Woche 6
Woche 7
Woche 8
Woche 9
Woche 10
...
...
...
...
Wiederholung
Slide 5 - Slide
Übersicht Unit 3
Summative assesments:
Written exam - Listening, reading and writing
Practical assignment - Book assignment
Slide 6 - Slide
Posteraufgabe
Stadtbesichtigung:
Arbeitet in Gruppen.
Ihr erstellt gemeinsam ein (digitale) Poster.
Zieht eine deutschsprachige Stadt.
Recherchiert im Internet.
Sucht Infos zu Sehenswürdigkeiten und Aktivitäten.
Plant eure Stadtbesichtigung.
Präsentiert eure Tour.
Slide 7 - Slide
Lernziele
Ich kann
Personalpronomen
im
Nominativ, Akkusativ und Dativ
korrekt verwenden.
Ich kann
Präpositionen
, die immer den Akkusativ oder Dativ verlangen, korrekt anwenden.
Slide 8 - Slide
Grammatik: Akkusativ (4e naamval)
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Video
Persoonlijk voornaamwoord: 4e naamval
1e
ich
du
er
sie
es
wir
ihr
sie/Sie
4e
mich
dich
ihn
sie
es
uns
euch
sie/Sie
Slide 11 - Slide
De
Nominativ
(= 1e naamval) is
onderwerp
in de zin.
Ik
ga naar de dokter.
Ich
gehe zum Arzt.
Ik
is het
onderwerp
in de zin.
Het onderwerp vindt je door de vraag te stellen:
wie/wat+gezegde?
Wie gaat? =
ik = ich
Slide 12 - Slide
De
Akkusativ
(= 4e naamval) is het
lijdend voorwerp
in de zin.
De dokter opereert
mij
.
Der Arzt operiert
mich
.
mij
is het
lijdend voorwerp
in de zin.
Het lijdend voorwerp vindt je door de vraag te stellen:
wie/wat+gezegde+onderwerp?
Wie opereert de dokter? =
mij = mich
Slide 13 - Slide
Voorzetsels met Akkusativ
Slide 14 - Slide
Stappenplan persoonlijk voornaamwoord
Stap 1:
VOORZETSEL
- Staat er een voorzetsel in de zin? Dan volg je die op. Een voorzetsel is dominant.
Stap 2:
Welk persoonlijk voornaamwoord staat er?
Slide 15 - Slide
Profielkeuzeformulier
Aufgabe 19 + 22
mich
ihn
euch
sie
uns
dich
ich, dich
Er, ihn
mich, ich
ihr, euch
Grammatik - Seite 9, 10
Slide 16 - Slide
Grammatik: Dativ (3e naamval)
Slide 17 - Slide
Nominativ
(1e naamval): het onderwerp
Akkusativ
(4e naamval): het lijdend voorwerp
Dativ
(3e naamval):
het meewerkend voorwerp
voorbeeld:
Ich habe (
haar)
Blumen gegeben.
aan/voor wie?
->
haar
->
mw (= 3e naamval) = ihr
ik
jij
hij
zij
het
wij
jullie
zij
u
1e
ich
du
er
sie
es
wir
ihr
sie
Sie
mij
jou
hem
haar
het
ons
jullie
hun
u
3e
mir
dir
ihm
ihr
ihm
uns
euch
ihnen
Ihnen
4e
mich
dich
ihn
sie
es
uns
euch
sie
Sie
Slide 18 - Slide
Voorzetsels met de 3e naamval
Slide 19 - Slide
Stappenplan persoonlijk voornaamwoord
Stap 1:
VOORZETSEL
- Staat er een voorzetsel in de zin? Dan volg je die op. Een voorzetsel is dominant.
Stap 2:
Welk persoonlijk voornaamwoord staat er?
Slide 20 - Slide
Profielkeuzeformulier
Aufgabe 24 + 27
euch
ihnen
uns
mir
ihm
mir
sie
euch
dich
Ihnen
Grammatik - Seite 9, 10
Slide 21 - Slide
Reflektion
Ich kann Personalpronomen im Nominativ, Akkusativ und Dativ korrekt verwenden.
Ich kann Präpositionen, die immer den Akkusativ oder Dativ verlangen, korrekt anwenden.
Lernziele:
Hausaufgaben:
Machen
:
-
Lernen
:
- Wortschatz Module 5 - HV 3 -
Quizlet
Nächste Sitzung:
Ferien!
Klascode: nnxsm
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide