Oefenen overmaat

Oefenen met overmaat en ondermaat
1 / 13
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Oefenen met overmaat en ondermaat

Slide 1 - Slide

Planning
  • Intro
  • Klassikaal
  • Zelf oefenen

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
LD 4: Je kunt overmaat(en ondermaat)m.b.v. de massaverhouding berekenen.

Je kunt:
- Rekenen aan reacties waarvan één van de beginstoffen in overmaat aanwezig is,
- daarbij bijvoorbeeld uitrekenen welke stoffen in overmaat en ondermaat aanwezig zijn of uitrekenen hoeveel reactieproduct ontstaat.

Slide 3 - Slide

Overmaat, wat was dat ook alweer?

Slide 4 - Slide

Overmaat en ondermaat
Bij een reactie met meerdere beginstoffen:
Ondermaat: de stof die als eerste op is, dan stopt de reactie
Overmaat: de stof die overblijft als de reactie afgelopen is. Van deze stof was dus in verhouding te veel aanwezig.

Wanneer moet je weten welke stof in overmaat is?
  • Dan weet je of er een stof overblijft, welke en hoeveel 
  • Dat bepaalt hoeveel reactieproduct kan ontstaan

Slide 5 - Slide


timer
8:00

Slide 6 - Open question

Welke stof is in overmaat? Stappenplan:
  1.  Noteer de chemische reactie (dit mag in woorden of in symbolen. Niet door elkaar)
  2. Noteer een kloppende massaverhouding bij de desbetreffende stoffen onder de reactie(zie 1). Het kan zijn dat je deze krijgt, of dat je deze zelf moet opstellen.
  3. Noteer alle gegeven massa's bij de juiste stoffen.
  4. Bereken bij elke stof de groeifactor. De grootste groeifactor is de stof in overmaat, de kleinste groeifactor is de stof in ondermaat.
  5. Bereken de massa's van alle stoffen met de kleinste groeifactor.

Slide 7 - Slide

Bepalen massaverhouding, hoe moest dat ook alweer?

Slide 8 - Slide

Bepalen massaverhouding, hoe moest dat ook alweer?

Slide 9 - Slide

Bepalen massaverhouding, hoe moest dat ook alweer?

Slide 10 - Slide

Bepalen massaverhouding, hoe moest dat ook alweer?
Voor atoommassa zie blz. 260.

Slide 11 - Slide

Bepalen massaverhouding, hoe moest dat ook alweer?

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide