M&O Week 3. (Les. 2) Was behandeling, vouwen, strijken en opbergen

1 / 38
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 140 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

              Programma
  • Terugblik
  • Leerdoelen
  • Instructie
  • Controle
  • Begrippen
  • Aan de slag
  • Exit ticket/Afsluiting
timer
3:00

Slide 5 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Terugblik
Waarom is het belangrijk om naar het etiket van een kledingstuk te kijken voordat je het gaat wassen of gebruiken?

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

           Leerdoelen
Aan het einde van de les kan de leerling:

Uitleggen waar en hoe je schone was bewaart zodat het niet gaat stinken of schimmelen. (R)

Zelf een handwas doen door de stappen goed te volgen en de juiste spullen te gebruiken. (T)

Het juiste wasprogramma kiezen en de goede hoeveelheid wasmiddel gebruiken. (T)

Vertellen wat goed ging tijdens het wassen en wat hij/zij de volgende keer beter kan doen. (I)

Slide 7 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Was behandeling uitvoeren, vouwen en opbergen van de was/ strijken

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Het wasproces
Sorteren op:
  • Kleur
  • Grondstof
  • Vuilheid 
  • Kleurechtheid 
  • Nieuw wasgoed

Let op!
  • Maak alle zakken leeg.  
  • Rol opgestroopte mouwen af. 
  • Vlekken voorbehandelen als nodig.  
  • Keer kleding binnenstebuiten; Vooral broeken, truien en shirts met opdruk. 
  • Doe ritsen en drukknopen dicht en knoop touwtjes samen.
  • Kleding met haakjes, klittenband of een beugel bh was je in een speciaal waszakje.



Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Het wasproces

Sommige bedrijfskleding moet heet gewassen worden (90-95 graden). Dit noemen ze kookwas.

  • Besmettingsbronnen zijn bacteriën en micro-organismen.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Wasmiddelen
Er zijn veel soorten wasmiddelen. Je kunt wasmiddelen in poedervorm, vloeibaar of in capsules kopen. 

De dosering is de juiste hoeveelheid wasmiddel voor een was.

Eén bakje voor de hoofdwas, één bakje voor de voorwas als het wasgoed erg vuil is en een bakje voor de wasverzachter.


Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Sleep het wasmiddel naar de juiste foto.

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

Bonte
was
Donkere
was
Witte
was
Fijne was

Slide 15 - Drag question

This item has no instructions

Een wasmachine heeft de volgende wasprogramma’s:  
Voorwas 
  •  De voorwas wordt vooral gebruik bij ernstig vervuilde was.  
Hoofdwas 
  • Dit is het belangrijkste wasprogramma. De watertemperatuur voor de hoofdwas hangt af van de mate van vervuiling van de te wassen artikelen.  
Spoelen 
  • Een wasprogramma heeft meestal een aantal spoelgangen. Op deze manier worden alle zeepresten en het vuil weggespoeld.   
Centrifugeren 
  • De was wordt droog gemaakt. Hierbij wordt zoveel mogelijk vocht uit het wasgoed verwijderd. 

Andere bijzonderheden binnen de wasprogramma’s:  Wolwasprogramma speciaal voor wol en fijn textiel.  
                                                                                                                Kreukherstellend voor textiel dat niet te veel mag kreuken.  
                                                                                                                Speciale programma’s op moderne wasmachines zoals sportkleding

Wasgoed dat te lang in de machine blijft liggen, gaat stinken en kan zelfs gaan schimmelen.






Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Wat is de eerste stap van het wassen van de was

A
Was voorbereiden
B
Was in de wasmachine doen
C
Was sorteren
D
Het juiste wasmiddel kiezen

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Bij welke was behoort een rood T-shirt?
A
Bij de witte was.
B
Bij de bonte was.
C
Bij de lichtbontewas.
D
Bij de wolwas

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Milieubewust wassen en textiel verzorgen
Goedkope kleding kan sneller slijten en is vaak gemaakt met textiel van plastic.



Uit onderzoek van de Plasticsoep stichting, blijkt dat meer dan 30 procent van alle microplastics in onze zeeën en oceanen afkomstig is van synthetische kleding.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Milieubewust wassen
De belangrijkste tip voor de meeste milieuwinstwinst is wassen op een zo laag mogelijke temperatuur.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Boek: Mens en Omgeving

Maak de volgende opdrachten: 
blz. 115 t/m 123

Deel van de klas begint met de praktijkopdracht.
timer
10:00

Slide 21 - Slide

Chandenie maakt de opdracht
Ergonomie
Tijdens het wassen en strijken is het belangrijk om ergonomisch te werken. 
Je probeert zo gezond, efficiënt en comfortabel mogelijk te werken.

  • Zet de wasmand op een fijne werkhoogte.
  • Zet de wasmand vlakbij de machine en ga op de knieën zitten.
  • Stel de strijkplank op de juiste hoogte in.
  • Berg het textiel niet te hoog op.


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Strijken
Door wasgoed te strijken worden vouwen en kreukels in textiel verwijderd. Het textiel wordt glad.  
Strijken zorgt er ook voor dat bacteriën gedood worden door de hitte. 




Het etiket in een kledingstuk geeft aanwijzingen hoe je het kledingstuk strijkt. De punten in het strijkijzersymbool geven de maximale temperatuur aan.  


Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Video

This item has no instructions

Aan de slag
Praktijkopdracht: Strijken

Stap 1: Etiket lezen
Stap 2: Voorbereiding
Stap 3: Strijken
Stap 4: Ophangen/opvouwen
Stap 5: Opruimen
timer
30:00

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Als je op je ergonomie let bij het strijken, dan let je op...
A
De stand van het strijkijzer
B
De hoogte van de strijkplank
C
Het behandelingsetiket van het wasgoed
D
Dat je je niet verbrand aan het strijkijzer

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Welke stoffen mag je heet strijken (3 stipjes)
A
katoen, linnen en viscose
B
acryl, nylon
C
wol
D
polyester, fleece

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Hoe moet je deze trui strijken?
A
Je mag de trui niet strijken
B
Lauw strijken
C
Warm strijken
D
Heet strijken

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Hoe moet je kleding drogen?
A
Direct in de zon hangen.
B
In de droger op lage temperatuur
C
Laten drogen aan de lucht
D
In de wasmachine laten

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent een driehoek met een kruis?

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

Strijk je Nylon en Synthetische stoffen op een hoge of lage temperatuur?
A
Hoog
B
Laag

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions


Op hoeveel graden mag je strijken?
A
Lauw strijken
B
Niet strijken
C
Warm strijken
D
Heet strijken

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions


Wat betekent het symbool voor wassen?

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
Aan het einde van de les weet/kan:

Uitleggen waar en hoe je schone was bewaart zodat het niet gaat stinken of schimmelen. (R)


Zelf een handwas doen door de stappen goed te volgen en de juiste spullen te gebruiken. (T)

Het juiste wasprogramma kiezen en de goede hoeveelheid wasmiddel gebruiken. (T)

Vertellen wat goed ging tijdens het wassen en wat hij/zij de volgende keer beter kan doen. (I)





Slide 35 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 36 - Link

This item has no instructions

    Begrippen uit deze les
Kookwas
Besmettingsbronnen
De dosering
Ergonomie

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Einde van de les
Bedankt voor je aandacht
Wees trots op wat je hebt bereikt vandaag
Neem mee wat goed is gegaan, verbeter zaken indien nodig
Laat je plekje netjes achter
(tafeltjes recht, stoelen aanschuiven en rommel opruimen)

Slide 38 - Slide

This item has no instructions