Test H6

Test 6
  • De CAO
1 / 14
next
Slide 1: Slide
JuridischMBOStudiejaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Test 6
  • De CAO

Slide 1 - Slide

Waar gaat een cao over?
A
over arbeidsvoorwaarden tussen werkgeversorganisaties en vakbonden
B
over arbeidsvoorwaarden tussen werkgeversorganisaties en bepaalde bedrijfstakken

Slide 2 - Quiz

Wat betekent de afkorting cao?
A
collectieve arbeidsovereenkomst
B
collectieve arbeidsvoor- waardenovereenkomst

Slide 3 - Quiz

Welke organisatie behoort tot een vakbond?
A
ANWB
B
NVJ

Slide 4 - Quiz

Noem een vorm van overleg tussen werkgevers en werknemers op landelijk niveau.
A
het centraal overleg
B
Stichting van de Arbeid

Slide 5 - Quiz

Wat betekent de afkorting SER?
A
Sociaal Economische Raad
B
Sociaal Economische Regering

Slide 6 - Quiz

Wat gebruiken vakbonden soms als drukmiddel?
A
landelijk overleg
B
staking

Slide 7 - Quiz

Waaruit bestaat de inhoud van de cao vooral?
A
arbeidsvoorwaarden
B
schriftelijk vastgelegde afspraken

Slide 8 - Quiz

Voor wie gelden de arbeidsvoorwaarden uit een cao?
A
voor alle werknemers van het bedrijf die lid zijn van een vakbond.
B
voor alle werknemers van het bedrijf

Slide 9 - Quiz

Welke afspraak krijgt voorrang?
A
de arbeidsvoorwaarden van de cao
B
de individuele arbeidsovereenkomst

Slide 10 - Quiz

Voor welke tijdsduur wordt een cao afgesloten?
A
voor een onbepaalde periode
B
voor een bepaalde periode

Slide 11 - Quiz

Wat betekent het als een cao algemeen verbindend is verklaard?
A
dan moet ook een niet-aangesloten werkgever zich eraan houden
B
dan geldt deze alleen voor werknemers die lid zijn van een vakbond

Slide 12 - Quiz

De bepalingen uit een cao gelden alleen voor werknemers die lid zijn van een vakbond.
A
Deze stelling is juist
B
Deze stelling is onjuist

Slide 13 - Quiz

De cao geldt alleen voor werknemers als hun werkgever is aangesloten bij de werkgeversorganisatie die deze cao heeft afgesloten
A
Deze stelling is juist
B
Deze stelling is onjuist

Slide 14 - Quiz