Blok 1 Herkennen van boekingsstukken

Economie en ondernemen
Herkennen van boekingsstukken
1 / 19
next
Slide 1: Slide
Economie & OndernemenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slide and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Economie en ondernemen
Herkennen van boekingsstukken

Slide 1 - Slide

Weet je nog welke boekingstukken er zijn.
Noem er zoveel je weet!

Slide 2 - Mind map

4

Slide 3 - Video

Schrijf hieronder de 5 boekingsdocumenten uit het filmpje

Slide 4 - Open question

Stel je werkt bij het administratiekantoor van GAMMA. Je krijgt een factuur binnen. Hoe zie je dat dit een verkoopfactuur is?

Slide 5 - Open question

JE werkt nog bij het administratiekantoor van de GAMMA. Je krijgt een factuur binnen met daarop het logo van een ander bedrijf. Dit is een ....
A
Verkoopfactuur
B
Inkoopfactuur
C
Intern boekingstuk

Slide 6 - Quiz

Wie is de verkoper van deze factuur?
A
Moneymedic
B
Bedrijf 01

Slide 7 - Quiz

Waarom is Moneymedic degene die de factuur stuurt?

Slide 8 - Open question

00:19
Hoe noemen we de memoriaal ook wel.
A
VF
B
Inkoopfactuur
C
Intern boekingsstuk
D
Offerte

Slide 9 - Quiz

01:13
Hoe herken je een verkoopfactuur?
A
Aan ons logo bovenaan
B
Aan de geadresseerde
C
De betalingstermijn
D
De nota van je bedrijf

Slide 10 - Quiz

01:43
Kassabon krijg je als je iets contant betaald krijgt of zelf iets contant betaald
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quiz

01:48
Kasbewijs voor uitgave betaal je direct. Een inkoopfactuur betaal je later.
A
juist
B
onjuist

Slide 12 - Quiz

5

Slide 13 - Video

00:57
Noem 3 belangrijke punten in een kassabon. Spoel desnoods het filmpje een stukje terug

Slide 14 - Open question

01:17
Noem 3 belangrijke gegevens op een bankafschrift.

Slide 15 - Open question

01:35
Zet alle boekingstukken met afkortingen hieronder. Als je ze niet weet kijk je het filmpje nog een keer.

Slide 16 - Open question

01:35
Noem 4 belangrijke gegevens op een factuur

Slide 17 - Open question

02:03
Waarom moet een boekingsstuknummer uniek zijn?
A
Dat ziet er gaaf uit
B
Iedereen wil toch uniek zijn
C
Dan kan je het boekingsstuk snel en makkelijk terugvinden
D
Geen idee

Slide 18 - Quiz

Schrijf in 3 woorden wat je geleerd hebt deze les!

Slide 19 - Mind map