Je kunt terughalen wat de werking van antagonisten zijn.
Je kunt terughalen wat de werking van spieren zijn.
Je kunt beschrijven wat het verschil is tussen een bewuste en onbewuste beweging.
Slide 2 - Slide
Terugblik opdracht
Maak deze opdracht eerst voor jezelf en schrijf je antwoorden op het blaadje.
Kijk niet in je boek! Schrijf eventueel met een potlood!
Formuleer je antwoord zo volledig mogelijk.
timer
8:00
Slide 3 - Slide
Terugblik opdracht
1)Wat is het belangrijkste verschil tussen een scharniergewricht en een kogelgewricht? Kun je voorbeelden bedenken waar een ander type gewricht handiger zou zijn?
2) Stel je voor dat de botten in je onderarm (spaakbeen en ellepijp) volledig vergroeid zouden zijn. Welke bewegingen zou je dan niet meer kunnen doen?
3)Een baby heeft meer kraakbeendan een volwassene. Waarom verandert dat tijdens het groeien?
timer
8:00
Slide 4 - Slide
Terugblik opdracht
Kijk samen met je groepje naar jullie antwoorden. Komen jullie allemaal tot
hetzelfde antwoord?
timer
8:00
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Spierenstelsel =
Alle skeletspieren
Slide 7 - Slide
Pezen
Een spier zit aan een bot vast met pezen
Aanhechtingsplaats = Plaats waar een spier aan bot zit
Spier kan samentrekken, pezen niet
Slide 8 - Slide
Antagonistisch paar
- Antagonistisch paar: twee spieren die tegen over gesteld werken.
- Bestaan altijd uit een buigspieren een trekspier.
Slide 9 - Slide
Antagonistisch paar
Antagonist > tegenhanger
Biceps: buigspier
Triceps: strekspier
Slide 10 - Slide
Antagonistisch paar: buigspier en trekspier
Slide 11 - Slide
Bewuste en onbewuste spieren
Orgaanspieren = Onbewuste spierbeweging.
Slide 12 - Slide
Opdrachten:
Maken basisstof 4.4 spieren
Opdracht: kennis
timer
10:00
Slide 13 - Slide
Afsluiting
Steek je hand op..
Slide 14 - Slide
Vandaag
Slide 15 - Slide
Benoem de onderdelen
timer
4:00
Slide 16 - Slide
De bouw van botten
In het skelet komen twee typen weefsel voor:
1) kraakbeenweefsel en 2)botweefsel.
Tussen de cellen van beide weefsels zit tussencelstof.
Slide 17 - Slide
Kraakbeenweefsel:
Kraakbeenweefsel: tussencelstof bestaat vooral uit lijmstof. Zorgt voor buigbaarheid
Slide 18 - Slide
Botweefsel
Botweefsel: tussencelstof bestaat vooral uit kalkzouten. Geeft stevigheid
In botweefsel liggen de cellen in kringen om kanaaltjes die bloedvaatjes bevatten.