H3.2 en 3.3

Les 3
H3.2 Verwarmen
1 / 49
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les 3
H3.2 Verwarmen

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
- Je begrijpt met behulp van een energiestroomdiagram dat energie behouden blijft.
- Je weet welke groot- en eenheden je moet kennen voor hoofdstuk 3. 
- Je kunt elektrische energie berekenen.


Slide 2 - Slide

Deze les:
  • Huiswerk nakijken 
  • Vragen over het huiswerk.
  • Demonstratie gasbrander en waterkoker.
  • Uitleg energiestroomdiagram.
  • Uitleg berekenen energiesoorten + aantekening. 
  • Oefenen berekenen energiesoorten in groepjes.

Slide 3 - Slide

Vragen huiswerk?

Slide 4 - Slide

Je spreekt van een ideale energiebron als:
  • deze onuitputtelijk is, dus nooit opraakt
  • altijd beschikbaar is
  • milieuvriendelijk is
  • goedkoop is

Slide 5 - Slide

Je kunt vier kenmerken van de energietransitie benoemen.
gebruik van fossiele brandstoffen
klimaatneutrale energiebronnen
  1. Fossiele brandstoffen worden vervangen.
  2. Zuiniger met energie omgaan.
  3. Energie opslaan.
  4. Energie lokaal produceren.
                             

Slide 6 - Slide

Aan het werk
Lezen paragraaf 3.2
Maken opgave 2 t/m 6

Slide 7 - Slide

Wet van behoud van energie
demo gasbrander, waterkoker

Slide 8 - Slide

Energiestroomdiagram

Slide 9 - Slide

Energiestroomdiagram van een zonnepaneel 

Slide 10 - Slide

Elektrische warmte bronnen

Slide 11 - Slide

Chemische warmtebronnen

Slide 12 - Slide

aant.2: Groot- en eenheden 
Grootheid
symb
Eenheid
symb
Energie
E
Joule
J
Vermogen
P
Watt
W
tijd
t
seconde
s
Warmte
Q
Joule
J
massa
m
gram 
g
verschil in temperatuur
∆T
graden Celsius
°C
soortelijke warmte
c
Joule per gram graden Celsius
J/g*°C

Slide 13 - Slide

(Elektrische) energie berekenen
                                                              E = P x t

E = energieverbruik in Joule (J)
Geproduceerde hoeveelheid warmte
P = vermogen in Watt (W);
Het vermogen geeft aan hoeveel energie er per seconde       wordt omgezet.
t = tijd in seconden (s)

Slide 14 - Slide

huiswerk
Lezen paragraaf 3.2
Maken opgave 2 t/m 6

Slide 15 - Slide

Lesdoelen
- Je begrijpt met behulp van een energiestroomdiagram dat energie behouden blijft.
- Je kunt elektrische energie berekenen.
- Je kunt warmte berekenen met behulp van de soortelijke warmte.
- Je weet hoe d.m.v. warmtetransport een huis warmte verliest.
- Je leert wat iemand kan doen om een huis te isoleren.

Slide 16 - Slide

Soortelijke warmte

Slide 17 - Slide

Maak een foto van de aantekening die je bij het filmpje hebt gemaakt.

Slide 18 - Open question

Soortelijke warmte

De soortelijke warmte van een stof is de warmte (Joule) die nodig is, om 1 gram van een stof 1 graden Celsius in temperatuur te laten stijgen. 

Slide 19 - Slide

c = SOORTELIJKE WARMTE

Slide 20 - Slide

Rekenen met soortelijke warmte

Slide 21 - Slide

H3 energie les 4
paragraaf 3.2

Slide 22 - Slide

Deze les
  • Leer je uitrekenen hoeveel energie een waterkoker gebruikt.
  • Leer je uitrekenen hoeveel warmte water heeft opgenomen.  

Slide 23 - Slide

Schuif de teksten op de juiste plek in het energiestroomdiagram:
waterkoker
elektrische energie
warmte
chemische energie

Slide 24 - Drag question

(Elektrische) energie berekenen
                                                              E = P x t

E = energieverbruik in Joule (J)
Geproduceerde hoeveelheid warmte
P = vermogen in Watt (W);
Het vermogen geeft aan hoeveel energie er per seconde       wordt omgezet.
t = tijd in seconden (s)

Slide 25 - Slide

De waterkoker
Vermogen:
tijd:

Bereken hoeveel energie (joule)  de waterkoker heeft verbruikt.
Gebruik het stappenplan. 

Slide 26 - Slide

Maak een foto van je berekeningen.

Slide 27 - Open question

Schuif de teksten op de juiste plek in het energiestroomdiagram:
waterkoker
elektrische energie
warmte
chemische energie

Slide 28 - Drag question

Opgenomen warmte berekenen

Slide 29 - Slide

Soortelijke warmte

De soortelijke warmte van een stof is de warmte (Joule) die nodig is, om 1 gram van een stof 1 graden Celsius in temperatuur te laten stijgen. 

Slide 30 - Slide

c = SOORTELIJKE WARMTE

Slide 31 - Slide

De waterkoker
De waterkoker heeft net water van            graden aan de kook gebracht.  
Er zat 1,7 liter water in de waterkoker. 1 Liter water heeft een massa van 1 kg. 

a) Bereken hoeveel warmte het water heeft opgenomen. 

b) Vergelijk je antwoord met de elektrische energie die de waterkoker verbruikt heeft. Geef een mogelijke verklaring voor het verschil. 

Slide 32 - Slide

Maak een foto van de uitwerkingen van je antwoorden.

Slide 33 - Open question

Teatime! 
Maak onder het genot van een kopje thee het huiswerk:
Lezen paragraaf 3.2
Maken opgave 1 t/m 7

Slide 34 - Slide

Hoeveel energie heb je nodig om 20 g water te laten koken wat een begintemperatuur heeft van 23 graden Celsius en een soortelijke warmte van 4,2 J/(g.oC)

Slide 35 - Open question

Een waterkoker heeft een vermogen van 1,5 kW. Bereken hoeveel warmte deze afgeeft als hij 2,0 minuten aanstaat.

Slide 36 - Open question

Huiswerk
https://www.youtube.com/watch?v=Jnr_Yi2jYZ4
Bekijk het filmpje en maak er zelf aantekeningen bij. 

Slide 37 - Slide

Aan de slag
Lezen paragraaf 3.2
Maken opgave 5 en 6
timer
10:00

Slide 38 - Slide

Paragraaf 3.3
Isoleren

Slide 39 - Slide

Vormen van warmtetransport
Er zijn drie vormen van warmtetransport; stroming, straling en geleiding. Voor stroming en geleiding is een stof nodig, maar voor straling niet.

Slide 40 - Slide

Thermogram
Een foto waar je aan de hand 
van de kleuren het warmeverlies 
kan zien. Handig bij de
 isolatie van een huis.


Slide 41 - Slide

Slide 42 - Video

Slide 43 - Slide

Aan de slag
Kijk de video's bij elke paragraaf.
Lezen paragraaf 3.3
Maken 3.3 opg 1,3,5 en 8

Slide 44 - Slide

Fossiele brandstoffen
Dit zijn chemische brandstoffen als  steenkool, aargas, aardolie, bruinkool.
Chemische energie wordt omgezet in warmte en elektrische energie
Voordelen; makkelijk en goedkoop te winnen
Nadelen; versterkt broeikaseffect, vervuilde lucht, raakt op.

Slide 45 - Slide

Biomassa
Energie uit dieren of plantenresten; mest, maïs, houtsnippers, gft.

Voordeel: Co2 neutraal als je b.v. weer nieuwe bomen plant.
Nadeel; dit gebeurt vaak niet en vaak komt deze biomassa uit Amerika via boten

Slide 46 - Slide

Zonne-energie
Stralingsenergie v.d. zon wordt in elektrische energie omgezet.
Dit kan bij zonnepanelen of bij een zonnecollector (zonneboiler)

Voordelen;  snel terug verdiend (c.a. 8 jaar)
Nadelen; de zon schijnt niet altijd

Slide 47 - Slide

Kernenergie
Kernenergie wordt omgezet tot elektrische energie, warmte en straling
Voordelen;  geen CO2 uitstoot 
Nadelen; licht en zwaar kernafval

Slide 48 - Slide

Windenergie
Bewegingsenergie van de wind wordt omgezet in elektrische energie en warmte.

Voordelen;  geen CO2 uitstoot 
Nadelen; lelijk, volgels gaan dood, duur, onderhoud in zee is lastig , er is niet altijd genoeg wind.

Slide 49 - Slide