1.4 Zouten

1.4 Zouten
1 / 15
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

1.4 Zouten

Slide 1 - Slide

Deze les
  • Uitleg zouten, verhoudingsformules en naamgeving

  • Maken vragen 39, 42, 43, 44, 46, 49
  • Exit kaart


Slide 2 - Slide

Leerdoelen


  • Je kunt de geleidbaarheid van een zout op microniveau verklaren.
  • Je kunt uitleggen wat een ion is.
  • Je kunt de bouw en elektronenconfiguratie van een ion geven.
  • Je kunt de verhoudingsformule en de systematische naam van een zout geven.

Slide 3 - Slide

Zouten
  • Combinatie van metaal- en niet-metaalatoom.
  • Edelgasconfiguratie: metaalatoom geeft elektron(en) weg aan niet-metaalatoom.
  • Hierdoor worden geladen deeltjes gevormd: ionen.



Slide 4 - Slide

Atoommodel natrium atoom

11 protonen
11 elektronen (2, 8, 1)

Atoommodel natrium ion

11 protonen p+
10 elektronen e- (2, 8, 0)
lading +1

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Ionbinding


  • Aantrekking tussen + en - ionen noem je de ionbinding.

  • In zout zijn ionen gerangschikt in een ionrooster.

Slide 7 - Slide

Ionlading

  • Neutraal atoom heeft gelijk aantal protonen (+) en elektronen (-).
  • Ion heeft afwijkend aantal elektronen t.o.v. protonen.
  • Metaalatomen vormen positief geladen ionen, doordat ze elektronen weggeven, bijv. Na+ en Ca2+.
  • Niet-metaalatomen vormen negatieve ionen, bijv. Cl- en O2-.


Slide 8 - Slide

Verhoudingsformules
  • De formule van een zout wordt de verhoudingsformule genoemd (dus geen molecuulformule!).
  • Deze formule geeft de verhouding weer tussen de ionen.
  • De lading van de ionen bepaald de verhouding: een zout heeft geen netto lading (evenveel + als - lading).
  • Ladingen kun je vinden in Binas 40A.

Slide 9 - Slide

Voorbeeld 1: natriumchloride (keukenzout)

  • Bestaat uit natriumionen en chloride-ionen.
  • Na+ en Cl- (Binas 40A)
  • Netto lading 0, dus van beide 1 nodig. 
  • Verhoudingsformule = NaCl

Keukenzout is de triviale naam voor de rationele (=chemische) naam van natriumchloride (Binas 66A).

Slide 10 - Slide

Voorbeeld 2: natriumsulfide
  • Natriumionen en sulfide-ionen.
  • Na+ en S2- (Binas 40A)
  • Netto lading 0, dus 2 Na+ nodig en 1 S2-
  • Verhoudingsformule = Na2S

Slide 11 - Slide

Voorbeeld 3: aluminiumoxide
  • Aluminiumionen en oxide-ionen.
  • Al3+ en O2- (Binas 40A)
  • Netto lading 0, dus 2 Al3+ nodig en 3 O2-
  • Verhoudingsformule = Al2O3

Slide 12 - Slide

Naamgeving zouten

  • Eerste ion krijgt naam van atoomsoort.
  • Als metaal-ion verschillende ladingen kan hebben, geef je erachter met Romeinse cijfers aan welk ion wordt bedoeld.
  • Tweede ion krijgt uitgang -ide.
  • Bijv. ijzer(II)chloride

Slide 13 - Slide

Voorbeeld 4: FeO en Fe2O3
  • Beide zouten zijn ijzeroxide.
  • Met Romeins cijfer aangeven ijzer(II) of ijzer(III).
  • O2- , dus in FeO is Fe2+ aanwezig (2+ en 2-). FeO = ijzer(II)oxide.
  • Fe2O3 is ijzer(III)oxide (2 Fe3+ = 6+ en 3 O2- = 6-)

Slide 14 - Slide

Aan de slag
  • Maken 39, 42, 43, 44, 46, 49
  • Exit kaart

Slide 15 - Slide