Verwerkingsvragen week 1.4 Reactiesnelheid en evenwichten, kwalitatieve en kwantitatieve analyse

Verwerkingsvragen week 1.4

Hoofdstuk 6 Reactiesnelheid en evenwichten
Hoofdstuk 9 Kwalitatieve en kwantitatieve analyse
1 / 36
next
Slide 1: Slide
BiologieHBOStudiejaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Verwerkingsvragen week 1.4

Hoofdstuk 6 Reactiesnelheid en evenwichten
Hoofdstuk 9 Kwalitatieve en kwantitatieve analyse

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Welkom bij deze verwerkingsvragen
  • Deze les werk je zelfstandig aan het onderwerp reactiesnelheid en evenwichten, kwalitatieve en kwantitatieve analyse. 
  • Deze lessonup zal je stapsgewijs meenemen door de theorie aan de hand van verwerkingsopdrachten.
  • Houd je boek (Basischemie) bij de hand tijdens het maken van deze opdrachten (hoofdstuk 6, 9.1 en 9.2).
  • Soms zie je dit:
    Klik eens op het pictogram.
Veel succes en plezier!
Achtergrond
Door op deze <span style="font-weight: bold">objecten</span> te klikken, vind je theorie over een onderwerp. We raden je aan om deze stukjes door te lezen, zodat het makkelijker wordt om de les te blijven volgen.&nbsp;<div><br></div><div>Veel van deze info staat ook in <span style="font-weight: 700">het boek</span>, dus je kunt het daar ook nog nalezen.&nbsp;</div><div><br></div><div>De buttons bevatten wisselende <span style="font-weight: bold">pictogrammen en titels</span>.&nbsp;</div>

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Aan het einde van deze les kun je:
  • aan de hand van een reactie beredeneren hoe de reactiesnelheid wordt beïnvloed;
  • van een evenwichtsreactie aangeven van welke soort evenwichtsreactie er sprake is;
  • in deze reactievergelijking uitleggen hoe het evenwicht kan verschuiven onder invloed van bepaalde factoren;
  • een aantal voorbeelden van kwalitatieve analyse benoemen;
  • uitleggen dat een titratie een kwantitatieve analyse is.
In de leeruitkomst
In de leeruitkomst zijn deze doelen als volgt samengevat:<div><br></div><div><ul><li>Je maakt verschillende typen reactievergelijkingen kloppend.</li><li>Je analyseert verschillende typen reactievergelijkingen, waarbij je onderscheid kunt maken tussen de verschillende typen vergelijkingen.</li></ul></div>

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Vraag van de week
Vraag van de week
Deze vraag is altijd een vraag op het eindniveau. Kun je deze vraag goed maken, dan beheers je dit onderwerp voor de toets. Kun je deze vraag nog niet meteen maken, sla hem dan over en maak eerst de andere opdrachten. Deze zullen je helpen om de vraag van de week toch te kunnen maken. Gebruik evt. de hints die bij de vraag te vinden zijn.
Deze vraag maakt iedereen en zal in de bijeenkomst van week 1.5 worden besproken. Neem je uitwerking dus mee naar de les.
In een  vat van 1,0L wordt 10 mol zwaveldioxide samengebracht met 15 mol zuurstof. Na het instellen van het evenwicht is er nog een kwart van het zwaveldioxide over. De evenwichtsreactie in het vat is als volgt:
2 SO2 (g) + O2 (g) → 2 SO3 (g)

  1. Bereken de eindconcentraties van de aanwezige stoffen tijdens het evenwicht.
  2. Op een bepaald moment wordt extra zwaveldioxide toegevoegd. Hoe verschuift het evenwicht in deze situatie?
Hoe pak je dit aan?
Om deze berekening uit te voeren is het handig om een BOE-tabel te maken (zie video verder in deze les). Je maakt dan een overzicht van de hoeveelheid beginstoffen en de hoeveelheid stoffen tijdens evenwicht. Door met de verschillen tussen 2 bekenden te rekenen, kun je ook de concentraties van de onbekenden berekenen.

Slide 4 - Slide

Eindexamen 2016 tijdvak 2 Wijn zonder droesem.
Het botsende deeltjesmodel
Bekijk deze video

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Reactiesnelheid
Wanneer moleculen effectief met elkaar botsen, zal er een reactie plaatsvinden. De snelheid van deze reactie is afhankelijk van een aantal factoren. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Sleep hier de blokken heen die invloed hebben op de reactiesnelheid.
Sleep hier de blokken heen die geen invloed hebben op de reactiesnelheid.
Verdelingsgraad
Temperatuur
Kleur
Vorm
Concentratie
Katalysator
Dichtheid

Slide 7 - Drag question

This item has no instructions

Factoren die reactiesnelheid beïnvloeden
Bekijk deze video's om te zien welke factoren de reactiesnelheid beïnvloeden en hoe ze dat doen. 
Vind je dit onderwerp lastig, kijk dan zeker alle video's. 
Als je het onderwerp al goed beheerst, mag je ze ook overslaan.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Factoren die reactiesnelheid beïnvloeden
Bekijk deze video's om te zien welke factoren de reactiesnelheid beïnvloeden en hoe ze dat doen. 
Vind je dit onderwerp lastig, kijk dan zeker alle video's. 
Als je het onderwerp al goed beheerst, mag je ze ook overslaan.
Enzymen zijn ook katalysatoren!

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Aard van de stof
Sommige stoffen reageren makkelijker dan andere stoffen. 
  • Edele metalen reageren nauwelijks met andere stoffen
  • IJzer gaat bijvoorbeeld roesten in vochtige lucht.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Welke woorden moeten op de puntjes staan?

Een chemische reactie verloopt sneller als de temperatuur stijgt, omdat de deeltjes dan ...1... bewegen en er dus meer effectieve botsingen per seconde plaatsvinden.
Bij een hogere ...2... van de beginstoffen zijn er meer deeltjes aanwezig in dezelfde ruimte, waardoor de kans op een effectieve botsing toeneemt.

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Welke woorden moeten op de puntjes staan?

Een ...1... verlaagt de activeringsenergie van een reactie, waardoor de reactie sneller verloopt zonder dat de stof zelf verbruikt wordt.
Het ...2... verklaart reactiesnelheid aan de hand van het aantal effectieve botsingen tussen moleculen.

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

De ontleding van waterstofperoxide (zie afbeelding) verloopt sneller als je bruinsteen toevoegt.
Welke functie heeft het bruinsteen hier?
A
Verhinderen van de reactie
B
Verhogen van de temperatuur
C
Verhogen van de reactiesnelheid
D
Als katalysator werken

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Leg uit of het voor de reactiesnelheid uitmaakt of het bruinsteen wel of niet fijn verdeeld toevoegt. Maak bij je uitleg gebruik van het botsende deeltjesmodel.

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Evenwichtsreacties
Er zijn verschillende soorten reacties. Sommige reacties zijn aflopend: je start met beginstoffen en eindigt met producten, sommige van deze reacties zijn ook omkeerbaar: producten worden dan beginstoffen. 

Maar er zijn ook reacties waarbij er onder dezelfde omstandigheden 2 reacties te gelijk verlopen: evenwichtsreacties

Bekijk hierover de video.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Homogeen evenwicht

Stoffen zijn volledig gemend op molecuulniveau. Dit komt voor bij:
  • gasmengsels
  • opgeloste stoffen

Bekijk ook deze video
Heterogeen evenwicht

Stoffen zijn niet volledig gemengd op molecuulniveau.

Dit komt voor bij:
  • een emulsie (vaste stof in vloeistof)
  • vaste stof met gas

Verdelingsevenwicht

Een opgeloste stof verdeelt zich over 2 verschillende vloeistoffen die niet met elkaar mengen.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

In een afgesloten reactorvat vindt bij (T = 450°C) de evenwichtsreactie plaats tussen gasvormig jood en gasvormig waterstof:



Van welk type evenwicht is hier sprake?
A
Homogeen evenwicht
B
Heterogeen evenwicht
C
Verdelingsevenwicht
D
Er is geen sprake van een evenwicht

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Dynamisch evenwicht
Bij een evenwichtsreactie is er altijd sprake van een dynamisch evenwicht.
Dynamisch evenwicht
Bij een evenwichtsreactie is altijd sprake van een dynamisch evenwicht. Dit betekent dat er tijdens het evenwicht toch nog reacties plaatsvinden. Er vinden dan evenveel reacties naar links als naar rechts plaats.&nbsp;&nbsp;
Bekijk ook deze video
In dit diagram zie je een weergave van een dynamisch evenwicht. Tijdens de evenwichtstoestand is de reactiesnelheid van beide reacties gelijk.
Toelichting van het diagram
In het diagram staat op de Y-as de reactiesnelheid van een evenwichtsreactie, op de x-as staat het verloop in tijd aangegeven. Hierbij is er een evenwicht waarbij stoffen A en B (reactanten) worden omgezet in stoffen C en D (producten).&nbsp;<div><span style="font-weight:bold">De blauwe lijn </span>laat de reactiesnelheid zien van de omzetting van stoffen A en B in stoffen C en D, op tijdstip 0 is er alleen nog stof A en B, maar C en D nog niet (die ontstaan als de reactie is gestart).</div><div><span style="font-weight:bold">De rode lijn</span> laat de reactiesnelheid van stoffen C en D zien, die wordt omgezet in stoffen A en B. De reactiesnelheid start bij 0, omdat de stoffen C en D eerst nog moeten ontstaan.</div><div><span style="font-weight:bold">De reactiesnelheden van beide reacties </span>blijven op een bepaald moment gelijk, er is dan een <span style="font-weight:bold">dynamisch evenwicht </span>bereikt: de reactie van stoffen A en B (in C en D) verloopt dan even snel als de reactie van stoffen C en D (in A en B).&nbsp;</div>

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Evenwichtsconstante
De evenwichtsconstante is een getal dat aangeeft waar het evenwicht ligt bij een bepaalde reactie. De constante is afhankelijk van de temperatuur en de reagerende stoffen. 
De evenwichtsconstante (K) is een verhouding: 





Alleen de concentraties van stoffen in de fases 'g' en 'aq' kunnen meedoen in de berekening (de concentraties van vloeistoffen (l) en vaste stoffen (s) zijn gelijk aan 1, zij reageren niet in evenwichtsreacties).

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Evenwichtsconstante uitgewerkt
N2 (g) + 3H2 (g)                  2NH3 (g)
Met deze verhoudingsformule kun je simpel uitleggen waar het evenwicht ligt (aan de kant van de producten of reagentia), of kun je uitleggen wat er gebeurt als er een stof wordt toegevoegd/weggehaald. Uiteraard kun je ook de concentratie van een stof berekenen!
Het getal K wordt namelijk niet anders.
Machten in een formule
Doordat in een reactie stoffen niet altijd in dezelfde verhouding met elkaar reageren, moet je hier in de evenwichtsconstante ook rekening mee houden. Als er 2 moleculen NH<span style="vertical-align:sub">3</span> ontstaan, zie je dat in de evenwichtsconstante terug als [NH<span style="vertical-align:sub">3</span>] tot de macht 2.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Als de evenwichtsconstante groter is dan 1, dan
A
ligt het evenwicht aan de kant van de producten. De concentratie producten is in verhouding groot.
B
ligt het evenwicht aan de kant van de reagentia. De concentratie beginstoffen is in verhouding groot.

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

In een reactie wordt stof A omgezet in stof B. K=300; [stof B] = 3 molair.
Wat is [stof A]?
A
900 molair
B
0,01 molair
C
100 molair

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

In een reactie wordt stof A omgezet in stof B.
[stof A]= 0,05 mol/L, [stof B]= 0,06 mol/L.
Wat is de waarde van K?
A
1,2
B
0,003
C
0,83

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

In een reactie wordt stof A omgezet in stof B.
K= 0,004; [stof A]= 5 molair.
Wat is de concentratie van stof B?
A
1250 mol/L
B
0,0008 mol/L
C
0,02 mol/L

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Evenwichtsverschuivingen
Bekijk deze video's als je moeite hebt met het onderwerp evenwichtsverschuivingen.
Kijk eerst deze!

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

In een afgesloten vat vindt de volgende reactie plaats: 
N2 (g) + 3H2 (g)                  2NH3 (g)
Hierbij is de reactie naar rechts exotherm.
Toevoegen NH<span style="vertical-align:sub">3 </span>(g)
Lagere temperatuur
Volumevergroting
Volumeverkleining
Hogere temperatuur
Evenwicht verschuift naar links.
Evenwicht verschuift naar rechts.

Slide 26 - Drag question

This item has no instructions

Kwalitatieve analyse
Bij een kwalitatieve analyse onderzoek je welke stof(fen) aanwezig is/zijn in een mengsel.

Met een herkenningsreactie kun je voor bepaalde stoffen makkelijk aantonen of ze in een mengel zitten.
In aanwezigheid van water wordt wit kopersulfaat blauw.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Kwantitatieve analyse
Bij een kwantitatieve analyse bepaal je niet welke stof aanwezig is, maar hoeveel er van een bepaalde stof is. Wanneer je kijkt naar een stof die in water is opgelost, noem je dit een titratie.
Bij een titratie bepaal je de concentratie van een stof (in de erlenmeyer) met een stof waar je de concentratie nauwkeurig van weet (in de buret). In de erlenmeyer zit ook
een indicator, zodat je weet wanneer het eindpunt is bereikt.
pH-indicator
Een pH-indicator is een stof die je bij een zuur-base titratie gebruikt. Deze indicatoren hebben een bepaalde kleur bij specifieke pH's. Hierdoor kun je dus zien aan een kleuromslag of het neutralisatiepunt is bereikt.&nbsp;<div>In<span style="font-weight:bold"> Binas tabel 52</span> staat een overzicht van indicatoren.</div>

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Zuur-base titratie
  • Bij een zuur-base titratie bepaal je de concentratie van een zwak zuur, door een sterke base met bekende concentratie toe te voegen. Doordat de H+ ionen van het zuur reageren met de OH- ionen van de base, ontstaat er water. De zure oplossing wordt dus geneutraliseerd. 
  • Als alle H+ ionen weggereageerd zijn, is het eindpunt van de titratie bereikt.
  • Je kunt nu berekenen wat de concentratie is van het zwakke zuur in de oplossing.
H+ + OH- --> H2O

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld berekening
Je hebt 10mL HCl met een onbekende molariteit. Je titreert met een NaOH-oplossing van 1,06M. De volgende reactie zal plaatsvinden: H+(aq) + OH-(aq)          H2O(l)
Je hebt voor de neutralisatie 7,85mL NaOH nodig van 1,06M.
Berekening
  • Bepaal het aantal mol toegevoegde stof met bekende molariteit:
    aantal mol= molariteit * aantal toegevoegde L
  • Bepaal de hoeveelheid mol stof van de stof met onbekende concentratie:
    aantal mol onbekende oplossing = aantal mol toegevoegd bekende stof 
    (mits molverhouding in de reactievergelijking 1:1 is).
  • [onbekend] = aantal mol onbekende oplossing/aantal L onbekende oplossing
Bereken nu zelf de concentratie van HCl in dit voorbeeld.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

De concentratie van HCl (vorige dia) is:
A
0,00832 M
B
0,0832 M
C
0,832 M
D
8,32 M

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Wat heb je deze les geleerd? Formuleer in 3 of 4 zinnen wat voor jou de belangrijkste opbrengst van deze les is.

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

Samenvatting
Je hebt alle verwerkingsvragen doorgelopen. Deze opdrachten geven je de basis mee van dit hoofdstuk. Heb je moeite met scheikunde? Dan is het oefenen één van de belangrijkste succesfactoren voor het voldoende scoren op de toets. Via de volgende sites kun je met de onderwerpen van deze week verder oefenen. Op deze sites vind je ook antwoorden.

maak opdracht 1 t/m 3, 6 en 7

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Goed gewerkt!
Je bent aan het einde van deze verwerkingsvragen gekomen. 
We willen graag van je weten hoe je deze verwerkingsvragen hebt ervaren. 

Wil je de volgende 2 vragen nog invullen?
Klik!

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Geef een top voor deze les. Wat moet er de volgende keer zeker in blijven?

Slide 35 - Open question

This item has no instructions

Geef een tip voor deze les. Wat zou er een volgende keer anders moeten?

Slide 36 - Open question

This item has no instructions