Les 8 Briefconventies/ een zakelijke brief

Briefconventies/ een zakelijke brief

1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Briefconventies/ een zakelijke brief

Slide 1 - Slide

DOELEN

- Je kent de conventies voor het schrijven van een zakelijke brief


- Je kunt een nette zakelijke brief schrijven

Slide 2 - Slide

Lees (en beluister) de tekst.
Bovenstaande tekst is een WhatsAppbericht.

Slide 3 - Slide

Zou de tekst ook op de website van een kooktijdschrift kunnen staan?
Leg je antwoord uit.

Slide 4 - Open question

Verplaats je in de redactie van het kooktijdschrift. Je krijgt dit bericht toegestuurd, maar wilt het niet plaatsen. Wat schrijf je aan Bobbie?

Slide 5 - Open question

Een zakelijke brief schrijven
Stel:





Slide 6 - Slide

Een zakelijke brief schrijven

Als je iemand of iets wilt vragen of meedelen, kun je een zakelijke e-mail of brief sturen. 
Een zakelijke brief is officiëler dan een e-mail.



Slide 7 - Slide

Een zakelijke brief schrijven

Wanneer je een zakelijke brief schrijft , let je op:
- de inhoud
- de vorm

Slide 8 - Slide

Zakelijke brief: de inhoud

De inhoud van een zakelijke brief is verdeeld in:
- een inleiding
- een middenstuk 
- een slot
Hier leg je uit waarom je de brief schrijft: de aanleiding.
Vertel als dat nodig is ook wie je bent.
Hier leg je uit wat voor informatie je wilt hebben of
welke informatie je gaat geven.
Hier spreek je een wens of verwachting uit.
Bijvoorbeeld:
Ik hoop snel een antwoord van u te krijgen.

Slide 9 - Slide

Voorbeeld inhoud

Slide 10 - Slide

Zakelijke brief: de vorm

Een zakelijke brief is een officiële brief en daarom gelden er speciale regels voor de vorm.
 Deze regels noemen we briefconventies.

Slide 11 - Slide

Voorbeeld en uitleg vorm

Slide 12 - Slide

Lees (en beluister) de tekst.

Slide 13 - Slide

    Schrijfopdracht 1
Je gaat naar een voorlichtingsavond van een mbo-school.
In de hal van de school zie je deze advertentie.
Je houdt van salades en je wilt later iets met voedsel gaan doen. Daarom wil je je graag opgeven.


Maak de volgende vragen in je schrift of in Word op je iPad.
Maak steeds een foto of screenshot van het antwoord en lever deze in.

Slide 14 - Slide

Noteer de eerste vier vaste gegevens volgens de conventies van de brief die je gaat schrijven.

Slide 15 - Open question

In welke alinea
stel je jezelf voor?
A
Alinea 1
B
Alinea 2
C
Alinea 3
D
Je hoeft jezelf niet voor te stellen.

Slide 16 - Quiz

Waar noteer je je motivatie om mee te doen?
A
In de inleiding.
B
In het middenstuk.
C
In het slot.
D
Een motivatie is niet nodig.

Slide 17 - Quiz

Schrijf de slotalinea.
Gebruik hiervoor één zin.

Slide 18 - Open question

Schrijfopdracht 2
Je zus heeft een dure kast gekocht, 
maar helaas is er het een en ander niet goed (gegaan).
Luister naar het fragment. Maak aantekeningen in je schrift.


Gebruik de aantekeningen in je schrift om een brief naar de winkel te schrijven (opdracht in volgende slide).

Slide 19 - Slide

Schrijf een brief naar de fabrikant.
Schrijf de brief eerst in klad in je schrift.
Typ de brief daarna netjes over in Word. Geef het document een goede naam. Lever de brief in Teams in
Datum
Je dateert de brief op 10 oktober.
Afzender
Gebruik je eigen naam en adres voor de gegevens van de afzender.
Ontvanger
De fabrikant is Hulshout, Kanaalweg 10, 7564 HB Houten.
Winkel
De winkel Dekkers Droom Design is gevestigd in de Hoogstraat in Maassluis.

Slide 20 - Slide

Energizers

Slide 21 - Slide

Ik hou van…
Als leerlingen het eens zijn met de uitspraak van de leerkracht dan gaan ze staan. Twijfelen ze over de uitspraak of ben je het niet helemaal eens met de uitspraak dan ga je half staan, dus met de knieën gebogen. Ben je het niet eens met de uitspraak dan blijf je zitten.
De spelleider zegt: “ik hou van ………..”
Voorbeelden zijn:
- Chocolade
- Vakantie
- Muziek
- Snoepen
- Kamperen
- MSN’en
- Vroeg opstaan
Variant: Je kunt leerlingen zelf een zin laten zeggen en laten kijken
wie er met hun op staat

Slide 22 - Slide

Wie is het?
Als spelleider neem je 1 persoon uit de klas in gedachten. Iedereen
uit de klas gaat staan.
Om de beurt stelt iemand uit de klas een vraag aan de spelleider om er achter te komen wie de spelleider in gedachten heeft.
Bijvoorbeeld: Heeft hij/zij een bril? Antwoord: Nee
Dan mag iedereen met een bril gaan zitten. Antwoord: Ja. Dan mag iedereen zonder bril gaan zitten.
Vervolgens komt de volgende vraag.
Hoeveel vragen heeft de klas nodig om achter de persoon te komen. 
die de spelleider in gedachten heeft

Slide 23 - Slide