Hoofdstuk 5 – Beperking in de motoriek deel 1.

Mens & Zorg Hoofdstuk 
Beperkingen in de motoriek deel 1.
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 3,4

This lesson contains 27 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Mens & Zorg Hoofdstuk 
Beperkingen in de motoriek deel 1.

Slide 1 - Slide

Hoofdstuk 5 – Beperking in de motoriek

Startopdracht:
Pak je boek.
Open op bladzijde 103 Hoofdstuk 5

Slide 2 - Slide

1.1 Inleiding
Mensen met een motorische beperking hebben vaak hulp nodig bij de ADL (algemeen dagelijkse levensverrichtingen), zoals:
douchen;                                     
aankleden;
eten klaarmaken.


Slide 3 - Slide

5.2 Doelstellingen
Aan het einde van dit hoofdstuk weet je:
  • wat een motorische beperking is;
  • wat oorzaken en gevolgen kunnen zijn van een motorische beperking;
  • hoe je de zorgvrager kunt ondersteunen;
  • wat fysiotherapie en ergotherapie zijn;
  • welke hulpmiddelen er zijn.


Slide 4 - Slide

5.3 Motorische beperking
Mensen met een stoornis in het bewegingsstelsel, kunnen:
niet meer lopen.
niet meer één of meerdere armen of benen gebruiken.


Slide 5 - Slide

5.4 Oorzaken van een motorische beperking
Aandoening = een ziekte of klacht
Voorbeelden van oorzaken zijn:
  • Spierziekte
  • Aandoeningen van de gewrichten
  • Aandoening in de hersenen
  • Aandoeningen van de botten
  • Verlamming van één of meerdere ledematen
  • Missen van één of meerdere ledematen


Slide 6 - Slide

Spasticiteit

Symptoom van ALS kan zijn:
Spasticiteit =
Bepaalde spieren zijn overactief. De spieren zijn stijf en trekken samen. Dit samentrekken noem je spasmen. Hierdoor is bewegen moeilijk.
Dit komt ook voor bij:
Hersenvliesontsteking = ontsteking in het hersenvocht en van de vliezen om de hersenen en je ruggenmerg.
Beroerte = letterlijk een ‘ongeluk van de bloedvaten in de hersenen’. Beroerte is de verzamelnaam voor een herseninfarct en een hersenbloeding.




Slide 7 - Slide

Aandoening van de gewrichten

Bijvoorbeeld
Artrose =
Een aandoening aan het gewricht.
Het gewricht raakt soms ontstoken en het
bot bij het gewricht verandert.
Symptomen kunnen zijn:
pijn;
Stijfheid;
moeite met bewegen.


Slide 8 - Slide

Aandoening van de botten

Bijvoorbeeld Osteoporose =
Een aandoening aan de botten.
Ook wel botontkalking genoemd.
De botten worden minder stevig.
De structuur verandert.
Symptoom kan zijn:
groter risico op botbreuk.


Slide 9 - Slide

Missen van één of meerdere ledematen 
Bijvoorbeeld
Amputatie =
Tijdens een operatie is een lichaamsdeel verwijderd.
Bijvoorbeeld teen, voet, been of arm.
Oorzaken kunnen zijn:
  • verkeersongeval;
  • kanker (bijvoorbeeld borstkanker);
  • brandwonden.


Slide 10 - Slide

5.5 Omgaan met gezondheidsverlies
  • Leren leven met de ziekte

  • Vaak veel emoties, zoals verdriet opstandig of depressief

  • Accepteren van het verlies van gezondheid

  • Revalideren 

Slide 11 - Slide

Revalidatie:
Het herstellen (weer valide worden) na een ongeval, ziekte of operatie.
Fysiotherapie: behandeling van mensen met klachten of belemmeringen in het bewegingsstelsel.
Ergotherapie: Iemand met een beperking leert weer hoe hij zichzelf kan douchen of aankleden.


Slide 12 - Slide

5.6 Hulpmiddelen bij een motorische beperking
  • Rollator
  • (Elektrische) rolstoel
  • Buggy 

Slide 13 - Slide

Doelstellingen
Aan het einde van dit hoofdstuk weet ik: 
  1. wat er wordt bedoeld met een motorische beperking
  2. verschillende oorzaken van een motorische beperking
  3. hoe je omgaat met emoties
  4. welke hulpmiddelen er zijn

Slide 14 - Slide

Motorische beperking

Een motorische beperking:

als je niet meer kunt lopen of je armen/handen kunt gebruiken
kan aangeboren zijn of pas op latere leeftijd beginnen

Slide 15 - Slide

ziektebeelden bij een motorische beperking
Contracturen =
  • een niet normale stand van een gewricht of lichaamsdeel

MS (multiple sclerose) =
  • een aandoening van het centrale zenuwstelsel
  • stijve of zwakke spieren, spraakproblemen, stuurloze bewegingen

Spasticiteit =
  • een aandoening waarbij sprake is van een verhoogde spierspanning
  • te behandelen, maar niet te genezen


Slide 16 - Slide

Omgaan met gezondheidsverlies

Omgaan met een zorgvrager met een motorische beperking - Tips:
  • Hij is vaak geestelijk gezond – wees niet overdreven vriendelijk of behulpzaam
  • Zorg dat je weet wat hij nog zelf kan
  • Betuttel niet maar stimuleer tot zelfredzaamheid


Slide 17 - Slide

De rollator

Een rollator =
  • een hulpmiddel voor mensen die niet meer goed kunnen lopen
  • moet op de juiste hoogte ingesteld worden

Let op bij gebruik van een rollator, dat:
  • de zorgvrager veilig de stoep op en afgaat
  • de rollator op de rem staat, als de zorgvrager gebruik maakt van het zitje
  • de rollator elk jaar wordt gecontroleerd



Slide 18 - Slide

De (elektrische) rolstoel

De (elektrische) rolstoel=
  • stoel met wielen, voor mensen die niet kunnen lopen
  • veel verschillende soorten op maat gemaakt

Slide 19 - Slide

De buggy

De buggy =
  • vervoermiddel voor een kind dat zelfstandig kan zitten
  • kan tot een klein pakket in elkaar geklapt worden
  • makkelijk mee te nemen in auto, trein of bus.

Let op bij gebruik van een buggy, dat:
  • een veiligheidsgordel gebruikt wordt
  • de vergrendeling goed vast zit
  • het kind nergens zijn vingers in kan steken


Slide 20 - Slide

Aan de slag
Lezen + maken blz. 104 t/m 123  (opdracht 5.01 t/m 5.15)
Hoe? met behulp van de teksten, gedeelde filmpjes op de volgende slides en in je digitale boek kun je ze aanklikken. 

Slide 21 - Slide

Opdracht 5.04 blz. 107 'Opnieuw leren lopen'

Slide 22 - Slide

Opdracht 5.05 blz. 107 'Wat is atrose'

Slide 23 - Slide

1.Boek blz. 113 5.5. lezen 
2.Opdracht 5.09 (blz. 114)

Slide 24 - Slide

Opdracht 5.12 (blz. 117)

Slide 25 - Slide

maken 5.01 t/m 5.13 blz.104
Opdracht 5.14 (blz. 120)

Slide 26 - Slide

Aan de slag
Lezen + maken blz. 103 t/m 123 (opdracht 5.01 t/m 5.15) +  Daarna nakijken m.b.v. het nakijkblad. heb je dit gedaan dan af laten tekenen in het boek door de docent


Slide 27 - Slide