Uitleg en oefenen werkwoorden 2

In today's lesson:

Uitleg en oefenen onregelmatige werkwoorden (irregular verbs)

1 / 14
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

In today's lesson:

Uitleg en oefenen onregelmatige werkwoorden (irregular verbs)

Slide 1 - Slide

Lesson goals
- Je kunt een zin in de Past Simple zetten met een regelmatig werkwoord.
- Je weet van een aantal onregelmatige werkwoorden de verleden tijd.

Slide 2 - Slide

Schrijf de verleden tijd op van:
walk

Slide 3 - Open question

Regelmatige werkwoorden
Zijn ook wel bekend als 'zwakke' werkwoorden.​

Ze hebben vaste spellingsregels.​
Eindigen in de verleden tijd en voltooide tijd altijd op –d- of –ed- ​










Slide 4 - Slide

Wanneer ED/ D
1: Regelmatige werkwoorden die in de verleden tijd en voltooide tijd eindigen op –ed- ​
Ask, asked, have asked​
Look, looked, have looked​
2: Regelmatige werkwoorden die eindigen op een –e- in de verleden tijd en voltooide tijd eindigen op –d- ​
Live, lived, have lived​
Believe, believed, have believed









Slide 5 - Slide

Voltooid deelwoord
Om een voltooide tijd te maken, heb je altijd een hulpwerkwoord nodig.​


I have waited – Ik heb gewacht​
He has paid – Hij heeft betaald


Slide 6 - Slide

Schrijf de verleden tijd op van:
visit

Slide 7 - Open question

Schrijf de verleden tijd op van:
explain

Slide 8 - Open question

irregular verbs - practice
fall-->fell
get-->got
put-->put
take-->took
give-->gave
see-->saw
eat-->ate

Slide 9 - Slide

Schrijf de verleden tijd op van:
fall (vallen)

Slide 10 - Open question

Schrijf de verleden tijd op van
get (krijgen)

Slide 11 - Open question

Schrijf de verleden tijd op van:
put (plaatsen/zetten)

Slide 12 - Open question

Slide 13 - Link

Slide 14 - Link