Personale pronomina invullen

Personale pronomina
Vul steeds de juiste antwoorden in, gevolgd door een komma. 
Voorbeeld: jou, mijn, ik. 
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NT2HBOStudiejaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Personale pronomina
Vul steeds de juiste antwoorden in, gevolgd door een komma. 
Voorbeeld: jou, mijn, ik. 

Slide 1 - Slide

Wie helpt jou met Nederlands leren? -
__________ docent Frank helpt _________. Ik ben blij met __________ hulp.

Slide 2 - Open question

Heb je een beste vriend of vriendin? -
__________ beste vriend heet Henk. Ik bel _________ elke dag.

Slide 3 - Open question

Woon je met iemand samen? -
Ja, ik woon met __________ vrouw. Ik kook vaak voor _________.

Slide 4 - Open question

Zie je je familie vaak?
Ja, ik zie __________ ouders elke week. Ik bezoek _________ op zondag.

Slide 5 - Open question

Heb je huisdieren?
Ja, ik heb een kat. __________ naam is Max. Ik speel vaak met _________.

Slide 6 - Open question

Ken je je buren goed?
Ja, ik ken _________ goed. __________ huis staat naast_______ huis.

Slide 7 - Open question

Help je je collega’s soms?
Ja, ik help _________ vaak. Ze vragen _________ om advies.

Slide 8 - Open question

Komen vrienden vaak bij jullie thuis?
Ja, ze komen vaak bij _________. Dat is __________ tweede huis.

Slide 9 - Open question

Heb je kinderen?
Ja, ik heb twee kinderen. __________ school is dichtbij. Ik breng _________ elke dag met de fiets.

Slide 10 - Open question

Wat doe je als je broer je belt?
Ik neem __________ telefoon op of bel _________ later terug.

Slide 11 - Open question

Leen je soms spullen uit?
Ja, ik leen __________ boeken aan vrienden. Ze brengen _________ altijd terug.

Slide 12 - Open question

Ga je vaak met je vrouw op vakantie?
Ja, ik ga graag met _________. __________ vakanties zijn altijd leuk.

Slide 13 - Open question

Wie maakt het eten bij jullie thuis?
Meestal maakt mijn man het eten. Ik help _________ soms.

Slide 14 - Open question

Zie je je vrienden in het weekend?
Ja, ik zie _________ vaak. Ik ga graag iets met _________ drinken.

Slide 15 - Open question

Heb je contact met je familie in het buitenland?
Ja, ik bel _________ elke week. Het maakt me blij om __________ stemmen te horen.

Slide 16 - Open question