H1 Wat is criminaliteit? + H2 Ons beeld van criminaliteit 2223

Criminaliteit 
Hoofdstuk 1
Wat is criminaliteit? 
1 / 48
next
Slide 1: Slide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

Items in this lesson

Criminaliteit 
Hoofdstuk 1
Wat is criminaliteit? 

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen? 
Toets inzien 
Uitleg H1 
Zelfstandig werken

Slide 2 - Slide

Toets inzien
  • Geef antwoord op de hele vraag/alle onderdelen van de vraag.  Dus lees goed! 
  • Geen HIJ, ZIJ, HUN, dingen etc gebruiken. Dan is het fout! .....
  • Noteer een multiplechoice-antwoord met een HOOFDLETTER.
  • Als er een begrip in de vraag staat > Laat in je antwoord blijken dat je het begrip kent. Herhaal de vraag! Of staat er: Doe het zo: ..... Doe dat dan!
  • Tel je punten na!  Lees de tips op je toets....
  • Op een SE noteer je je voor- en achternaam. Klas, vak en SE-nr
  • Geen pijltjes oid gebruiken. Wijzig eventueel het vraagnummer.
  
timer
10:00

Slide 3 - Slide

Leerdoelen
-Je kan uitleggen wat criminaliteit is.
-Je kan beschrijven wat crimineel gedrag is en wanneer iemand een crimineel is.
-Je kan uitleggen waarom criminaliteit tijd- en plaatsgebonden is.
-Je kan het verschil tussen een overtreding en een misdrijf uitleggen.
-Je kan het verschil tussen zware criminaliteit en veelvoorkomende criminaliteit uitleggen.
   

Slide 4 - Slide

Wat is crimineel gedrag?

 In de samenleving gelden wetten en regels die bepalen hoe we elkaar dienen te gedragen. Er is onderscheid tussen verschillende regels: 

  • Wetten of rechtsregels zijn geschreven regels
  • Fatsoensnormen zijn ongeschreven regels


Rechtsregels zijn in de wet opgenomen

Slide 5 - Slide

Wat is criminaliteit? 

Regels hebben altijd te maken met waarden en normen:  

Waarde = een principe of uitgangspunt dat iemand belangrijk vindt.

Norm = afspraken of regels hoe mensen zich moeten gedragen.


  • Criminaliteit is het geheel van gedragingen dat door de wet strafbaar is gesteld. Overtreed je deze wet(ten) dan begaat iemand een strafbaar feit of delict. 
  • De meeste strafbare feiten staan beschreven in het Wetboek van Strafrecht.  bv: moord, verkrachting, inbraak,  mishandeling, oplichting

Slide 6 - Slide

Meerdere wetboeken
In het wetboek van strafrecht staan strafbare feiten omschreven zoals mishandeling, moord, fraude, diefstal etc. 

Er zijn ook andere wetboeken voor andere misdrijven zoals 
  • Wegenverkeerswet 
  • Opiumwet (drugs) 
  • Wet wapens en munitie 

Slide 7 - Slide

Welke misdrijf hoort bij welk wetboek?

Opiumwet

Wegen-
verkeerswet
Wet van wapens 
en munitie

Wetboek van strafrecht

XTC verkopen aan je beste vriend
Dronken terugrijden naar huis
Een zakje snoep stelen
Een flesje pepperspray meenemen

Slide 8 - Drag question

Niet iedere vorm van criminaliteit is even erg.
We maken onderscheid
Je kan het verschil tussen een overtreding en een misdrijf uitleggen.

Slide 9 - Slide

Twee soorten criminaliteit

Zware criminaliteit
  • moord, inbraak, verkrachting, overvallen, heling, verkoop van hard-drugs (ook: georganiseerde misdaad)

Veelvoorkomende criminaliteit
  • winkeldiefstal, voetbalvandalisme, zinloos geweld, graffiti, zwartrijden  (meestal: vooral hinderlijk)

Slide 10 - Slide

  • Godslastering was  vroeger verboden
  • Sinds 2000 is prostitutie niet meer verboden
  • Overspel is niet meer strafbaar
  • Hacken van computers of cybercriminaliteit is nu strafbaar
  • Vroeger stonden er gevangenisstraffen op homoseksualiteit

Je kan uitleggen waarom criminaliteit tijd- en plaatsgebonden is.
Criminaliteit is tijdgebonden

Slide 11 - Slide

0

Slide 12 - Video

  • In Nederland is abortus en euthanasie toegestaan. 
  • (Vuur)wapens zijn in Nederland verboden. In de VS niet
  • Nederland kent geen doodstraf maar in Iran staat de doodstraf op homoseksualiteit
  • In Saudi Arabië is autorijden voor vrouwen verboden
Je kan uitleggen waarom criminaliteit tijd- en plaatsgebonden is.
Rechtsregels zijn plaatsgebonden

Slide 13 - Slide

Jongeren en criminaliteit

  • Met name jongeren (en dan vooral jongens)  tussen 16-23 jaar plegen veelvoorkomende criminaliteit (diefstal, vandalisme)

  • Tot 18 jaar (bij veelvoorkomende criminaliteit) een lichte taakstraf (HALT= Het Alternatief

  • 5% van de jongeren pleegt vaker iets strafbaars (recidive), meestal steeds zwaardere misdrijven.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Jongeren en criminaliteit


We kijken twee filmpjes over jongeren die in aanraking komen met justitie. De straffen verschillen in deze twee zaken. 

Bedenk waarom.

 

Slide 16 - Slide

0

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Aan de slag! 

Verplicht
Lezen: H1 blz 6 t/m 9  
Maken: opdr. 1, 4ab, 8, 12, 13, 14 en samenvatting blz 15

Keuze
Eindexamensite > criminaliteit
Quizlet
Begrippenlijst blz 14
Kijken: docu's in deze LessonUp

Slide 19 - Slide

Criminaliteit 
Hoofdstuk 2
Ons beeld van criminaliteit 

Slide 20 - Slide

Wat gaan we doen? 
Nieuwsquiz
H1 herhalen
Uitleg H2
Zelfstandig aan het werk! 
Meld je alvast even aan bij LessonUp! 

Slide 21 - Slide

Samenvatting (sleep naar de juiste plek)
Als iemand fatsoensregels overtreedt, noemen we dit                          gedrag. Als je een wet overtreedt, dan is dat            gedrag. Als je niet stopt voor rood licht, is dat een                         . De politie kan je daarvoor bekeuren. Diefstal is een voorbeeld van een                   . De                   kan dan voor de rechter komen. Als je schuldig bent kun je een                    krijgen.
timer
5:00
Asociaal
misdrijf
overtreding
strafblad
strafbaar
verdachte

Slide 22 - Drag question

Een ander woord voor strafbaar feit noem je een
A
conflict
B
inzicht
C
delict
D
stoplicht

Slide 23 - Quiz

Welk gedrag wordt beschouwd als een misdrijf?
A
Geen id kaart bij je hebben
B
In het donker fietsen zonder licht
C
Mobiel bellen achter het stuur
D
Een winkeldiefstal plegen

Slide 24 - Quiz

Criminaliteit
Les 1: H1 Wat is criminaliteit?  
Les 2: H2 Ons beeld van criminaliteit


Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video


Criminaliteit is een maatschappelijk probleem

Slide 27 - Slide

Waarom?


1. Veel mensen hebben er last van 
(niet-materieel /materieel)
>het bedreigt de maatschappelijke normen en waarden >
* Politie doet weinig aan fietsendiefstal  > mensen pikken een andere fiets "terug"

2. Veel verschillende meningen en belangen bij de oplossing van het probleem. 


Slide 28 - Slide

Waarom?

3.  De media berichten veelvuldig over het probleem en beïnvloeden zo de publieke opinie

4.  Het is een politiek probleem en behoeft gezamenlijke oplossing. Criminaliteit staat altijd op de politieke agenda. Er moeten wetten en regels gemaakt worden en oplossingen bedacht worden


Slide 29 - Slide

Materiële gevolgen
  • Kosten die je maakt als je zelf slachtoffer bent (ziekenhuisopname, nieuw slot op de deur laten zetten)
  • Hogere prijzen voor producten of diensten
(verzekeringskosten, duurdere producten )

  • De kosten voor de bestrijding van criminaliteit
(salaris van politieagenten, bewaking van je bedrijf, kosten voor camera's, sloten enz)
Je kan een voorbeeld noemen van materiële schade en een voorbeeld van niet-materiële schade noemen.

Slide 30 - Slide

Immateriële gevolgen
  • Gevoelens van angst en onzekerheid (niet meer over straat durven, altijd bang)
  • Criminaliteit tast je rechtsgevoel aan (morele verontwaardiging: boosheid/ oneerlijk)
  • Normvervaging - verdwijning van het besef dat regels nageleefd moeten worden
  • Criminaliteit is een bedreiging voor de rechtsstaat; gevaar voor eigenrichting
mensen vinden de regels steeds minder belangrijk
mensen gaan voor eigen rechter spelen
Je kan een voorbeeld noemen van materiële schade en een voorbeeld van niet-materiële schade noemen.

Slide 31 - Slide

Ons beeld van criminaliteit

Slide 32 - Slide

De rol van de media
  • De media hebben invloed op hoe wij over criminaliteit denken:
  • De media berichten veel over criminaliteit omdat mensen het graag lezen/horen. Dit wordt vaak op een sensationele manier gedaan (zodat de media meer kijkers/lezers krijgen)
  • Door de media kunnen er stereotypen ontstaan. 
  • De media hebben dus een grote invloed op de beeldvorming en daarmee ook op de publieke opinie
De manier waarop een beeld over een persoon, een groep mensen of een organisatie ontstaat in de media. Dit beeld hoeft niet de werkelijkheid te zijn.

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Hoe wordt criminaliteit gemeten? 

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Video

Slide 40 - Link

Criminaliteit is een tijd- en plaatsgebonden begrip. Welk van de onderstaande voorbeelden is een voorbeeld van criminaliteit als plaatsgebonden begrip?
A
In grote steden vindt meer criminaliteit plaats dan in dorpen.
B
In Nederland worden jaarlijks meer fietsen gestolen dan in Noorwegen.
C
In veel landen is abortus verboden, in Nederland niet.
D
Vroeger was prostitutie in Nederland verboden, nu niet meer.

Slide 41 - Quiz

Er bestaan verschillende manieren om de aard en omvang van criminaliteit te meten.

Welk soort statistiek of onderzoek zal het beste beeld geven van de omvang van internetfraude?
A
dader-enquêtes
B
politiestatistieken
C
rechtbankstatistieken
D
slachtofferenquêtes

Slide 42 - Quiz

Door criminaliteit gaan de verzekeringspremies omhoog.
Dus het heeft:
A
immateriële gevolgen
B
Materiële gevolgen

Slide 43 - Quiz

Een juwelier wordt overvallen wat zijn de materiele gevolgen?
A
nachtmerries
B
nieuwe beveiligingscamera's ophangen
C
nieuwe sieraden bestellen
D
medewerkers durven niet meer te werken

Slide 44 - Quiz

Aan de slag! 

Verplicht
Lezen: H1 blz 6 t/m 9  + Lees H2 blz.16 t/m 18.
Maken: H1 opdr. 1, 4ab, 8, 12, 13, 14 en  H2  opdr: 10 + maken Examenopgaven blz 26 en 27 + tabellen en grafieken blz 28 en 29

 Keuze: 
Oefen met de eindexamensite
oefen de begrippen met Quizlet
Lees vast H3 door.     

Slide 45 - Slide

Aan de slag! 
H2 Ons beeld van criminaliteit + tabellen en grafieken

Verplicht: 
Lees H2 blz.16 t/m 18.  
H2 Maken opdr: 10 + maken Examenopgaven blz 26 en 27 + tabellen en grafieken blz 28 en 29

Keuze: 
Oefen met Examenkracht 
oefen de begrippen met Quizlet
Lees vast H3 door.
timer
15:00

Slide 46 - Slide

Slide 47 - Link

Slide 48 - Link