Satzanalyse

zinsontleding
onderwerp
persoonsvorm
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
1 / 11
next
Slide 1: Slide
DuitsWO

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

zinsontleding
onderwerp
persoonsvorm
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp

Slide 1 - Slide

Satzanalyse = zinsontleding
Subjekt = onderwerp 
Verben = werkwoorden
Akkusativobjekt = lijdend voorwerp
Dativobjekt = meewerkend voorwerp

Slide 2 - Slide

die Fälle
Subjekt = Nominativ (1) 
Akkusativobjekt = Akkusativ (4)
Dativobjekt = Dativ (3)

Slide 3 - Slide

Beispiel: Nominativ

De vrouw geeft het meisje een kado.
de vrouw = onderwerp/Subjekt
Frau = feminin
 1. Fall feminin = die (der-Schema)
Die Frau geeft het meisje een kado.

Slide 4 - Slide

Beispiel: Akkusativobjekt

De vrouw geeft het meisje een kado.
lijdendvoorwerp/ Akkusativobjekt = een kado
das Geschenk = neutral (het kado)(ein Schema)
4. Fall neutral = ----
Die Frau geeft het meisje ein Geschenk

Slide 5 - Slide

Beispiel: Dativobjekt

De vrouw geeft het meisje een kado.
het meisje = meewerkendvoorwerp/Dativobjekt
das Mädchen = neutral (der Schema)
Dativ neutral = dem
Die Frau geeft dem Mädchen ein Geschenk.

Slide 6 - Slide

Die Lösung: de oplossing


De vrouw geeft het meisje een kado.

Die Frau gibt dem Mädchen ein Geschenk.

Slide 7 - Slide

(Ik) kann das nicht.
timer
0:30

Slide 8 - Open question

Mein ..... Freund hat ein..... Küche.
timer
2:00

Slide 9 - Open question

D.... Lehrer öffnet ein.... Tür.
timer
2:00

Slide 10 - Open question

Was hast du d.... Mann gesagt?
timer
1:00

Slide 11 - Open question