Les 6 - Hechting2

Welkom! 
Les zes van het keuzedeel Jeugd en Opvoedhulp. Vandaag gaan we verder met hechting.



1 / 30
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 30 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 135 min

Items in this lesson

Welkom! 
Les zes van het keuzedeel Jeugd en Opvoedhulp. Vandaag gaan we verder met hechting.



Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Maar eerst een terugblik
Even bijpraten, wat hebben we vorige week gedaan?

Wat popt er op?

Slide 2 - Slide

(Bowlby, 1969) 


Programma 

  • Theorie 
  • Opdrachten 

Slide 3 - Slide

We starten met artikel uit NRC. Ben benieuwd wat jullie hiervan vinden. 

Vervolgens theorie, pauze, theorie en sluiten we de les alweer af :) 
Gehechtheid 
Definitie hechting: 'er is sprake van gehechtheid (of hechting) als een kind of volwassene sterk geneigd is om nabijheid van een specifieke persoon op te zoeken in situaties van angst, vermoeidheid, spanning of ziekte. Het ontvangen van troost en zorg bezorgt het kind een gevoel van veiligheid' 

Wanneer zou de hechting starten? 

Slide 4 - Slide

(Bowlby, 1969) 


Zwangerschap  
  • Na zes maanden zwangerschap 
      worden er hechtingsprocessen
      in gang gezet. 
  • De baby hoort geluiden die
     afkomstig zijn van buiten de
     baarmoeder. 
  • De baby reageert op angst
      reacties van zijn moeder. 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Gehechtheid na de geboorte (eerste fase) 
De eerste fase van gehechtheid bij een pasgeboren baby is een periode van zich oriënteren en signalen opvangen. De baby kan nog geen onderscheid maken tussen opvoeders. 

Deze fase duurt ongeveer 8 tot 12 weken. 



Slide 6 - Slide

De baby is afgestemd om bepaalde signalen uit de omgeving op te vangen, bijvoorbeeld menselijk stemgeluid. Als de baby dit signaal opvangt kan hij zelf signalen uitzenden om zijn behoeftes te bevredigen. Dat baby kan huilen, geluidjes maken, volgen met de ogen en lachen. Door deze signalen uit te zenden zorgt hij ervoor dat de ouder bij hem in de buurt blijft en hem verzorgt. 
Tweede fase van gehechtheid (3 tot 6 maanden) 
  • In deze fase raakt de baby afgestemd op enkele personen (ouders/opvoeders). 
  • De baby richt zijn nabijheidszoekend gedrag op deze personen. De baby zend signalen uit (huilen, lachen, geluidjes) en dit wordt het makkelijkst begrepen door de ouders/opvoeders. 

Slide 7 - Slide

De baby laat zich bijvoorbeeld het meest makkelijk troosten door zijn ouder, in plaats van een willekeurige volwassene. 

Dit kan dus ook opa/oma zijn als die vaak oppassen. 
Derde fase van gehechtheid (6 maanden tot 3 jaar) 

  •  De baby heeft in deze fase de behoefte aan nabijheid van een specifieke persoon (ouder/verzorger) 
  • De baby zorgt ervoor dat hij deze nabijheid krijgt door middel van beweging en signalen 
  • De baby vertoont in deze fase actief hechtingsgedrag 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Actief hechtingsgedrag 
  • De baby zoekt actief de nabijheid op van zijn ouders. De
      baby doet dit bewust omdat hij dichtbij zijn ouders wilt zijn. 
  • Scheiding van ouders roept angst op. Het kind kan boos
      worden en gaan huilen. Dit noemt men ook wel
      separatieangst/scheidingsangst genoemd. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Vierde fase van gehechtheid (vanaf drie jaar) 
  • In deze fase kan het kind zich verplaatsen in de gehechtheidspersoon (ouder/verzorger). 
  • Zo kan een jonger kind gaan huilen als zijn moeder aandacht besteedt aan een ander kind. 
  • Een kind vanaf drie jaar kan aan zijn moeder vragen of zij met hem wilt spelen. 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

  • In deze fase kan het kind zich verplaatsen in de gehechtheidspersoon (ouder/verzorger). 
  • Zo kan een jonger kind gaan huilen als zijn moeder aandacht besteedt aan een ander kind. 
  • Een kind vanaf drie jaar kan aan zijn moeder vragen of zij met hem wilt spelen. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Onderzoekers 
  • Harlow
  • Bowlby 
  • Ainsworth 




Slide 12 - Slide

We weten nu hoe een gezonde hechtingsrelatie tot stand komt. Veel onderzoekers hebben onderzoek gedaan naar hechting. Iedere onderzoeker kijkt met een andere bril naar hechtingsrelaties.
Harlow 
  • Voerde hechtings-
      experimenten uit met baby
      aapjes. 
  • Harlow onderzocht of de
      aapjes, naast voedsel, ook
      behoefte hadden aan de
      nabijheid van een moeder. 

Slide 13 - Slide

.
Experiment Harlow 
Concludeerde na experiment met
apen dat  nabijheid/warmte een belangrijk onderdeel is voor
hechting. 

Hoe ging dit experiment in zijn werk? video. 


Slide 14 - Slide

Harlows experimenten waren controversieel. Onder andere hield hij babyaapjes gedurende twee jaar in isolatiecellen van waaruit ze ten slotte zwaar gestoord tevoorschijn kwamen. In een ander experiment onderzocht hij het gedrag van resusaapjes. 

Hij sloot een aapje op in een kooi met twee metalen apen. De ene omwikkeld met stof maar zonder melk, de tweede zonder stof maar met melk. Hij dacht dat voedsel de belangrijkste factor was voor gehechtheid. Het aapje koos echter de met stof omwikkelde dummy. Dit betekende dat aanraking een belangrijkere factor is voor gehechtheid

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Bowlby 
  • Kinderpsychiater uit London 
  • Lastige jeugd 
  • Interesse jeugdcriminaliteit 
  • Grondlegger van
     gehechtheidstheorie 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Onderzoeken  
  • Onderzoek thuisloze kinderen
      (oorlog - 1951)
  • Verder onderzoek gehechtheid  
  • Attachment & loss (1969) 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Conclusies Bowlby
  • Gehechtheid is een
     fundamentele behoefte 
  • Gebaseerd op Harlow 
  • Alle kinderen hechten
     (ondanks kwaliteit
      opvoeding) 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Ainsworth 
  • Onderzoek  naar de interactie tussen ouder  en kind. 
  • Gehechtheidsgedrag & stressvolle
      situaties. 

Om dit te onderzoeken heeft zij de vreemde situatie test bedacht. 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Opdracht Ainsworth 
  • Je gaat onderzoek doen naar de theorie van Ainsworth. 
  • Je beantwoord de vragen  en werkt dit uit op minimaal 1 A4
  • stripverhaal



Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Ainsworth 
  • Wat houdt de vreemde situatie
     test in? 
  • Wat  wilde Ainsworth onderzoeken door middel van deze test? 

Uitgangspunten test 
Variabelen waarop gescoord wordt 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Uitgangspunten
  • Nieuwe omgeving, confrontatie met een vreemde, scheiding van opvoeder (stressfactoren) 
  • Deze factoren zullen gehechtheidsgedrag oproepen
  • Terugkeer gehechtsheidspersoon helpt om deze stress te verlichten als er sprake is van veilige hechting.  


Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Aan de hand van de scores wordt er een inschatting gemaakt van de aard van de gehechtsheidsrelatie. 

Er wordt gescoord op de volgende punten: 
  • Nabijheid en contact zoeken 
  • Afwerend gedrag
  • Vermijdend gedrag 
  • Zoek gedrag (tijdens scheidingsperiode) 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Typen gehechtheid 
Welke typen gehechtheid onderscheidde Ainsworth? 


A,B,C-classificatie. In later  onderzoek 'D' toegevoegd. 

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Type B: veilig gehecht 
  • Kinderen zijn angstig als ouder
     weggaat, zoeken toenadering bij
     terugkomst. 
  • Balans tussen exploreren en gehechtheidsgedrag. 

Ouders zijn sensitief, responsief en toegankelijk. (70% in VS) 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Type A: onveilig vermijdend gehecht 
  • Exploreren tijdens scheiding.
  • Vermijden opvoeder bij terugkomst. 
  • Zelfstandig (meer dan nodig) 

Ouder weinig sensitief, zakelijk, afstandelijk.  (20% in VS) 

Slide 27 - Slide

Bijv: Jorien 
Type C: onveilig angstig ambivalent gehecht
  • De afwezigheid van de opvoeder leidt tot angst
  • Ontroostbaar (vastklampen) 
  • Tegelijkertijd boos (afwerend
      gedrag) 

Ouder inconsequent, onvoorspelbaar. (10% VS) 

Slide 28 - Slide

Bijv: broertje Jorien 
Type D: onveilig gedesoriënteerde of gedesorganiseerde hechting 
  • Bij deze kinderen is sprake van gedrag met kenmerken van hechtingstype A en C.  
  • Gedesorganiseerd gedrag (huilen/roepen tijdens scheiding, bij terugkomst vermijden, boos) 

Getraumatiseerde kinderen 

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting 
Tot volgende week!

Slide 30 - Slide

This item has no instructions