1B - Chronologie - Examentraining kenmerkende aspecten

Het is handig om te onthouden hoeveel KA's elk tijdvak heeft.
Dan weet je ook of je er nog één vergeten bent van dat betreffende tijdvak
De namen van het tijdvak verwijzen vaak al naar één of twee kenmerkende apsecten. Bijvoorbeeld tijdvak 5 De tijd van ontdekkers en hervormers. Ontdekkers verwijst naar de expansie van overzeese gebiedsdelen. Hervormers naar de reformatie
1 / 33
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 33 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Het is handig om te onthouden hoeveel KA's elk tijdvak heeft.
Dan weet je ook of je er nog één vergeten bent van dat betreffende tijdvak
De namen van het tijdvak verwijzen vaak al naar één of twee kenmerkende apsecten. Bijvoorbeeld tijdvak 5 De tijd van ontdekkers en hervormers. Ontdekkers verwijst naar de expansie van overzeese gebiedsdelen. Hervormers naar de reformatie

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video


-In bijna elk centraal examen gaan meerdere vragen rechtsstreeks over de kenmerkende aspecten. 
-25% van de vragen gaan over de tijdvakken en de KA's.
-Als je de tijdvakken en KA's goed kent heb je een goed historisch overzicht. Je kunt dan beredeneren in welke tijd zich iets afspeelde
-Elke vraag in het examen is te koppelen aan een of meer KA's
Training over de kenmerkende aspecten en de tijdvakken


Waarom zijn de KA's zo belangrijk?:
Als er naar Kenmerkende Aspecten gevraagd wordt in het examen, antwoord dan nooit met een nummer. Dat wordt niet goed gerekend. Altijd de inhoud (mag in eigen woorden) benoemen. 

Slide 3 - Slide

KA's zijn niet makkelijk te onthouden omdat het vaak lange zinnen zijn. Die zinnen zijn vaak ook in moeilijk Nederlands geformuleerd.
Dus moet je bij het leren van de KA's slim zijn.  
In de eerstvolgende dia zie je de volledige tekst van de KA's van tijdvak 5, 6 en 7 (de vroegmoderne tijd). Vereenvoudig de KA's, werk in 3-tallen.

TIP: Je mag de KA's in je eigen woorden formuleren, mits de kernbegrippen erin blijven.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Let op:

Als er een KA gevraagd wordt, geef dan wel altijd antwoord in een hele zin!

Slide 7 - Slide

Opdracht:

Leer voor de volgende les alle Kenmerkende Aspecten van tijdvak 5 en 6 in de verkorte versie. 
De les erop doen we 5, 6 en 7. De les erna 5, 6, 7 en 8 etc.
Op je examen ken je ze zo allemaal!

Slide 8 - Slide

Vind je het lastig? 
Zoek naar verbanden:

Sommige KA's hebben met elkaar te maken.
Zo is er een serie over hoe mensen denken.

En er is ook een serie over de contacten van Europeanen met de gebieden buiten Europa

Zie de volgende twee slides

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Als je de vorige slide goed bekeken hebt, zie je dat in elk tijdvak één Kenmerkend Aspect over de contacten buiten Europa gaat.
Dus als je een KA vergeten bent, kun je je altijd afvragen, heb ik het al over de situatie buiten Europa gehad?

Slide 12 - Slide

Opdracht:

Op de volgende slide staan begrippen uit tijdvak 5, 6 en 7. 
Maak drie rijtjes en plaats de begrippen bij het juiste tijdvak.

In de daaropvolgende slide staat het antwoord.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Manieren om ka's te leren
  • Leer ze per tijdvak.
  • Maak ze eerst makkelijker, hak op in klein stukjes, leer kernwoorden.
  • Zorg dat je alles begrijpt, zoek dingen op die je niet begrijpt. 
  • bedenk of zoek eenvoorbeeld bij een ka.

Komt de tekst niet in je hoofd?
Zoek een plaatje van een ka, of maak een tekening.
 

Heb je ze makkelijker gemaakt?

  • Leer er niet teveel tegelijk!
  • herhaal vaak!
  • Schrijf ze op / over
  • maak flashcards, of
https://quizlet.com/nl/677498467/kenmerkende-aspecten-havo-flash-cards/

Slide 16 - Slide

In de 2 slides hieronder dezelfde truc. 
Nu voor de KA's van tijdvak 8, 9, 10   (de moderne tijd)

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Meerdere opdrachten


Op de resterende slides staan oude examenvragen over tijdvakken en kenmerkende aspecten.

Op de eerste slide de vraag en eventueel een bron.
Op de volgende slide het antwoord.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide