Professioneel telefoneren & vergaderruimtes

Professioneel telefoneren & vergaderruimtes

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomiePraktijkonderwijsLeerjaar 4,5

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Professioneel telefoneren & vergaderruimtes

Wat weet je al over professioneel telefoneren en vergaderruimtes reserveren?

Leerdoel van de les

Aan het einde van de les kun je professioneel de telefoon opnemen, gesprekken noteren, doorverbinden en een vergaderruimte reserveren, inclusief opties, prijs en reactietermijn.

Professioneel bellen: de eerste indruk

Wanneer je de telefoon opneemt, zorg dan voor een duidelijke begroeting: "Goedemorgen, [bedrijfsnaam], u spreekt met [naam]. Waarmee kan ik u helpen?" Dit zorgt voor een professionele indruk.

Telefoon doorverbinden en notities maken

Notitie bij afwezigheid

Noteer: naam beller, bedrijf, onderwerp en telefoonnummer.

Doorverbinden

Vertel eerst wie er belt en waarom. Zorg dat het gesprek soepel wordt overgedragen.

Een vergaderruimte reserveren

Vraag naar het aantal personen, cateringwensen en benodigde apparatuur. Benoem dat het een optie is, noem de prijs en geef een reactietermijn aan.

Klassikaal oefenen

Oefen samen: telefoon opnemen en doorverbinden, notities maken en een reservering bespreken. Gebruik duidelijke uitleg en professioneel taalgebruik.

Zelfstandig oefenen: opdrachten

Maak een reservering: personeelsaantal, catering, apparatuur, prijs en reactietermijn. Vermeld duidelijk de optie.

Reserveren (P10)

In tweetallen: opnemen, doorverbinden en notitie maken bij afwezigheid.

Telefonie (P02)

Check jezelf en peerfeedback

Zijn je notities en reservering duidelijk? Is de optie genoemd? Vraag feedback op je houding en taalgebruik.

Afronding & vooruitblik

Mail een korte samenvatting van het telefoongesprek en de reservering naar de docent. Onthoud: duidelijk communiceren = professioneel werken. Volgende les: omgaan met drukte bij de receptie.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.