NT2 aanwijzende voornaamwoorden (les 16 basisgramm)

aanwijzend voornaamwoord

                                    dichtbij            ver weg

de- woord:            deze             die

het-woord:            dit                  dat

meervoud:             deze              die

1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsBasisschoolGroep 2Leerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

aanwijzend voornaamwoord

                                    dichtbij            ver weg

de- woord:            deze             die

het-woord:            dit                  dat

meervoud:             deze              die

Slide 1 - Slide

dichtbij:
Van wie is ..... boek?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 2 - Quiz

ver weg:
.... man loopt erg hard
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 3 - Quiz

dichtbij:
Van wie is ..... tas?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 4 - Quiz

dichtbij:
Waar moet ik .... boek leggen?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 5 - Quiz

ver weg:
Waar gaat .... meisje heen?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 6 - Quiz

ver weg:
Wie kent .... jongen?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 7 - Quiz

dichtbij:
.... hond is lief
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 8 - Quiz

dichtbij:
.... potlood moet geslepen worden
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 9 - Quiz

ver weg:
jij maakt .... toets
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 10 - Quiz

ver weg:
Waar is .... leuke winkeltje?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 11 - Quiz

ver weg:
Wie zijn .... jongens?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 12 - Quiz

dichtbij:
Waar komen .... meisjes vandaan?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 13 - Quiz

ver weg:
Leg jij .... lepels in de la?
A
die
B
deze
C
dit
D
dat

Slide 14 - Quiz

Bezittelijk voornaamwoorden
https://wordwall.net/nl/resource/52809864/nederlands-als-tweede-taal/bezittelijk-voornaamwoord-quiz

Slide 15 - Slide

Pak je wisbordje
Luister naar de zin en schrijf het goede antwoord op! 

Slide 16 - Slide