6.4

Herhaling 6.4 Is het eerlijk verdeeld? 
Degressief belastingtarief
Proportioneel belastingtarief
Progressief belastingtarief
Leg met de Lorenzcurve uit dat ons progressieve belastingstelsel nivellerend werkt
1 / 21
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Herhaling 6.4 Is het eerlijk verdeeld? 
Degressief belastingtarief
Proportioneel belastingtarief
Progressief belastingtarief
Leg met de Lorenzcurve uit dat ons progressieve belastingstelsel nivellerend werkt

Slide 1 - Slide

Het belastingpercentage wordt hoger naarmate het belastbaar inkomen toeneemt.

Slide 2 - Slide

Progressief belastingtarief (2)
Progressief tarief: naarmate je meer verdient, wordt het heffingspercentage groter → nivellerend (inkomensverschillen worden naar verhouding kleiner)  

Het schijventarief in box 1 is hier een voorbeeld van.   

Bij een progressief belastingstelsel betaal je dus ook PROCENTUEEL meer belasting bij een hoger inkomen.  

Slide 3 - Slide

Het belastingpercentage wordt lager naarmate het belastbaar inkomen toeneemt.

Slide 4 - Slide

Degressief belastingtarief (2)
Degressief tarief: naarmate je meer verdient, wordt het heffingspercentage kleiner → denivellerend (inkomensverschillen worden naar verhouding groter)  

Bij een degressief belastingstelsel betaal je dus ook PROCENTUEEL minder belasting bij een hoger inkomen.  

Slide 5 - Slide

Het belastingpercentage blijft gelijk naarmate het belastbaar inkomen toeneemt.

Slide 6 - Slide

Proportioneel belastingtarief (2)
Proportioneel tarief: naarmate je meer verdient, wordt blijft heffingspercentage gelijk → de relatieve inkomensverschillen blijven gelijk.


Bij een proportioneel belastingstelsel betaal je dus ook PROCENTUEEL evenveel belasting bij een hoger inkomen.  

Slide 7 - Slide

Nivellering en denivellering
Nivellering: De verschillen tussen de inkomens worden in verhouding kleiner.
Denivellering: De verschillen tussen de inkomens worden in verhouding steeds groter.

Zorgt het Nederlandse belastingstelsel voor (de)nivellering?

Slide 8 - Slide

Controle quiz
Even snel een aantal vragen!

Slide 9 - Slide

Wat is een aftrekpost bij de inkomstenbelasting?
A
hypotheekaflossing
B
hypotheekrente

Slide 10 - Quiz

Inkomstenbelasting is progressief want met hoger inkomen betaal je naar verhouding meer belasting.
A
juist
B
onjuist
C
Wat?
D
Wanneer hebben we extra lessen?

Slide 11 - Quiz

Waar bestaat de loonheffing uit?
A
nettoloon en loonbelasting
B
loonbelasting en sociale premies werkgever
C
sociale premies werkgever en sociale premies werknemer
D
loonbelasting en sociale premies werknemer

Slide 12 - Quiz

Juist of onjuist?

Het belastbaar inkomen wordt hoger door de aftrekposten.
A
juist
B
onjuist

Slide 13 - Quiz

Welke van de volgende zijn alleen maar aftrekposten?

A
reiskosten en hypotheekrente
B
hypotheekrente en een auto van de zaak
C
loon en eigenwoningforfait
D
studiekosten en eigenwoningforfait

Slide 14 - Quiz

Bruto-inkomen € 60.000,- € 40.000,-
Netto-inkomen € 36.000,- € 28.000,-
Is hier sprake van nivellering of een denivellering van de inkomens?
A
nivellering
B
denivellering
C
er is van beide geen sprake

Slide 15 - Quiz

Als alle leerlingen er per maand € 20,- bij krijgen, is er dan sprake van nivellering, denivellering of geen van beide?
A
nivellering
B
denivellering
C
geen van beide

Slide 16 - Quiz

Door nivellering komt de Lorenzcurve verder van de diagonaal af te liggen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quiz

Wanneer 2 personen met een verschillend loon 5% verhoging krijgen is er sprake van ....
A
Nivellering
B
Denivellering
C
Niet nivellerend en niet denivellerend

Slide 18 - Quiz

Wat voor soort belastingstelsel heeft Nederland?
A
Proportioneel belastingstelsel
B
Degressief belastingstelsel
C
Progressief belastingstelsel
D
-

Slide 19 - Quiz

Bruto-inkomen € 60.000,- € 40.000,-
Netto-inkomen € 36.000,- € 28.000,-
Is hier sprake van nivellering of een denivellering van de inkomens?
A
nivellering
B
denivellering
C
er is van beide geen sprake

Slide 20 - Quiz

Als de inkomensverschillen in verhouding groter worden, spreek je van ...
A
Vlaktaks
B
Nivellering
C
Denivellering
D
Belastingvoordeel

Slide 21 - Quiz