Oefenen voor het SE: Voorsteling of Vormgeving deel 1

In de vragen van de SE's bij Kunstvakken 2 wordt er heel vaak aan je gevraagd om een 'aspect van de voorstelling' of
een 'aspect van de vormgeving' te beschrijven.
'Aspect' betekent eigenlijk gewoon een "ding".
Voorstelling gaat over wat er te zien is. Vormgeving over hoe iets gedaan is.
Probeer de vragen in deze les zo goed mogelijk te beantwoorden. 
KLIK OP DE AFBEELDINGEN OM ZE TE VERGROTEN
Oefenen voor het SE
Voorstelling of Vormgeving
1 / 33
next
Slide 1: Slide
TekenenMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

In de vragen van de SE's bij Kunstvakken 2 wordt er heel vaak aan je gevraagd om een 'aspect van de voorstelling' of
een 'aspect van de vormgeving' te beschrijven.
'Aspect' betekent eigenlijk gewoon een "ding".
Voorstelling gaat over wat er te zien is. Vormgeving over hoe iets gedaan is.
Probeer de vragen in deze les zo goed mogelijk te beantwoorden. 
KLIK OP DE AFBEELDINGEN OM ZE TE VERGROTEN
Oefenen voor het SE
Voorstelling of Vormgeving

Slide 1 - Slide

Bekijk afbeelding 1
Wat is waar?
De voorstelling op afbeelding 1 is een . . .
Voorstelling
A
Schematische voorstelling
B
Voorstelling naar de verbeelding
C
Voorstelling naar de waarneming
D
Realistische voorstelling

Slide 2 - Quiz

Bekijk afbeelding 2
Op afbeelding 2 zie je
een voorbeeld van een:
Voorstelling
A
Portret
B
Non-figuratieve voorstelling
C
Stilleven
D
Landschap

Slide 3 - Quiz

Bekijk afbeelding 3
Op afbeelding 3 zie je
een voorbeeld van een:
Vormgeving
A
Warm-koud contrast
B
Bruin kleurengamma
C
Complementair contrast
D
Licht donker contrast

Slide 4 - Quiz

Bekijk afbeelding 4
Welke bewering is juist?
Op afbeelding 4 zie je een . . .
Vormgeving
A
Symmetrische compositie
B
Verticale compositie
C
Ritmische compositie
D
Horizontale compositie

Slide 5 - Quiz

Bekijk afbeelding 5
Bij afbeelding 5 zie je
de meest verzadigde kleur in:
Vormgeving
A
Ring 1
B
Ring 3
C
Ring 2
D
Ring 5

Slide 6 - Quiz

Bekijk afbeelding 6!
De stand van de kop
op afbeelding 6 noem je:
Voorstelling
A
En Profil
B
Driekwart stand
C
Achterwaards
D
Frontaal

Slide 7 - Quiz

Bekijk afbeelding 7!
Op afbeelding 7 zie je
een voorbeeld van:
Vormgeving
A
Onverzadigde kleuren
B
Complementaire kleuren
C
Primaire kleuren
D
Tertiaire kleuren

Slide 8 - Quiz

Bekijk afbeelding 8
De meest opvallende
voorstellingsaspecten
in afbeelding 8 zijn . . .
Voorstelling
A
de symbolen en attributen die de personen bij zich dragen
B
vormen en kleuren in het interieur waar de figuren zich bevinden.
C
De dynamische lichaamshouding en de angstige gezichtsuitdrukking van de figuren.
D
De kostbare kledingstukken die de figuren aanhebben.

Slide 9 - Quiz

Afbeelding 9 VORMGEVING

Slide 10 - Slide

Bekijk afbeelding 9
De pijlen op afbeelding 9 wijzen naar de . . .
A
Topvorm
B
Hoofdvorm
C
Tussenvorm
D
Restvorm

Slide 11 - Quiz

Afbeelding 10 VORMGEVING

Slide 12 - Slide

Bekijk afbeelding 10
De Ruimtesuggestie ( of dieptewerking) in het stilleven op afbeelding 10 ontstaat door . . .
A
Verkleining en vervaging
B
Kleurperspectief ( warme kleuren voorin, koude kleuren achterin)
C
Coulissenwerking (Ruimtewerking door achter elkaar geplaatste voorwerpen die half voor elkaar staan.)
D
Overlapping

Slide 13 - Quiz

Afbeelding 11
VOOR-
STELLING

Slide 14 - Slide

Bekijk afbeelding 11
Een Vanitas stilleven verwijst naar de tijdelijkheid van het leven.
Bijvoorbeeld: een half leeg glas of een half geschilde citroen verwijzen naar het leven dat maar zo afgelopen kan zijn; zo ben je rijk, zo ben je arm . . .

Twee Vanitas stillevens zie je afgebeeld bij antwoord . . .
A
B
C
D

Slide 15 - Quiz

Afbeelding 12
VORMGEVING

Slide 16 - Slide

Bekijk afbeelding 12
Welke bewering is juist?
De kijkrichting, de houdingen en de lichtrichting op afbeelding 12 zorgen voor een . . .
A
Verticale compositie
B
Symmetrische compositie
C
Dynamische compositie
D
Statische compositie

Slide 17 - Quiz

Afbeelding 13 VORMGEVING

Slide 18 - Slide

Bekijk afbeelding 13
De techniek "Clair obscur" hoort bij het beeldaspect "LICHT". Deze techniek is ook te zien bij antwoord . . .
A
B
C
D

Slide 19 - Quiz

Afbeelding 14
VOORSTELLING

Slide 20 - Slide

Bekijk afbeelding 14
Welke bewering is juist?
De voorstelling op afbeelding 14 noem je een
A
HISTORIESTUK: Een kunstwerk waarin belangrijke feiten uit de geschiedenis zijn vastgelegd.
B
ALLEGORIE: een symbolische voorstelling waarbij een idee of abstract begrip (bijvoorbeeld deugden en ondeugden) wordt verbeeld )
C
MYTHOLOGIE: Oude verhalen over goden en helden uit verre landen.
D
BIJBELS TAFEREEL: Een kunstwerk met een voorstelling van een bijbels verhaal.

Slide 21 - Quiz

Afbeelding 15 VORMGEVING

Slide 22 - Slide

Bekijk afbeelding 15
Welke bewering is juist? Het contrast dat de 2 beelden op afbeelding 15 met elkaar vormen is een . . .

A
Kleurcontrast: licht - donker
B
Kleurcontrast: warm - koud
C
Vormcontrast: organisch - geometrisch
D
Vormcontrast: open - gesloten

Slide 23 - Quiz

Afbeelding 16
VORMGEVING

Slide 24 - Slide

Bekijk afbeelding 16
Als in een schilderij of tekeningen rondingen goed zichtbaar zijn verbeeld door licht en schaduwwerking, dan spreek je van . . .
A
Plasticiteit
B
Banaliteit
C
Hilariteit
D
Continuïteit

Slide 25 - Quiz

Afbeelding 17
VOORSTELLING

Slide 26 - Slide

Bekijk afbeelding 17
Hier zie je een PERSONIFICATIE
Dat is een persoon in een kunstwerk die symbool staat voor en bepaald begrip. Op afbeelding 17 zie je de personificatie van . . .
A
Losbandigheid
B
Gerechtigheid
C
Tijdelijkheid (Vergankelijkheid)
D
Dronkenschap

Slide 27 - Quiz

Afbeelding 18
VORMGEVING

Slide 28 - Slide

Bekijk afbeelding 18
Op afbeelding 18 is het volgende te zien . . .
A
Clair Obscur
B
Natuurlijke lichtbron
C
Kunstmatige lichtbron
D
Tegenlicht

Slide 29 - Quiz

Afbeelding 19
VOORSTELLING

Slide 30 - Slide

Bekijk afbeelding 19
Van wat voor THEMA uit de schilderkunst is er in deze afbeelding sprake?
Kies uit:
A
Stilleven
B
Portret
C
Landschap
D
Mensfiguur

Slide 31 - Quiz

Afbeelding 20
VOORSTELLING

Slide 32 - Slide

Bekijk afbeelding 20
Het schilderij heet "Bonjour Monsieur Courbet".
Met andere woorden de heer Courbet ( de kunstenaar) wordt begroet. Dat kun je zien . . .
A
. . . omdat hij met zijn baard naar de 2 andere heren wijst.
B
. . . aan het hondje dat luidkeels blaft.
C
. . . aan het gebogen hoofd van de man links en de hoed in de hand van de man in het midden.
D
. . . aan de loodzware rugzak en de manier waarop monsieur Courbet zijn wandelstok vasthoudt.

Slide 33 - Quiz