C TC: nabespreken thematoets 5 De dokter, A1 Thema 6.1: de jas, de broek, de schoenen
C Taalcompleet A1, nabespreking thematoets 5 De dokter, 6.1 De jas, de broek, de schoenen
1 / 32
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo kLeerjaar 2
This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
C Taalcompleet A1, nabespreking thematoets 5 De dokter, 6.1 De jas, de broek, de schoenen
Slide 1 - Slide
de vorige les
Slide 2 - Slide
Vandaag leer je ...
woorden over kleding: enkelvoud en meervoud
nogmaals het werkwoord hebben
Slide 3 - Slide
Het programma
WUP
Thematoets 5 De dokter (Taalcompleet A1) nabespreken
Zelfstandig werken computer en boek TC
Taalcompleet A1, 6.1 De jas, de broek, de schoenen
Slide 4 - Slide
WUP
Woorden over kleding. Woordestafette; 2 teams. Ieder woord mag maximaal 2 spelfouten hebben en ik moet het woord begrijpen. Dubbele woorden tellen niet mee.
timer
3:00
Slide 5 - Slide
Thematoets 5 De dokter (Taalcompleet A1) nabespreken
Herhaling van meervoud schrijven, een beterschapskaartje schrijven en woordvolgorde
Slide 6 - Slide
Meervoud met de korte klank
zie video op de volgende dia
Slide 7 - Slide
leren.kleurrijker.nl
Slide 8 - Link
Meervoud met de lange klank
zie video op de volgende dia
Slide 9 - Slide
leren.kleurrijker.nl
Slide 10 - Link
Pak je computer en log in bij LessonUp
quiz (zie de volgende dia's)
Slide 11 - Slide
meervoud van huis
Slide 12 - Open question
meervoud van neef
Slide 13 - Open question
meervoud van klas
Slide 14 - Open question
meervoud van mes
Slide 15 - Open question
meervoud van afspraak
Slide 16 - Open question
Wat zie je op het plaatje? 4 ...
Slide 17 - Open question
Wat zie je op het plaatje? 3 ...
Slide 18 - Open question
Wat zie je op het plaatje? 5 ...
Slide 19 - Open question
laatste opdracht: Wat zie je op het plaatje? 3 ...
Slide 20 - Open question
Beterschapskaartje schrijven
Slide 21 - Slide
Jiska is ziek. Schrijf een kaartje (zie voorbeeld digibord).
Slide 22 - Slide
Maak goede zinnen met de woorden
Slide 23 - Slide
hoofdpijn/ heb/ Ik/ .
Slide 24 - Open question
van de dokter/ krijgt/ een recept/ De man/ .
Slide 25 - Open question
Ali/ Wanneer/ naar de dokter/ gaat/ ?
Slide 26 - Open question
Een zin en een vraag begint altijd met een hoofdletter. Op het einde staat altijd een punt of een vraagteken.