Les 15

De aci
Wie weet de meeste vragen over deze grammaticale constructie goed te beantwoorden?
1 / 13
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

De aci
Wie weet de meeste vragen over deze grammaticale constructie goed te beantwoorden?

Slide 1 - Slide

Wat betekent de afkorting A.c.I.

Slide 2 - Open question

De AcI vertaal je met een bijzin beginnend met 'dat', hierbij wordt...
A
De acc het subj en de inf hoort bij het gezegde
B
De Acc het obj de Inf wordt de PV
C
De Acc het Obj De Inf hoort bij het gezegde
D
De Acc het Subj De Inf wordt de PV

Slide 3 - Quiz

Wat is de goede vertaling van
'Dixi te vincere'?
A
Ik zeg dat jij overwint
B
ik zei dat jij overwint
C
ik zei dat jij overwon
D
ik zeg dat jij overwon

Slide 4 - Quiz

Wat is de goede vertaling van
'puto legatos venisse'
A
ik meen dat de gezanten gekomen zijn
B
ik meende dat de gezanten komen
C
ik meen dat de gezanten komen
D
ik meende dat de gezanten gekomen zijn

Slide 5 - Quiz

Een infinitivus van het praesens is gelijktijdig. Dit betekent dat je de inf. praes. vertaalt ...
A
met een tegenwoordige tijd
B
in dezelfde tijd als de pv
C
met een verleden tijd

Slide 6 - Quiz

Audiveram Didonem reginam esse.
Van welk woord is de aci afhankelijk?
A
Audiveram
B
Didonem
C
reginam
D
Deze aci staat op zichzelf

Slide 7 - Quiz

Audiveram Didonem reginam esse.
Wat is de subjectsacc?
A
Audiveram
B
Didonem
C
reginam
D
esse

Slide 8 - Quiz

Audiveram Didonem reginam esse.
Wat is de objectsacc?
A
Audiveram
B
Didonem
C
reginam
D
Er is geen obj acc in deze zin

Slide 9 - Quiz

Intellego patrem filium necare.
Wat is de objectsacc?
A
intellego
B
patrem
C
filium
D
necare

Slide 10 - Quiz

I. Een inf praesens vertaal je altijd met een tegenwoordige tijd.
II. Een inf perf vertaal je voortijdig
A
I is waar, II niet
B
II is waar, I niet
C
Beide waar
D
Beide niet waar

Slide 11 - Quiz

Wat begrijp ik van de aci?
A
Helemaal niks
B
Een beetje
C
Bijna alles
D
Ik snap het helemaal

Slide 12 - Quiz

De infinitivus van het praesens is gelijktijdig =
Audit verba bona esse
Hij hoorde dat de woorden goed waren

De infinitivus van de perfectum is dus voortijdig =
Audit acta bona fuisse
Hij hoorde dat de daden goed waren geweest

Slide 13 - Slide