2h les 11 - Formuleren en Grammatica

 Formuleren en Grammatica
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

 Formuleren en Grammatica

Slide 1 - Slide

Doelen
Lezen in een boek 

Formuleren:
Je kunt variëren in zinslengte.

Grammatica
Je kunt voegwoorden herkennen.

Slide 2 - Slide

timer
10:00
Boek uit op 12 mei!

Vrijdag na vakantie

Slide 3 - Slide

Formuleren H5
Doel: Je kunt variëren in zinslengte.

Slide 4 - Slide

Formuleren H5
Start: Lees de tekst en maak de opdracht..

Klein beetje wiskunde: hoe bereken je het gemiddelde?

Slide 5 - Slide

Formuleren H5
Je maakt een tekst aantrekkelijk door variatie in woordkeus en zinsopbouw. Daarnaast speelt de zinslengte een rol. Te veel korte zinnen maken een tekst saai. Varieer dus ook de lengte van de zinnen.

Slide 6 - Slide

Formuleren H5
Dat kun je onder andere doen door enkelvoudige en samengestelde zinnen af te wisselen. Enkelvoudige zinnen hebben één persoonsvorm, samengestelde zinnen hebben meer dan één persoonsvorm. Enkelvoudige zinnen zijn daardoor vaak korter dan samengestelde zinnen.

Slide 7 - Slide

Formuleren H5
Pas wel op voor te lange zinnen, want …

- lange (samengestelde) zinnen zijn voor een lezer moeilijker te begrijpen dan kortere (enkelvoudige) zinnen;
- je maakt sneller een zinsbouwfout in een lange zin.

Slide 8 - Slide

Formuleren H5
Dat kun je onder andere doen door enkelvoudige en samengestelde zinnen af te wisselen. Enkelvoudige zinnen hebben één persoonsvorm, samengestelde zinnen hebben meer dan één persoonsvorm. Enkelvoudige zinnen zijn daardoor vaak korter dan samengestelde zinnen.

Maken: 1 
timer
15:00

Slide 9 - Slide

Voegwoord
Start!

Maak de startopdracht en vul de juiste voegwoorden in!


Let op: er zijn soms meerdere antwoorden mogelijk

Slide 10 - Slide

Voegwoord
Voegwoorden (vgw) verbinden twee woorden, woordgroepen of zinnen met elkaar.

Nevenschikkende voegwoorden (ns.vgw) verbinden meestal twee woorden, twee woordgroepen of twee hoofdzinnen.

Onderschikkende voegwoorden (os.vgw) verbinden meestal een bijzin met een hoofdzin.



Slide 11 - Slide

Voegwoord
Nevenschikkende voegwoorden (ns.vgw) verbinden meestal twee woorden, twee woordgroepen of twee hoofdzinnen.



- {hoofdzin Lars kan goed koken}, maar {hoofdzin zijn zus Jiska bakt er niets van}.

Er zijn vijf nevenschikkende voegwoorden: dus, en, maar, of en want.

Slide 12 - Slide

Voegwoord
Onderschikkende voegwoorden (os.vgw) verbinden meestal een bijzin met een hoofdzin.



– {hoofdzin} Pak je een paraplu (bijzin voordat je naar buiten gaat)}?

Er zijn meer onderschikkende voegwoorden, zoals: aangezien, als, dan, dat, doordat, hoewel, mits, nadat, of, omdat, opdat, tenzij, terwijl, toen, voordat, zodat en zodra.

Slide 13 - Slide

Voegwoord
Er zijn vijf nevenschikkende voegwoorden: dus, en, maar, of en want. (HOOFDZIN EN HOOFDZIN)

Er zijn meer onderschikkende voegwoorden, zoals: aangezien, als, dan, dat, doordat, hoewel, mits, nadat, of, omdat, opdat, tenzij, terwijl, toen, voordat, zodat en zodra.
(HOOFDZIN EN BIJZIN)

Maken: opdracht 

Slide 14 - Slide

Huiswerk
maandag 8/5
Leesboek meenemen
Maken: Formuleren H5 opdracht 1
Grammatica voegwoord H5 opdracht 1 t/m 5

vrijdag 12/5
leesboek 3 uit!

Slide 15 - Slide