H5 Woordenschat

Ga zitten. 
Pak je lesboek, schrift, laptop en leesboek.
Ga stil zitten lezen.
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Ga zitten. 
Pak je lesboek, schrift, laptop en leesboek.
Ga stil zitten lezen.

Slide 1 - Slide

Terugblik
Huiswerk: vragen & opmerkingen?







Slide 2 - Slide

LessonUp
Log in

Slide 3 - Slide

Woordenschat tot nu toe...
Woordenschat: 4 strategieën geleerd
 
1. synoniem zoeken
2. omschrijving zoeken
3. voorbeeld zoeken
4. tegenstelling zoeken

Slide 4 - Slide

Hoofdstuk 5
Je kunt aan het einde van de les:
-Uitleggen wat een voorvoegsel is en daarmee de betekenis achterhalen van een onbekend woord.
Je kent de betekenis van de  voorvoegsels on-, mis-, her-, inter- en wan-.

-Uitleggen wat een achtervoegsel is en kun je daarmee de betekenis van een onbekend woord achterhalen.
Je kent de betekenis van de achtervoegsels -loos, -vol, -lijks.

Slide 5 - Slide

Notities
Maak notities in je schrift.

H5 Woordenschat.

Slide 6 - Slide

Voorvoegsels
Een voorvoegsel is een woorddeel.

Plak je  vóór een woord plakt.

Betekenis  van dat woord  verandert. 

 Zo’n nieuw woord heet dan een afleiding.

Slide 7 - Slide

her-
herbruiken>
opnieuw gebruiken

inter-
interlandwedstrijd>
wedstrijd tussen landen


on-
onaardig> niet aardig

mis-
mislukt> niet gelukt

wan-
wanhoop> zonder/ geen hoop

Slide 8 - Slide

Vragen?
voorvoegsels

Slide 9 - Slide

Achtervoegsels
Een achtervoegsel is een woorddeel.

Plak je áchter een woord plakt.

 Betekenis van dat woord te verandert.

 Zo’n woord heet ook een afleiding.

Slide 10 - Slide

Achtervoegsels
-loos
respectloos> zonder/ geen respect
-vol
smaakvol> met veel smaak
-lijks
dagelijks> elke dag


Slide 11 - Slide

Vragen of opmerkingen?

Slide 12 - Slide

Voor- en achtervoegsel zijn:
A
aparte woorden
B
woorddelen met een betekenis
C
betekenisloze woorddelen
D
een paar losse letters

Slide 13 - Quiz

Wat betekent: een misstap?
Ze maakte helaas een misstap.
A
goede stap
B
aardige stap
C
verkeerde stap
D
nieuwe stap

Slide 14 - Quiz

Wat betekent: maandelijks?
Ik moet maandelijks betalen.
A
om de maand
B
om de drie maanden
C
als de maan schijnt
D
elke maand

Slide 15 - Quiz

Bedenk 3 woorden met het achtervoegsel -vol (zoals smaakvol).

Slide 16 - Open question

Aan het werk
Begeleid inoefenen (samen met mij opdracht 1 maken)
of zelfstandig werken (stil  en alleen).

Maak vanaf blz. 128:
-je aantekeningen af.
-opdracht 1 en 6 (gebruik eventueel www.woorden.org).
-Numo> nieuwe taak: voor- en achtervoegsels (3 opdrachten).
-Lesafsluiting om 15.05 (LessonUp).

Slide 17 - Slide

Afronding
Boeken dicht en alles op tafel laten liggen.
Naar de lesson-up les.

Slide 18 - Slide

Wat is het tegenovergestelde van respectloos?
Gebruik een afleiding van het woord respect.

Slide 19 - Open question

Wat betekent intercity-trein?
A
een trein die elke dag rijdt
B
een trein die slecht rijdt
C
een trein die niet rijdt
D
een trein die tussen steden rijdt

Slide 20 - Quiz

Wat betekent herbeleven?
Zij heeft het ongeluk herbeleefd.
A
opnieuw beleven
B
zonder beleven
C
verkeerd beleven

Slide 21 - Quiz

Welke twee afleidingen kun je maken van: zin?
(Dat heeft zin)
Gebruik een voor- en een achtervoegsel.

Slide 22 - Open question

Ik begrijp wat voorvoegsels zijn.
A
Ja
B
Ik heb nog een vraag.
C
Ik ga het zelf nog een keer lezen in het boek.

Slide 23 - Quiz

Ik begrijp wat achtervoegsels zijn.
A
Ja
B
Ik heb nog een vraag.
C
Ik ga het zelf nog een keer lezen in het boek.

Slide 24 - Quiz

Hoe heb ik deze les geleerd
en gewerkt?
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Huiswerk
Maandag.
Maak vanaf blz. 128:
-je aantekeningen af.
-opdracht 1 en 6.
-Numo> nieuwe taak: voor- en achtervoegsels (3 opdrachten).

Slide 26 - Slide