3D Lezen H3.2

3D Lezen H3.2
Betoog
Kritisch lezen van argumenten
Relaties tussen tekstdelen
timer
10:00
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

3D Lezen H3.2
Betoog
Kritisch lezen van argumenten
Relaties tussen tekstdelen
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Planning
- hoe is het
- theorie en opdrachten bespreken 3.2

Slide 2 - Slide

Wat is objectieve informatie?
A
Met feiten die je kunt controleren
B
Met goeie argumenten
C
Met meningen die je niet kunt controleren
D
Met slechte argumenten

Slide 3 - Quiz

Subjectieve informatie

Slide 4 - Mind map

Subjectieve informatie is per definitie onbetrouwbaar
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quiz

subjectieve informatie is per definitie onbetrouwbaar

Niet waar, Ook subjectieve informatie kan betrouwbaar
zijn. Een mening of een interpretatie kan heel
overtuigend zijn, als hij aansluit op wat jezelf weet over
het onderwerp. Of als de informatie afkomstig is van
iemand van wie je weet dat hij heel deskundig is op een
bepaald gebied. 

Slide 6 - Slide

Kan in een betoog objectieve informatie staan? Leg uit.

Slide 7 - Open question

Leg uit dat in een filmbespreking altijd sprake is van twee tekstdoelen.

Slide 8 - Open question

Betoog
- Tekstdoel: overtuigen
- Vaak een driedeling

Inleiding: mening
Kern: argumenten
Slot: conclusie

Slide 9 - Slide

Betoog
Tekstvorm: beoordeling

- Heeft vaak een tweedeling:
1. beschrijving van film, product, boek, etc. 
2. beoordeling van kwaliteit

Voorbeeld: op mijn insta


Slide 10 - Slide

Welk tekstdoel hoort bij beschrijving en welk tekstdoel bij beoordeling?
overtuigen
Informeren
Beoordeling
Beschrijving

Slide 11 - Drag question

Welkom klas 3D

Slide 12 - Slide

Planning
- hoe is het
- huiswerk controleren (leesboek)
- theorie 3.2 afmaken

Slide 13 - Slide

Huiswerk: welk leesboek/luisterboek heb je uitgekozen?

Slide 14 - Open question

theorie 3.2 lezen afmaken

Slide 15 - Slide

Wat is objectieve informatie?
A
Met feiten die je kunt controleren
B
Met goeie argumenten
C
Met meningen die je niet kunt controleren
D
Met slechte argumenten

Slide 16 - Quiz

Subjectieve informatie

Slide 17 - Mind map

Kritisch lezen van argumenten
Objectieve argumenten: 
feiten/ gegevens uit onderzoek
Subjectieve argumenten: 
meningen, persoonlijke indrukken/ ervaringen, voorspellingen, vermoedens

Slide 18 - Slide

Verschillende politieke partijen willen kolencentrales zo spoedig mogelijk sluiten. Hun argument: De centrales hebben, vergeleken met andere engergieopwekkers, een hoge uitstoot aan CO2 en fijnstof. Objectief of subjectief?

Slide 19 - Open question

Stel, je leest een artikel dat de schrijver niet gelooft dat de aarde verder opwarmt. Zijn argument: Ik heb het het hele voorjaar koud gehad. Objectief of subjectief?

Slide 20 - Open question

Relaties tussen tekstdelen
Functies van inleiding en slot heb je al gehad. 
Alinea's in de kern hebben ook een functie. 
Functiewoorden: geven aan wat functie is tov voorafgaand/ volgend tekstdeel. 
Signaalwoorden helpen je bij het herkennen van de functies. 

havo: blz. 102

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Welke functies kun je tegenkomen in de inleiding?
A
argument, constatering, probleem
B
toelichting, aanleiding, stelling
C
aanleiding, constatering, probleem, stelling, vraag
D
weerlegging, constatering, probleemstelling,

Slide 23 - Quiz

Welke functies kun je tegenkomen in het slot? (blz. 102)

Slide 24 - Open question

Noem drie functies die je vooral aantreft in een betoog.

Slide 25 - Open question

Slide 26 - Link

https://www.cambiumned.nl/oefeningen/functiewoorden/


Slide 27 - Slide