This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Themaquiz Thema 3 lj2 Ik en financiën: Geld
Slide 1 - Slide
Themaquiz
Deze themaquiz bestaat uit 2 type vragen:
Meerkeuzevragen
Open vragen (toepassings- en inzichtsvragen)
De themaquiz bestaat uit 19 vragen.
Veel succes
Waar ben ik?
Slide 2 - Slide
1. Sparen betekent geld uitlenen voor later.
Deze uitspraak is ...
Les: Sparen
A
Juist
B
Onjuist
Slide 3 - Quiz
2. Mensen sparen om verschillende redenen. Hieronder zie je een aantal redenen.
Wat is geen reden om te sparen?
Les: Sparen
A
Uit voorzorg
B
Om een dure aankoop te doen
C
Voor de rente
D
Om direct uit te geven
Slide 4 - Quiz
3. Om te kunnen sparen moet je aan het einde van de maand geld overhouden.
Deze uitspraak is ...
Les: Sparen
A
Juist
B
Onjuist
Slide 5 - Quiz
4. Als je bij een bank spaart krijg je daar rente voor terug.
Deze uitspraak is ...
Les: Sparen
A
Juist
B
Onjuist
Slide 6 - Quiz
5. Rente kan alleen maar positief zijn.
Deze uitspraak is ...
Les: Sparen
A
Juist
B
Onjuist
Slide 7 - Quiz
6. Als je voor iets groots wilt sparen dan maak je een spaarplan.
Wat is een spaarplan?
Les: Sparen
A
Een spaarplan helpt je om een overzicht te krijgen wanneer je iets kan kopen.
B
Een spaardoel
C
Het bedrag wat je al gespaard hebt
D
Een spaarpot
Slide 8 - Quiz
7. Wat is een lening?
Les: Lenen
A
Een bedrag wat je elke maand opzij zet.
B
Een bedrag dat je tijdelijk mag bezitten, maar niet mag houden.
C
Een tegenslag
D
Een terugbetaling
Slide 9 - Quiz
8. Als je een lening hebt dan heb je een schuld.
Wat is een schuld?
Les: lenen
A
Rente
B
Een aankoop die je kunt doen
C
Het geld dat je moet terugbetalen
D
Een jaar
Slide 10 - Quiz
9. Als je een lening hebt dan moet je een lening aflossen. Een ander woord voor aflossen is terugbetalen.
Deze uitspraak is ...
Les: Lenen
A
Juist
B
Onjuist
Slide 11 - Quiz
10. Alle schulden zijn een probleem.
Deze uitspraak is ...
Les: Schulden
A
Juist
B
Onjuist
Slide 12 - Quiz
11. Wanneer is een schuld een probleem?
Les: Schulden
A
Als je de afspraken met de persoon of bank van wie je geld hebt geleend niet meer nakomt.
B
Als je nog openstaande bedragen hebt.
C
Een schuld is altijd een probleem.
Slide 13 - Quiz
12. Als je een rekening niet op tijd betaald krijg je een herinnering. Als je na een aantal herinneringen niet betaalt dan krijg je te maken met ...
Les:
Schulden
A
De schooldirecteur
B
Een incassobureau
C
De politie
Slide 14 - Quiz
13. Wat is belangrijk om te doen als je een betalingsachterstand hebt?
Les: Schulden
A
Blijven wachten. Het komt vanzelf goed.
B
Paniek! Nooit meer je telefoon opnemen.
C
Gelijk in actie komen om een oplossing te vinden.
D
Om hulp vragen als je er zelf niet uitkomt.
Slide 15 - Quiz
14. Armoede komt alleen in Nederland voor.
Deze uitspraak is ...
Les:
Armoede
A
Juist
B
Onjuist
Slide 16 - Quiz
15. Alleen als je geen eten kunt betalen ben je arm.
Deze uitspraak is ...
Les:
Armoede
A
Juist
B
Onjuist
Slide 17 - Quiz
Open vragen
Slide 18 - Slide
Les: Sparen
16. Fred zegt tegen George: "Rente kan ook negatief zijn."
George vraagt zich af wat negatieve rente betekent. Kun jij dit aan George uitleggen?
Slide 19 - Open question
Les: Lenen
17. Odillah heeft geen inkomsten. Toch wil ze bij haar oma 1000,- euro lenen om een nieuwe Iphone te kopen.
Zou jij het geld lenen als je Odilah was? Leg uit waarom wel of niet.
Slide 20 - Open question
Les: Schulden
18. Bart heeft 150 euro schuld bij zijn vader. Bart heeft een bijbaan waar hij 100 euro per maand mee verdient. Hij heeft 80 euro aan kosten elke maand.
Hoe snel zou Bart zijn schuld bij zijn vader en vrienden kunnen aflossen?
Slide 21 - Open question
Les:
Armoede
19. Armoede is een groot probleem op de wereld. Iemand vraagt aan jou hoe je ervoor kan zorgen dat er minder armoede is op de wereld.