Recepten schrijven

Instructieve tekst

  1. imperatief.

  2. signaalwoorden

  3. vaag of concreet taalgebruik

1 / 8
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecondary EducationAge 12

This lesson contains 8 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Instructieve tekst

  1. imperatief.

  2. signaalwoorden

  3. vaag of concreet taalgebruik

Help!

Ik wil een stroopwafelwrap maken.

Vertel me hoe!

Slecht voorbeeld:

Leg alles op de wrap en rol hem op.


Wat gaat hier mis?

Wat maakt een instructie goed?

  1. duidelijke volgorde (gebruik signaalwoorden)

  2. concrete werkwoorden

  3. geen vaag taalgebruik

  4. afgestemd op de lezer

Opdracht

Schrijfopdracht :

  • 6–8 zinnen

  • iemand zonder kookervaring

  • niets mag onduidelijk zijn

Schrijftips

  • gebruik: eerst – daarna – tot slot

  • wees precies

  • schrijf alsof je niet mag uitleggen

Vergelijken

Lees elkaars tekst

  • Kan ik dit uitvoeren?

  • Waar moet ik raden?

Reflectie

Wat heb je vandaag geleerd over duidelijk schrijven?

Uitvoeren

Maak met de instructie van iemand anders de wrap.

Klaar? Leg de stukjes op het bord.