Catullus en Martialis
V5 LTC
Catullus en Martialis
V5 LTC
This item has no instructions
Les- en leerdoelen:
Aan het einde van de les...
weet je wie Catullus was en kun je enkele gegevens over zijn leven/werk/genre vertellen.
ken je 5 stijlfiguren: metafoor, hyperbaton, metonymia, anafoor en asyndeton
heb je gedicht 1 vertaald en ben je in gedicht 2 al minimaal bij regel 5
This item has no instructions
Catullus: liefde, spot en vernieuwing
Open met Catullus als dichter die tegelijk persoonlijk, scherp en literair vernieuwend is. Zijn gedichten laten goed zien dat Latijnse poëzie niet alleen 'plechtig' of 'episch' is.
Leerdoel
Ik kan uitleggen wie Catullus was, wat kenmerkend is voor zijn leven en werk, en hoe hij past bij de poetae novi, de elegie en de figuur Lesbia.
This item has no instructions
Catullus in tijd en plaats
Volledige naam: Gaius Valerius Catullus
Geboren rond 84 (?) v.Chr. in Verona
Gestorven rond 54 v.Chr.
Leefde in de late Romeinse Republiek
Schreef in een periode van politieke spanning, maar zijn poëzie is vaak juist persoonlijk en literair verfijnd
De jaartallen zijn benaderingen; absolute zekerheid ontbreekt. Benadruk dat Catullus jong stierf en toch grote invloed had.
Afkomst en omgeving
Afkomstig uit een welgestelde familie in Verona
Had toegang tot onderwijs en elitekringen
Verbleef later in Rome, het centrum van cultuur en politiek
Bewoog zich in een netwerk van vrienden, dichters en invloedrijke personen
Leg uit dat zijn sociale positie belangrijk was: daardoor kon hij deelnemen aan literaire kringen en zich richten op verfijnde poëzie.
Leven en carrière
Catullus had geen carrière als groot staatsman of veldheer. Zijn naam bleef vooral leven door zijn dichterschap. In zijn gedichten komen vriendschap, liefde, jaloezie, belediging, verdriet en stijlbewustzijn samen. Daardoor krijgen we een zeldzaam direct beeld van een individuele stem uit de Romeinse literatuur.
Benadruk het contrast met veel andere beroemde Romeinen: Catullus is vooral belangrijk als dichter, niet als politieke figuur.
Een dichter met een eigen stem
Schrijft vaak in de ik-vorm
Wisselt tedere en agressieve toon af
Gebruikt korte, krachtige formuleringen
Maakt poëzie persoonlijk én literair uitgewerkt
Hier kun je toelichten dat het 'ik' in poëzie niet altijd simpelweg de historische persoon is, maar wel een geconstrueerde dichterlijke stem.
Overgeleverde werken
Van Catullus zijn 116 gedichten overgeleverd
Ze verschillen sterk in lengte en toon
Er zijn korte gelegenheidsgedichten, spotgedichten en langere, meer uitgewerkte teksten
Zijn oeuvre toont zowel emotionele directheid als technische beheersing
Gebruik consequent '116 gedichten' als het corpus dat is overgeleverd. Je hoeft niet in te gaan op tekstoverlevering, tenzij de klas daar klaar voor is.
Soorten gedichten bij Catullus
Korte gedichten
Langere gedichten
Liefde en verlangen
Spot en scheldpoëzie
Vriendschap en sociale omgang
Snel, scherp, persoonlijk
Meer literaire uitwerking
Mythologische of plechtiger stof
Meer nadruk op compositie
Laat zijn veelzijdigheid zien
Noem eventueel dat Catullus zowel speelse als geleerde poëzie schrijft. Zo voorkom je dat leerlingen hem alleen met liefdesgedichten associëren.
De poetae novi / neoteroi
De poetae novi of neoteroi waren een groep vernieuwende Romeinse dichters. Zij keerden zich af van zwaar, traditioneel en breed uitgesponnen werk en kozen juist voor korte, verzorgde, geleerde en kunstige poëzie. Niet grootse nationale roem, maar vorm, verfijning en originaliteit stonden centraal.
Leg uit dat beide termen voor ongeveer dezelfde literaire stroming worden gebruikt. De Griekse invloed is hier belangrijk.
Wat maakt deze stroming nieuw?
Voorkeur voor kleine literaire vormen
Veel aandacht voor stijl en woordkeuze
Invloed van Alexandrijnse, Griekse poëzie --> poeta doctus
Geleerd spel met mythen en literatuur
Noem Callimachus eventueel als achtergrondfiguur van de Alexandrijnse poëtica, zonder te diep uit te weiden.
Catullus als poeta novus
Verkiest verfijning boven grootsheid
Combineert emotie met vormbewustzijn
Schrijft over privéleven (vernieuwend!!!)
Laat zien dat korte poëzie literair even ambitieus kan zijn als epos
Maak hier de koppeling terug naar de centrale vraag: Catullus is belangrijk omdat hij een nieuwe poëtische houding vertegenwoordigt.
Het genre elegie
Elegie is poëzie over liefde, verlangen, verdriet en persoonlijke ervaring
Het genre kan ook klagen, herinneren en reflecteren
De toon is vaak intiemer dan in epische poëzie
Bij Romeinse dichters wordt de liefde vaak een centraal literair onderwerp
Werk hier niet te technisch uit over metrum, tenzij gewenst. De les vraagt vooral om inhoudelijke situering van het genre.
Lesbia
Lesbia is de naam waaronder Catullus een geliefde bezingt
Waarschijnlijk gaat het om een schuilnaam
In de traditie wordt zij vaak met Clodia in verband gebracht
Lesbia is tegelijk een persoon in de poëzie en een literair gevormde figuur
Benadruk voorzichtig dat identificatie met Clodia waarschijnlijk is, maar niet absoluut bewezen. Belangrijker is Lesbia als poëtische constructie.
Begrippenlijst
Catullus - Romeinse dichter uit de late Republiek, geboren rond 84 v.Chr. en gestorven rond 54 v.Chr.
Verona - Noord-Italiaanse stad waar Catullus vandaan kwam.
late Romeinse Republiek - Periode van politieke onrust vóór het keizerrijk.
poetae novi - Vernieuwende Romeinse dichters met voorkeur voor korte, verfijnde poëzie.
neoteroi - Griekse benaming voor dezelfde vernieuwende richting als de poetae novi.
elegie - Poëtisch genre waarin liefde, verdriet en persoonlijke ervaring centraal kunnen staan.
This item has no instructions
Begrippenlijst
Lesbia - Schuilnaam van de geliefde die in veel gedichten van Catullus voorkomt.
Clodia - Romeinse vrouw met wie Lesbia vaak wordt geïdentificeerd.
Alexandrijnse poëzie - Geleerde, verfijnde Griekse poëzie die veel invloed had op de poetae novi.
oeuvre - Het geheel van iemands werken.
spotgedicht - Gedicht waarin een persoon scherp wordt aangevallen of belachelijk gemaakt.
liefdespoëzie - Poëzie waarin liefde en verlangen belangrijke thema's zijn.
This item has no instructions
Stilistische middelen in het Latijn
Open met het idee dat stijlmiddelen niet alleen versiering zijn, maar betekenis en nadruk sturen. Deze les focust op herkenning en korte uitleg met voorbeelden in beide talen.
Lesdoel
Ik kan hyperbaton, anafoor, metonymia, metafoor en asyndeton herkennen, kort uitleggen en illustreren met een voorbeeld in het Nederlands en in het Latijn.
This item has no instructions
Hyperbaton
Bij hyperbaton horen woorden die grammaticaal bij elkaar horen, maar staan ze uit elkaar in de zin.
Dat trekt aandacht en kan nadruk, spanning of een plechtige toon geven.
In het Latijn komt dit vaak voor bij een bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort.
Benadruk dat leerlingen eerst de grammaticale samenhang moeten zien en pas daarna de woordvolgorde beoordelen. In Latijnse teksten is afwijkende woordplaatsing vaak betekenisvol.
Hyperbaton: voorbeelden
Latijn
Nederlands
Gouden lag de ring op tafel, glanzend in het licht.
Het woord gouden wordt losgetrokken van ring voor extra nadruk.
Ante volat comitique timet velut ales ab alto
quae teneram prolem produxit in aera nido.
Hij vliegt voorop en hij is bezorgd voor zijn metgezel, zoals een vogel die zijn tere jong uit het hoge nest laat vliegen. Ovidius, Met. 8.213-14
‘Aeternum stago’, dixit ‘vivatis in isto.’
Hij zei: ‘Mogen jullie voor eeuwig leven in die poel.’ Ovidius, Met. 6.369
aurea en fibula horen bij elkaar, maar staan uit elkaar: dat is hyperbaton.
Je kunt toelichten dat dit voorbeeld uit de poëzie een sierlijke en opvallende woordschikking laat zien. Het gaat hier vooral om het herkennen van gescheiden woorden die syntactisch samen horen.
Effect van hyperbaton
legt nadruk op een woord of beeld
maakt de zin kunstiger of plechtiger
kan spanning opbouwen doordat samenhang later duidelijk wordt
This item has no instructions
Anafoor
Bij anafoor wordt hetzelfde woord of dezelfde woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinnen of zinsdelen herhaald.
Die herhaling zorgt voor ritme en sterke nadruk.
Wijs erop dat het specifiek gaat om herhaling aan het begin. Dat onderscheidt anafoor van algemene herhaling elders in de zin.
Anafoor: voorbeelden
Nihil agis, nihil moliris, nihil cogitas.
Cicero
De herhaling van nihil aan het begin geeft extra nadruk.
ille mi par esse deo videtur,
ille, si fase st, superare divos
hij lijkt mij gelijk te zijn aan een god
hij (lijkt mij), als men dit mag zeggen, de goden te overtreffen
Catullus, Carmen 51.1-2
Wij willen leren, wij willen groeien, wij willen winnen.
De herhaling van wij aan het begin vormt de anafoor.
Latijn
Nederlands
Laat zien dat de inhoud door de herhaling dwingender klinkt. De Latijnse voorbeeldzin sluit goed aan bij retorische stijl.
Effect van anafoor
geeft ritme aan een tekst
versterkt een argument of emotie
maakt een passage makkelijker te onthouden
This item has no instructions
Metonymia
Bij metonymia vervang je een woord door een ander woord dat er nauw mee verbonden is.
Je noemt dus niet het eigenlijke begrip, maar iets dat ermee samenhangt, zoals maker en werk, plaats en bestuur, of voorwerp en inhoud.
Abstractum pro concreto
Pars pro toto
Benadruk het verschil met metafoor: bij metonymia is er een reële relatie of nabijheid, niet alleen gelijkenis.
Metonymia: voorbeelden
Nederlands
quaerenti et tectis urbis sine fine ruenti
zoekend en eindeloos door de daken (= huizen) van de stad stormend Vergilius, Aeneis 2.771
Ik lees graag Multatuli.
Hier staat de naam van de schrijver voor zijn werk.
Latijn
Je kunt extra toelichten dat godennamen in Latijnse poëzie vaak metonymisch gebruikt worden: Mars voor oorlog, Ceres voor graan, Bacchus voor wijn.
Metonymia herkennen
Vraag bij metonymia steeds:
welk woord staat er letterlijk?
waarvoor staat het eigenlijk?
welke concrete band is er tussen die twee?
Zonder zo'n band is het meestal geen metonymia.
This item has no instructions
Metafoor
Bij een metafoor wordt iets niet letterlijk benoemd, maar beeldend vergeleken met iets anders.
De vergelijking wordt niet met als of zoals uitgesproken: het beeld vervangt direct het gewone woord.
Maak hier het contrast met metonymia expliciet: metafoor berust op overeenkomst, metonymia op samenhang of nabijheid.
Metafoor: voorbeelden
Vita est navigatio.
Het leven wordt beeldend voorgesteld als een reis over zee.
Latijn
Nederlands
De stad is een mierenhoop.
De drukte van de stad wordt voorgesteld als een mierenhoop.
Leg uit dat de letterlijke waarheid hier niet klopt, maar dat het beeld betekenis toevoegt. Dat is precies de kracht van de metafoor.
Metafoor en metonymia
metafoor: berust op gelijkenis
metonymia: berust op verwantschap of nabijheid
beide vervangen een letterlijk woord, maar doen dat op een andere manier
Dit onderscheid is vaak lastig. Gebruik eventueel extra mini-voorbeelden mondeling: 'de kroon beslist' = metonymia, 'de tijd vliegt' = metafoor.
Asyndeton
Bij asyndeton worden voegwoorden tussen woorden, zinsdelen of zinnen weggelaten.
Daardoor klinkt een opsomming sneller, krachtiger of feller.
Wijs erop dat leerlingen vaak juist moeten letten op wat ontbreekt: geen 'en', 'of' of Latijns 'et' tussen de delen.
Asyndeton: voorbeelden
Latijn
Veni, vidi, vici.
De afwezigheid van voegwoorden maakt de zin kort en krachtig.
Nederlands
Hij kwam, hij zag, hij overwon.
De delen volgen snel op elkaar zonder voegwoord.
Dit is het bekendste voorbeeld. Benoem dat de vorm de snelheid van de overwinning ondersteunt.
Effect van asyndeton
versnelt het tempo
maakt een opsomming kernachtig
geeft vaak een krachtige retorische toon
This item has no instructions
Overzicht
hyperbaton: woorden die bij elkaar horen, staan uit elkaar
anafoor: herhaling aan het begin
metonymia: vervanging op basis van verwantschap
metafoor: beeldspraak op basis van gelijkenis
asyndeton: voegwoorden worden weggelaten
Deze samenvatting helpt om de vijf begrippen nog één keer scherp naast elkaar te zetten.
Begrippenlijst
hyperbaton - woorden die grammaticaal bij elkaar horen, staan uit elkaar in de zin
anafoor - herhaling van een woord of woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinsdelen
metonymia - vervanging van een woord door een nauw verwant begrip
metafoor - beeldende vervanging op basis van gelijkenis
asyndeton - het weglaten van voegwoorden in een opsomming of reeks
This item has no instructions
1. Het musje (2)
Passer, deliciae meae puellae,
quicum ludere, quem in sinu tenere,
cui primum digitum dare appetenti
et acris solet incitare morsus,
cum desiderio meo nitenti
carum nescio quid lubet iocari,
et solaciolum sui doloris,
credo, ut tum gravis acquiescat ardor:
tecum ludere sicut ipsa possem
et tristis animi levare curas!
This item has no instructions
Les- en leerdoelen:
Aan het einde van de les...
weet je wie Catullus was en kun je enkele gegevens over zijn leven/werk/genre vertellen.
ken je 5 stijlfiguren: metafoor, hyperbaton, metonymia, anafoor en asyndeton
heb je gedicht 1 vertaald en ben je in gedicht 2 al minimaal bij regel 5
This item has no instructions
Wat is het kernkenmerk van hyperbaton?
Herhaling vooraan
Woorden uit elkaar
Beeldende vervanging
Voegwoorden weg
De afleiders verwijzen naar anafoor, metafoor/metonymia en asyndeton. Laat leerlingen benoemen welke woorden in een zin grammaticaal bij elkaar horen.
Waarop berust metonymia?
Klankovereenkomst
Nabijheid of band
Herhaling van woorden
Weglating van et
Laat leerlingen het verschil met metafoor expliciet maken: metonymia heeft een reële relatie tussen woord en bedoeld begrip.
Welke zin bevat een metafoor?
Ik lees graag Multatuli
De stad is een mierenhoop
Nihil agis, nihil moliris
Veni, vidi, vici
Afleiders komen allemaal uit behandelde voorbeelden van andere stijlmiddelen. Zo test je begripsverschil, niet alleen definitiereproductie.
Welk stilistisch middel? Vul de juiste woorden in!
Bij asyndeton worden voegwoorden weggelaten. Daardoor klinkt een opsomming sneller en vaak ook krachtiger.
De tekst sluit direct aan op slides 14 tot en met 16.
De vorige les
Aan het einde van de vorige les kon je....
informatie geven over de auteur Catullus, zijn leven, werk en genre.
5 stijlfiguren (metafoor, hyperbaton, metonymia, anafoor en asyndeton) herkennen, benoemen en uitleggen.
This item has no instructions
Deze les: de les- en leerdoelen:
Aan het einde van deze les...
kun je je vertaalfouten aanwijzen en verklaren
begrijp je gedicht 1 en 2 inhoudelijk
ken je 5 nieuwe stijlfiguren: polysyndeton, tricolon, climax, antithese, retorische vraag
heb je gedicht 3 vertaald.
This item has no instructions
Wanneer spreek je van anafoor?
Woordherhaling vooraan
Zelfst. naamwoord gesplitst
Verwante vervanging
Opsomming zonder beeld
Controleer vooral dat leerlingen het woord 'aan het begin' meenemen; dat onderscheidt anafoor van algemene herhaling.
Herken hyperbaton
Bij hyperbaton staan woorden die grammaticaal bij elkaar horen uit elkaar in de zin. Dat kan nadruk geven en de woordvolgorde opvallend maken.
Alle drie de ingevulde woorden zijn rechtstreeks gekoppeld aan de uitleg en het effect op de vorige slides.
Wat is typisch voor asyndeton?
Herhaalde beginwoorden
Beeldende vergelijking
Gescheiden woordparen
Geen voegwoorden
Controleer of leerlingen niet alleen het voorbeeld kennen, maar ook het structurele kenmerk herkennen.
Welk effect heeft anafoor op een tekst?
Verwachte elementen: anafoor zorgt voor ritme, nadruk, emotionele of argumentatieve versterking en maakt een passage makkelijker te onthouden.
Metonymia samengevat
Bij metonymia vervang je een woord door een verwant begrip dat er nauw mee samenhangt. De relatie kan gaan om maker en werk of om plaats en bestuur.
De blanks echoën de formuleringen van slides 8 en 10.
Wat onderscheidt metafoor van metonymia?
Metafoor is letterlijker
Metafoor gebruikt gelijkenis
Metafoor herhaalt beginwoorden
Metafoor laat voegwoorden weg
De kern uit de inhoudsslides is het contrast gelijkenis versus verwantschap/nabijheid.
Waardoor is Catullus vooral beroemd geworden?
Als dichter
Als veldheer
Als redenaar
Als consul
Sluit aan op de slides over leven en carrière: Catullus onderscheidt zich niet als politieke of militaire figuur, maar door zijn dichterschap.
Wat stond bij de poetae novi centraal?
Nationale roem
Verfijnde vorm
Militaire helden
Lange epen
De distractors grijpen terug op traditionele verwachtingen van Romeinse literatuur; juist daartegen zetten de poetae novi zich af.
Wat weet je nog meer over Catullus dat nog niet genoemd is?
Reflectie op het leerproces; laat leerlingen benoemen wat inhoudelijk het meest is blijven hangen, bijvoorbeeld poetae novi, Lesbia of Catullus' eigen stem.
Voorkennis: wat zijn stijlfiguren?
Stijlfiguren zijn bewuste manieren om taal opvallender en krachtiger te maken.
In het Latijn helpen ze om:
nadruk te leggen
contrast te tonen
ritme op te bouwen
een publiek te overtuigen
Benadruk dat leerlingen bij Latijn niet alleen naar woordbetekenis kijken, maar ook naar formulering en effect.
Waarom gebruikt een auteur ze?
Een schrijver of redenaar kiest stijlfiguren om een tekst meer effect te geven.
Ze kunnen iets scherper, mooier of overtuigender laten klinken.
Leg de link met redevoeringen, historiografie en poëzie: in al die genres is formulering betekenisvol.
Antithese
Een antithese is een scherpe tegenstelling tussen twee woorden, woordgroepen of ideeën. De twee elementen staan dichtbij elkaar geplaatst in de zin.
Effect:
benadrukt een contrast
maakt een uitspraak kernachtig
laat twee kanten direct botsen
Laat zien dat het niet alleen om losse tegengestelde woorden gaat, maar om een betekenisvol contrast in de zin.
Antithese: voorbeelden
Non scholae, sed vitae discimus.
Tegenstelling tussen scholae en vitae.
alieni adpetens, sui profusus
belust op andermans vermogen, verkwistend met zijn eigen vermogen Sallustius, De coniuratione Catilinae 5
Hij sprak weinig, maar zei veel.
Tegenstelling tussen weinig en veel versterkt de boodschap.
Die twee zijn als water en vuur.
Latijn
Nederlands
Je kunt benoemen dat antithese vaak samenwerkt met parallelle zinsbouw, maar houd de focus op het contrast zelf.
Climax
Een climax is een reeks van tenminste 3 woorden of gedachten die in kracht of intensiteit (qua inhoud) toeneemt.
Effect:
bouwt spanning op
werkt naar een hoogtepunt toe
maakt de uitspraak dramatischer
Benadruk dat de volgorde essentieel is: elk element moet sterker zijn dan het vorige.
Climax: voorbeelden
Latijn
Veni, vidi, vici.
De reeks werkt naar de beslissende overwinning toe.
Hic sunt (…) qui de nostro omnium interitu, qui de huius urbis atque adeo de orbis terrarum exitio cogitent.
Hier bevinden zich (...) degenen die zinnen op de dood van ons allen, op de ondergang van deze stad, ja, van de hele wereld. Cicero, Oratio in Catilinam 1.9
Nederlands
Hij fluisterde, sprak, schreeuwde.
De uiting wordt stap voor stap sterker.
Uren, dagen, maanden, jaren,
vliegen als een schaduw heen Rhijnvis Feith, Nieuwjaarslied
Bij het Latijnse voorbeeld kun je bespreken dat de drie werkwoorden niet alleen een reeks vormen, maar ook een sterke voortgang in handeling laten zien.
Tricolon
Een tricolon is een opsomming van drie delen (woorden, woordgroepen of zinsdelen).
Effect:
geeft ritme
maakt een formulering compleet
klinkt afgerond en memorabel
Wijs erop dat 'drie' hier de kern is; niet elke opsomming is dus een tricolon.
Tricolon: voorbeelden
Nederlands
Adfuit ille quidem, sed nec sollemnia verba
nec laetos vultus nec felix attulit omen.
Hij verscheen wel, maar noch feestelijke woorden, noch een vrolijk gezicht, noch een gelukwens bracht hij mee.
Ovidius, Metamorphoses 10.4-5
Latijn
Hij kwam, hij zag, hij won.
Drie parallelle delen vormen een krachtig geheel.
Het Latijnse voorbeeld laat de nadruk op een driedelige structuur zien; bespreek eventueel dat tricolon vaak samen kan gaan met andere middelen.
Climax en tricolon
Deze twee stijlfiguren lijken op elkaar, maar zijn niet hetzelfde.
Tricolon: vooral een reeks van drie
Climax: vooral een opbouw naar sterker effect
Eén voorbeeld kan beide zijn
Gebruik 'veni, vidi, vici' als voorbeeld dat vaak tegelijk als tricolon én als climax gelezen wordt.
Polysyndeton
Een polysyndeton is een opsomming van twee of meer tekstelementen binnen een zin die met elkaar verbonden zijn door evenveel nevenschikkende voegwoorden. Bij drie of meer tekstelementen kan bij het eerste
tekstelement het voegwoord ontbreken.
Effect:
vertraagt het tempo
legt nadruk op elk onderdeel
geeft een plechtige of zware toon
Noem dat het vaak om herhaling van 'et' of '-que' gaat in het Latijn.
Polysyndeton: voorbeelden
Latijn
En hij liep en hij riep en hij huilde.
Door en telkens te herhalen krijgt elk deel extra nadruk.
Die zorgt en waakt en slaaft en ploegt en zwoegt en zweet
Joost van den Vondel, Palamedes
Et pater et mater et filius adsunt.
De herhaling van et maakt de opsomming nadrukkelijk.
Laudat digitosque manusque
bacchiaque et nudos media plus parte lacertos.
Hij prijst haar vingers en haar handen en haar onderarmen en haar voor meer dan de helft ontblote bovenarmen. Ovidius, Met. 1.500-01
Nederlands
Laat leerlingen het verschil horen tussen een gewone opsomming en een polysyndeton; het effect zit sterk in ritme.
Retorische vraag
Een retorische vraag is een vraag waarop geen echt antwoord wordt verwacht.
Effect:
stuurt het publiek
maakt verontwaardiging of verbazing sterker
presenteert een standpunt als vanzelfsprekend
Benadruk dat de vorm een vraag is, maar de functie een krachtige uitspraak blijft.
Retorische vraag: voorbeelden
Quo usque tandem abutere, Catilina, patientia nostra?
Hoe lang nog, Catilina, zul jij misbruik maken van ons geduld? Cicero, Oratio in Catilinam 1.1
De vraag drukt vooral verwijt en verontwaardiging uit.
Latijn
Wie wil er nu onrecht verdedigen?
De spreker verwacht geen echt antwoord.
Nederlands
Dit beroemde Cicero-voorbeeld werkt goed om de politieke en emotionele kracht van de retorische vraag te laten zien.
Begrippenlijst
antithese - scherpe tegenstelling tussen twee woorden of ideeën
climax - reeks met toenemende kracht of intensiteit
tricolon - groep van drie parallelle delen
polysyndeton - opsomming met herhaling van voegwoorden
retorische vraag - vraag waarop geen echt antwoord verwacht wordt
This item has no instructions
1. Het musje (2)
Passer, deliciae meae puellae,
quicum ludere, quem in sinu tenere,
cui primum digitum dare appetenti
et acris solet incitare morsus,
cum desiderio meo nitenti
carum nescio quid lubet iocari,
et solaciolum sui doloris,
credo, ut tum gravis acquiescat ardor:
tecum ludere sicut ipsa possem
et tristis animi levare curas!
Musje, lieveling van mijn meisje,
met wie zij gewoon is te spelen, die zij gewoonlijk op haar schoot houdt, aan wie zij gewoonlijk het topje van haar vinger geeft, terwijl hij pikt, en wiens felle beten zij gewoonlijk uitlokt,
wanneer mijn geliefde, terwijl ze straalt,
graag een of ander dierbaar spel wil spelen
en (dat) een kleine troost (is) voor haar pijn,
naar ik geloof, opdat dan haar hevige hartstocht tot rust komt:
kon ik maar net als je meesteres met jou spelen
en de droeve zorgen van mijn geest verlichten.
This item has no instructions
2. Het musje is dood (3)
Lugete, o Veneres Cupidinesque,
et quantum est hominum venustiorum:
passer mortuus est meae puellae,
passer, deliciae meae puellae,
quem plus illa oculis suis amabat.
Nam mellitus erat suamque norat
ipsam tam bene quam puella matrem,
nec sese a gremio illius movebat,
sed circumsiliens modo huc modo illuc
ad solam dominam usque pipiabat;
Treurt, o Venussen en Cupido’s
en alle mensen die ook maar enigszins innemend zijn:
de mus van mijn meisje is dood,
de mus, de lieveling van mijn meisje,
die zij meer liefhad dan haar eigen ogen.
Want hij was honingzoet en kende zijn
meesteres net zo goed als een meisje haar moeder [kent],
en hij bewoog zich niet van haar schoot,
maar in het rond hippend nu eens hierheen, dan weer daarheen, tjilpte hij voortdurend naar zijn enige meesteres;
This item has no instructions
2. Het musje is dood (3)
qui nunc it per iter tenebricosum
illuc, unde negant redire quemquam.
At vobis male sit, malae tenebrae
Orci, quae omnia bella devoratis:
tam bellum mihi passerem abstulistis.
O factum male! O miselle passer!
Tua nunc opera meae puellae
flendo turgiduli rubent ocelli!
hij gaat nu langs de weg vol duisternis
daarheen, vanwaar ze zeggen dat niemand terugkeert.
Maar laat het jou slecht vergaan, slechte duisternis
van de Orcus, (jij) die al het mooie/alles wat mooi is verslindt:
je hebt van mij de zo mooie mus weggenomen.
O misdaad! O ongelukkig musje!
Nu zijn door jouw toedoen van mijn meisje
de lieve ogen gezwollen rood door het huilen.
This item has no instructions
Aan de slag!
leren woorden t/m 40 + stijlfiguren + vertaalde teksten
vertalen: Catullus gedicht 3 en 4 t/m r. 13
herhalen: coniunctivus! Summa blz. 35-38
Oefendrills bij de coniunctivus (naar behoefte/inzicht)
This item has no instructions
Deze les: de les- en leerdoelen:
Aan het einde van deze les...
kun je je vertaalfouten aanwijzen en verklaren
begrijp je gedicht 1 en 2 inhoudelijk
ken je 5 nieuwe stijlfiguren: polysyndeton, tricolon, climax, antithese, retorische vraag
heb je gedicht 3 vertaald.
This item has no instructions
Les- en leerdoelen vwo 4:
Lesdoel: zelfstandig werken aan het vertalen van Latijnse teksten, het maken van opdrachten, tekstvragen en Drillsters.
Leerdoel: Ik kan tijdens deze les zelfstandig en doelgericht aan mijn Latijnse leerwerk werken en hulp vragen aan de docent wanneer dat nodig is.
Basisvaardigheden: taal, rekenen, burgerschap.
This item has no instructions
De vorige les
Aan het einde van de vorige les kon je....
informatie geven over de auteur Catullus, zijn leven, werk en genre.
gedicht 1 en 2 begrijpen
5 stijlfiguren (metafoor, hyperbaton, metonymia, anafoor en asyndeton) herkennen, benoemen en uitleggen.
This item has no instructions
Deze les: de les- en leerdoelen:
Aan het einde van deze les...
kun je je vertaalfouten aanwijzen en verklaren
begrijp je gedicht 3 inhoudelijk
ken je 5 nieuwe stijlfiguren: alliteratie, chiasme, parallellisme, litotes, personificatie
heb je gedicht 4 vertaald en ben je al ruim begonnen aan gedicht 6.
This item has no instructions
Welk effect past het best bij een antithese?
contrast benadrukken
tempo vertragen
drieledigheid tonen
antwoord uitlokken
De juiste keuze sluit aan bij de kern van antithese: een scherpe tegenstelling. De andere opties horen bij polysyndeton, tricolon en een gewone vraag.
Welk contrast zie je in 'Hij sprak weinig, maar zei veel'?
Bespreek dat leerlingen het betekenisvolle contrast moeten benoemen, niet alleen twee losse woorden. Mogelijke elementen: weinig/veel; contrast tussen spreken en inhoud; kernachtige formulering.
Wat maakt een climax vooral tot een climax?
herhaald voegwoord
scherpe tegenstelling
toenemende kracht
geen antwoord nodig
Toenemende kracht is de beslissende eigenschap. Dit onderscheidt climax van de andere behandelde stijlfiguren.
Climax en tricolon
Een tricolon is vooral een reeks van drie parallelle delen. Een climax draait vooral om een opbouw naar sterker effect. Eén voorbeeld kan beide stijlfiguren tegelijk zijn.
Laat leerlingen het onderscheid expliciet formuleren: tricolon = drieledigheid, climax = opbouw in intensiteit.
Waarom kan 'veni, vidi, vici' ook twee stijlfiguren tegelijk zijn?
Bespreek dat 'veni, vidi, vici' zowel drie parallelle delen heeft als een voortgang naar een beslissend eindpunt. Goede antwoorden noemen dus beide kenmerken.
Waaraan herken je een polysyndeton het duidelijkst?
opbouw in sterkte
herhaalde voegwoorden
tegenstelling
vraagvorm
De kern is de opvallende herhaling van voegwoorden zoals et. Zo wordt het tempo vertraagd en krijgt elk onderdeel nadruk.
Wat verwacht je bij een retorische vraag?
een opsomming
een echt antwoord
drie gelijke delen
een gestuurd standpunt
Een retorische vraag stuurt het publiek en presenteert een standpunt als vanzelfsprekend, zonder echt antwoord te verwachten.
Twee herkenningssignalen
Bij een polysyndeton worden voegwoorden opvallend vaak herhaald. Daardoor wordt het tempo vertraagd. Bij een retorische vraag lijkt de zin een vraag, maar er wordt geen echt antwoord verwacht.
Deze oefening koppelt vorm aan effect: herhaalde voegwoorden vertragen, vraagvorm zonder antwoord stuurt het publiek.
Stijlfiguren in het Latijn
Open vanuit het idee dat stijlfiguren niet alleen versiering zijn, maar nadruk, ritme en overtuigingskracht geven aan Latijnse teksten.
Leerdoel
Ik kan vijf stilistische middelen in Latijnse teksten herkennen en uitleggen: alliteratie, chiasme, parallellisme, litotes en de personificatie.
This item has no instructions
Stijlfiguren in het Latijn
Open vanuit het idee dat stijlfiguren niet alleen versiering zijn, maar nadruk, ritme en overtuigingskracht geven aan Latijnse teksten.
Leerdoel
Ik kan vijf stilistische middelen in Latijnse teksten herkennen en uitleggen: antithese, climax, tricolon, polysyndeton en de retorische vraag.
This item has no instructions
Alliteratie
Alliteratie is de herhaling van dezelfde beginmedeklinker of klank in woorden die dicht bij elkaar staan.
geeft nadruk aan een passage
maakt een zin ritmischer en opvallender
komt vaak voor in poëzie en retoriek
Benadruk dat het om begin-klanken gaat, niet om eindrijm. In het Latijn werkt dit vaak sterk door de woordvolgorde.
Alliteratie: Latijn en Nederlands
Latijn
Veni, vidi, vici.
De herhaling van de v-klank maakt de uitspraak krachtig, kort en memorabel.
Nederlands
Wind waait wild.
De herhaling van de w-klank geeft extra nadruk en klankwerking.
Peppa Pig!
Bij het Latijnse voorbeeld is de formulering beroemd door haar bondigheid; de alliteratie versterkt het effect.
Waarom werkt alliteratie?
trekt de aandacht van de luisteraar
verbindt woorden klankmatig met elkaar
helpt om een formulering beter te onthouden
Koppel dit aan redevoeringen: klank ondersteunt overtuigingskracht.
Alliteratie herkennen
Let op twee dingen:
woorden staan meestal dicht bij elkaar
de begin-klank keert bewust terug
Niet elke toevallige klankherhaling is meteen alliteratie; het gaat om stijl met effect.
This item has no instructions
Chiasme
Een chiasme is een kruislings patroon in de woordvolgorde.
Schema: A – B – B – A
legt nadruk op samenhang of tegenstelling
maakt een zin evenwichtig en opvallend
komt veel voor in Latijnse literatuur
Noem dat de term verwijst naar de Griekse letter chi (X): de structuur kruist als het ware.
Chiasme: Latijn en Nederlands
Magnam virtutem, pecuniam parvam habet.
Schema: magnam (A) – virtutem (B) – parvam (A) – pecuniam (B) in gekruiste koppeling van eigenschappen en zelfstandige naamwoorden.
Zij leeft om te leren, en leert om te leven.
Schema: leven – leren – leren – leven.
Latijn
Nederlands
Het Latijnse voorbeeld laat een kruisstructuur zien in de combinatie van adjectieven en zelfstandige naamwoorden. Bespreek dat de precieze analyse soms afhangt van wat je als paren leest.
Effect van een chiasme
Een chiasme ordent een zin zo dat twee delen elkaar spiegelen.
Daardoor kan een schrijver:
contrast laten uitkomen
een uitspraak bondig structureren
een gedachte extra nadruk geven
This item has no instructions
Chiasme in Latijnse teksten
In het Latijn valt een chiasme vaak extra op doordat de woordvolgorde vrijer is dan in het Nederlands. Een auteur kan woorden bewust kruiselings plaatsen voor stijl en nadruk.
Laat eventueel zien dat leerlingen bij het vertalen niet alleen naar grammatica, maar ook naar vorm moeten kijken.
Parallellisme
Parallellisme is het gebruik van gelijke of overeenkomstige zinsstructuren.
zorgt voor ritme en duidelijkheid
verbindt onderdelen inhoudelijk met elkaar
maakt opsommingen of tegenstellingen sterker
Benadruk het verschil met chiasme: parallellisme is gelijklopend, chiasme is gekruist.
Parallellisme: Latijn en Nederlands
Sommigen lachen, sommigen huilen.
Ook hier keert dezelfde zinsbouw terug, wat de tegenstelling helder maakt.
Nederlands
Latijn
Alii rident, alii flent.
De twee zinsdelen hebben dezelfde structuur: onderwerp + persoonsvorm.
Dit is een eenvoudig, didactisch voorbeeld; het doel is dat leerlingen de gelijke structuur direct zien.
Parallellisme en effect
Door herhaling van structuur krijgt een tekst orde.
de lezer verwerkt informatie sneller
verschillen tussen onderdelen worden scherper
de formulering klinkt plechtiger of overtuigender
This item has no instructions
Parallellisme herkennen
Zo herken je parallellisme:
vergelijk opeenvolgende zinsdelen
kijk of de grammaticale bouw gelijk blijft
let op herhaling van woordsoorten of zinsfuncties
Als extra contrast: bij chiasme verwacht je een spiegeling, bij parallellisme juist een herhaling in dezelfde volgorde.
Litotes
Een litotes is een verzachtende uitdrukking waarbij iets wordt ontkend om juist het tegenovergestelde te suggereren.
vaak: ontkenning van een tegenstelling
effect is subtieler dan een directe uitspraak
kan bescheiden, ironisch of nadrukkelijk werken
Leerlingen verwarren litotes soms met gewone ontkenning. Het gaat om een formulering die méér betekent dan er letterlijk staat.
Litotes: Latijn en Nederlands
Latijn
Non ignarus est.
Letterlijk: ‘Hij is niet onwetend.’
Bedoeld: hij weet er wel degelijk van.
Nederlands
Dat is niet slecht.
Letterlijk klinkt het zwak, maar bedoeld wordt vaak: dat is best goed.
Bespreek dat litotes vaak afhangt van context en toon: dezelfde woorden kunnen neutraler of sterker overkomen.
Waarom een litotes gebruiken?
Een directe uitspraak kan hard of opschepperig klinken. Met een litotes kiest een schrijver voor omweg en nuance.
Dat kan:
beleefder klinken
ironie oproepen
de lezer actiever laten interpreteren
This item has no instructions
Litotes en betekenis
Bij een litotes moet je altijd twee lagen lezen:
wat er letterlijk staat
wat er werkelijk bedoeld wordt
Juist die spanning maakt het stijlmiddel effectief.
Laat leerlingen bij vertalen niet te letterlijk blijven hangen; de betekenis is vaak sterker dan de woorden op zichzelf suggereren.
Personificatie
Personificatie is het toekennen van menselijke eigenschappen aan iets niet-menselijks.
een abstract begrip kan handelen of spreken
natuurverschijnselen krijgen menselijk gedrag
het beeld wordt levendiger en expressiever
Maak duidelijk dat het niet alleen om mensen in dierenverhalen gaat; ook abstracte begrippen zoals de dood, liefde of roem kunnen gepersonifieerd worden.
Personificatie: Latijn en Nederlands
Latijn
De stad slaapt.
Een stad kan niet letterlijk slapen; de menselijke eigenschap maakt het beeld levendig.
Fortuna caeca est.
Fortuna, het noodlot of geluk, krijgt een menselijke eigenschap: blind zijn.
Nederlands
Het Latijnse voorbeeld sluit aan bij een bekend abstract begrip uit de Romeinse cultuur.
Effect van personificatie
Personificatie maakt een tekst beeldender.
abstracte ideeën worden voorstelbaar
gevoelens krijgen meer kracht
een lezer onthoudt het beeld gemakkelijker
This item has no instructions
Personificatie in Latijnse literatuur
Latijnse auteurs geven vaak menselijke trekken aan goden, de natuur en abstracte begrippen. Daardoor wordt een tekst niet alleen informatief, maar ook emotioneel en beeldend.
Je kunt hier kort aangeven dat personificatie ook nauw samenhangt met de mythologische denkwereld van de oudheid.
Stijlmiddelen vergelijken
Alliteratie: herhaling van begin-klanken
Chiasme: gekruiste woordvolgorde
Parallellisme: gelijke zinsstructuur
Litotes: bevestiging via ontkenning
Personificatie: iets niet-menselijks wordt menselijk voorgesteld
Deze overzichtsslide helpt om de verschillen scherp te houden voor herkenning in teksten.
Begrippenlijst
alliteratie - herhaling van dezelfde begin-klank in woorden die dicht bij elkaar staan
chiasme - kruiselings patroon in woordvolgorde of zinsbouw
parallellisme - herhaling van gelijke zinsstructuren
litotes - een verzachtende formulering via ontkenning van het tegendeel
personificatie - een niet-menselijk begrip of ding krijgt menselijke eigenschappen
This item has no instructions
3. Carpe diem (5)
Vivamus, mea Lesbia, atque amemus,
rumoresque senum severiorum
omnes unius aestimemus assis!
Soles occidere et redire possunt:
nobis cum semel occidit brevis lux,
nox est perpetua una dormienda.
Da mi basia mille, deinde centum,
dein mille altera, dein secunda centum,
deinde usque altera mille, deinde centum.
Dein, cum milia multa fecerimus,
conturbabimus illa, ne sciamus,
aut ne quis malus invidere possit,
cum tantum sciat esse basiorum.
Laten we léven, mijn Lesbia, en laten we liefhebben
en laten we alle praatjes van de al te strenge oude mannen
één cent waard achten!
Zonnen kunnen ondergaan en terugkeren:
wanneer eenmaal het korte licht is ondergegaan,
moet er door ons één onafgebroken nacht geslapen worden.
Geef mij duizend kussen, daarna honderd,
daarna een tweede duizend, daarna een tweede honderd,
daarna zonder onderbreking een andere duizend, daarna honderd.
Vervolgens, wanneer wij vele duizenden kussen toegevoegd/
opgeteld zullen hebben, zullen wij die in de wargooien,
opdat wij (het) niet weten, of opdat niet een kwaadaardig persoon afgunstig kan zijn/met zijn boze oog ons kan gadeslaan,
wanneer hij weet dat er zoveel kussen zijn.
This item has no instructions
Aan de slag!
Leren: stijlfiguren + vertaalde teksten + woorden 41-60
Vertalen: C 4 + C 6-7 t/m r.13 (25 regels)
Maken: bijbehorende tekstvragen
This item has no instructions
Les- en leerdoelen vwo 4:
Lesdoel: zelfstandig werken aan het vertalen van Latijnse teksten, het maken van opdrachten, tekstvragen en Drillsters.
Leerdoel: Ik kan tijdens deze les zelfstandig en doelgericht aan mijn Latijnse leerwerk werken en hulp vragen aan de docent wanneer dat nodig is.
Basisvaardigheden: taal, rekenen, burgerschap.
This item has no instructions
De vorige les
Aan het einde van de vorige les kon je....
je vertaalfouten aanwijzen en verklaren
gedicht 3 inhoudelijk begrijpen en uitleggen
5 nieuwe stijlfiguren (alliteratie, chiasme, parallellisme, litotes, personificatie) herkennen, benoemen en uitleggen.
This item has no instructions
Deze les: de les- en leerdoelen:
Aan het einde van deze les...
kun je je vertaalfouten aanwijzen, verklaren en verbeteren
begrijp je gedicht 4 en 6 inhoudelijk
ken je 8 nieuwe stijlfiguren: eufemisme, hypallage, hyperbool, paradox, pleonasme, sententia, tautologie, vergelijking
heb je gedicht 7 vertaald en ben je al ruim begonnen aan gedicht 8.
This item has no instructions
Waardoor herken je alliteratie het best?
begin-klanken
eindrijm
tegenstelling
omgekeerde volgorde
De afleiders verwijzen naar andere verschijnselen: eindrijm is iets anders, tegenstelling hoort niet per se bij alliteratie, en omgekeerde volgorde past eerder bij chiasme.
Alliteratie aanvullen
Bij alliteratie keert een begin-klank terug in woorden die dicht bij elkaar staan. Daardoor krijgt een formulering meer nadruk en wordt zij vaak beter onthouden.
Alle drie de ingevulde woorden komen rechtstreeks uit het alliteratieblok: vorm, effect en functie.
Welk schema past bij een chiasme?
A-B-A-B
A-A-B-B
A-B-B-A
A-B-C-A
Laat leerlingen benoemen dat chiasme een kruisstructuur is, geen gewone herhaling.
Wat is het verschil tussen chiasme en parallellisme?
Verwachte elementen: parallellisme = gelijke volgorde of gelijke zinsstructuur; chiasme = gekruiste of spiegelende volgorde. Een goed antwoord noemt dus 'gelijklopend' versus 'gekruist'.
Wat maakt parallellisme sterker in een zin?
gelijke structuur
dubbele ontkenning
menselijke trek
dezelfde beginletter
De afleiders verwijzen naar litotes, personificatie en alliteratie.
Parallellisme aanvullen
Bij parallellisme vergelijk je opeenvolgende zinsdelen. Als de grammaticale bouw gelijk blijft, ontstaat meer ritme en duidelijkheid.
De woorden sluiten aan bij de herkenningsslide en de effectslide van parallellisme.
Wat bedoelt een litotes meestal?
letterlijke ontkenning
zwakke herhaling
versterking via ontkenning
menselijke voorstelling
De kern is dat een litotes meer bedoelt dan er letterlijk staat.
Litotes aanvullen
Bij een litotes lees je eerst wat er letterlijk staat, maar daarna ook wat werkelijk wordt bedoeld. Juist die spanning maakt het stijlmiddel effectief.
Dit sluit direct aan op de slide over de twee betekenislagen van litotes.
Wat gebeurt er bij personificatie?
klanken herhalen
woorden kruisen
iets menselijk maken
ontkenning verzachten
De juiste optie vat de definitie kernachtig samen; de andere opties horen bij de andere stijlmiddelen uit het overzicht.
Stijlfiguren in het Latijn
Open vanuit het idee dat stijlfiguren niet alleen versiering zijn, maar nadruk, ritme en overtuigingskracht geven aan Latijnse teksten.
Leerdoel
Ik kan acht stilistische middelen in Latijnse teksten herkennen en uitleggen: eufemisme, hypallage, hyperbool, paradox, pleonasme, sententia, tautologie en de vergelijking.
This item has no instructions
Eufemisme
Een eufemisme is een verzachtende uitdrukking. Iets pijnlijks, hard of gevoeligs wordt minder scherp geformuleerd.
This item has no instructions
Eufemisme
Latijn
quibus fors corpora dedisset, darent animos.
(Romulus zei) dat ze hun geest moesten geven aan degenen aan wie het lot hun lichaam had gegeven (=dat ze diegenen moesten gaan liefhebben die hen geroofd hadden). Livius, AUC 1.9.15
Letterlijk: 'aan wie het lot hun lichaam had gegeven', zachter voor: 'door wie je gegrepen en ontvoerd bent'.
Nederlands
Hij is heengegaan.
'Doodgaan' wordt zachter uitgedrukt.
Je kunt hier aangeven dat eufemismen vaak cultureel bepaald zijn: ook Romeinse auteurs konden harde werkelijkheid verzachten met omzichtige formuleringen.
Hypallage
Bij hypallage hoort een bijvoeglijk naamwoord grammaticaal bij het ene woord, terwijl het inhoudelijk beter past bij een ander woord in de zin.
Dit is voor leerlingen vaak een lastig begrip. Benadruk het verschil tussen grammaticale koppeling en logische koppeling.
Hypallage
Hij reed door de slapeloze nacht.
Letterlijk is niet de nacht slapeloos, maar de mens.
Latijn
Ibant obscuri sola sub nocte per umbram.
Zij liepen donker door de eenzame nacht door het duister.
(= Zij liepen alleen door de donkere nacht in het duister.) Vergilius, Aeneis 6.268
'een eenzame nacht': inhoudelijk past 'eenzaam' eerder bij de reizigers dan bij de nacht en donker bij nacht.
Nederlands
Het Latijnse voorbeeld komt uit Vergilius. Licht toe dat hypallage in Latijnse poëzie vaak sfeer oproept en de formulering compacter maakt.
Hyperbool
Een hyperbool is een bewuste overdrijving. De spreker bedoelt het niet letterlijk, maar wil een sterk effect bereiken.
This item has no instructions
Hyperbool
Nederlands
instar montis equum
een paard zo groot als een berg Vergilius, Aeneis 2.15
Ik heb je al duizend keer geroepen.
Het getal is duidelijk overdreven.
Latijn
Leg bij het Latijnse voorbeeld uit dat overdrijving niet altijd alleen in aantallen zit, maar ook in een sterk uitvergroot beeld of gevoel.
Paradox
Een paradox is een schijnbare tegenstrijdigheid. De combinatie lijkt onmogelijk, maar zet juist aan tot nadenken.
This item has no instructions
Paradox
Latijn
Festina lente.
'Haast je langzaam': twee tegengestelde ideeën vormen samen één gedachte.
Cum tacent, clamant.
Doordat ze zwijgen, schreeuwen ze luid. Cicero, Oratio in Catilinam 1.21
Door te zwijgen zei hij alles.
Zwijgen en alles zeggen botsen schijnbaar.
Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.
Nederlands
Benadruk dat een paradox niet simpelweg onzin is: de spanning tussen de woorden draagt een diepere betekenis.
Pleonasme
Een pleonasme bevat een woord met een eigenschap die al vanzelf in een ander woord besloten ligt.
Maak het onderscheid met tautologie alvast klein zichtbaar: bij een pleonasme gaat het vaak om verschillende woordsoorten, niet om synoniemen naast elkaar.
Pleonasme
Nederlands
Latijn
witte sneeuw
Sneeuw is van zichzelf al wit.
Rursus reverterunt.
Ze keerden weer terug. Caesar, De Bello Gallico 4.4.5
ante obitum … supremaque funera
vóór zijn dood en laatste begrafenis Ovidius, Met. 3.137
Je kunt noemen dat pleonasmen in literaire teksten soms toch functioneel zijn: ze vertragen, benadrukken of kleuren een beeld.
Sententia
Een sententia is een kernachtige, algemeen geldende uitspraak. Het klinkt als een levensles, inzicht of wijsheid.
This item has no instructions
Sententia
Haastige spoed is zelden goed.
Een algemene les, niet alleen voor één situatie.
Latijn
Nederlands
Homines, dum docent, discunt.
Mensen leren, terwijl zij les geven. Seneca, Epistula ad Lucilium 7.8
Geef aan dat sententiae in Latijnse teksten vaak memorabel zijn en daardoor makkelijk geciteerd worden.
Tautologie
Een tautologie herhaalt dezelfde gedachte met twee woorden die (bijna) hetzelfde betekenen.
Benadruk het verschil met pleonasme: tautologie = synoniemen naast elkaar; pleonasme = overbodige eigenschap.
Tautologie
Domum meam maioribus praesidiis munivi atque firmavi
Ik heb mijn huis met grotere wachtposten beveiligd en versterkt.
Cicero, Oratio in Catilinam 1.10
nooit en te nimmer
Twee bijna gelijke woorden versterken elkaar.
Latijn
Nederlands
Leg uit dat exacte schoolvoorbeelden in het Latijn soms kunstmatig kunnen zijn; het doel hier is herkenning van het principe.
Pleonasme en tautologie
Pleonasme: een overbodige eigenschap zit al in het zelfstandig naamwoord.
Tautologie: dezelfde betekenis wordt herhaald met synoniemen.
Voorbeeld pleonasme: witte sneeuw.
Voorbeeld tautologie: nooit en te nimmer.
Deze dia vangt een veelvoorkomende verwarring op. Houd het contrast scherp en gebruik precies dezelfde termen als eerder.
Vergelijking
Vorm van beeldspraak waarbij afgebeelde en beeld beide worden genoemd (dus met “als”, “zoals”, “gelijk aan” etc.).
De vergelijking bestaat uit drie elementen:
1. afgebeelde (= persoon/zaak die vergeleken wordt)
2. beeld (= persoon/zaak waarmee vergeleken wordt)
3. punt van overeenkomst/tertium comparationis (= het aspect waarin afgebeelde en beeld overeenkomen)
This item has no instructions
Vergelijking
De blozende jongen was zo rood als een kreeft.
Afgebeelde: de blozende jongen
Beeld: de kreeft
Tertium comparationis: de roodheid
Latijn
aut quam sidera multa, cum tacet nox,
furtivos hominum vident amores:
tam te basia multa basiare
vesano satis et super Catullo est.
of zoveel sterren als er, wanneer de nacht zwijgt, de heimelijke liefdes van de mensen zien: als je me zoveel kussen geeft, is dat voldoende en meer dan voldoende voor de waanzinnige Catullus. Catullus, Carmen 7.7-10
Afgebeelde: het aantal kussen dat Catullus van Lesbia krijgt
Beeld: het aantal sterren aan de hemel
Tertrium comparationis: oneindigheid
Nederlands
Wijs erop dat een vergelijking expliciet is; dat onderscheidt haar van een metafoor, waarin het vergelijkingswoord ontbreekt.
Direct en indirect effect
Eufemisme verzacht.
Hyperbool vergroot.
Paradox schuurt en laat nadenken.
Sententia onthoud je gemakkelijk door de bondige vorm.
Vergelijking maakt een beeld concreet.
Laat leerlingen zien dat stijlfiguren niet losstaande labels zijn: elk middel heeft een eigen effect op de lezer.
4. Zelfbeklag (8)
Miser Catulle, desinas ineptire,
Et, quod vides perisse, perditum ducas.
Fulsere quondam candidi tibi soles,
cum ventitabas quo puella ducebat
amata nobis quantum amabitur nulla.
Ibi illa multa cum iocosa fiebant,
quae tu volebas nec puella nolebat,
fulsere vere candidi tibi soles.
Nunc iam illa non vult: tu quoque, impotens, noli,
nec quae fugit sectare, nec miser vive,
sed obstinata mente perfer, obdura.
Ongelukkige Catullus, laat jij ophouden dwaas te zijn
en laat jij datgene, waarvan je ziet dat het verloren is gegaan, als verloren beschouwen. Eens schitterden voor jou stralend witte zonnen,
toen jij voortdurend ging waarheen het meisje jou leidde,
(het meisje) dat door ons/mij bemind werd zoveel als geen enkel (meisje) bemind zal worden. Toen daar die vele vrolijke dingen gebeurden, die jij wilde en het meisje heel graag wilde,
schitterden echt stralend witte zonnen voor jou.
Nu wil zij niet meer: ook jij, jezelf niet beheersend, moet niet willen
en loop haar niet achterna die wegvlucht, en leef niet ongelukkig, maar verdraag (het) vastberaden, volhard.
This item has no instructions
4. Zelfbeklag (8)
Vale, puella. Iam Catullus obdurat,
nec te requiret nec rogabit invitam.
At tu dolebis, cum rogaberis nulla.
Scelesta, vae te, quae tibi manet vita?
Quis nunc te adibit? Cui videberis bella?
Quem nunc amabis? Cuius esse diceris?
Quem basiabis? Cui labella mordebis?
At tu, Catulle, destinatus obdura.
Vaarwel, meisje. Reeds volhardt Catullus,
en niet zal hij naar jou terugverlangen en niet zal hij jou vragen, wanneer jij niet wilt. Maar jíj zult verdriet hebben, wanneer jij niet gevraagd zult worden. Rampzalige, arme jij, welk leven staat jou te wachten? Wie zal nu naar jou toegaan? In wiens ogen zul jij mooi schijnen? Wie zul jij nu beminnen? Van wie zul jij gezegd worden te zijn? Wie zul jij kussen? Voor wie/In wiens lippen zul jij bijten?
Maar jij, Catullus, volhard vastbesloten.
This item has no instructions
6. Onweerstaanbare ogen (48)
Mellitos oculos tuos, Iuventi,
si quis me sinat usque basiare,
usque ad milia basiem trecenta
nec numquam videar satur futurus,
non si densior aridis aristis
sit nostrae seges osculationis.
Als iemand mij zou toestaan jouw honingzoete ogen, Juventius,
zonder onderbreking te kussen,
dan zou ik met kussen doorgaan tot de 300.000
en nooit zou ik me bevredigd voelen,
zelfs niet als de aanwas van ons gekus voller
zou zijn dan gerijpte korenaren.
This item has no instructions
6. Onweerstaanbare ogen (48)
Mellitos oculos tuos, Iuventi,
si quis me sinat usque basiare,
usque ad milia basiem trecenta
nec numquam videar satur futurus,
non si densior aridis aristis
sit nostrae seges osculationis.
Als iemand mij zou toestaan jouw honingzoete ogen, Juventius,
zonder onderbreking te kussen,
dan zou ik met kussen doorgaan tot de 300.000
en nooit zou ik me bevredigd voelen,
zelfs niet als de aanwas van ons gekus voller
zou zijn dan gerijpte korenaren.
This item has no instructions
Aan de slag!
Leren: stijlfiguren + vertaalde teksten + woorden 61-80
Vertalen: C 7-8
Maken: bijbehorende tekstvragen
This item has no instructions
Deze les: de les- en leerdoelen:
Aan het einde van deze les...
kun je je vertaalfouten aanwijzen, verklaren en verbeteren
begrijp je gedicht 4 en 6 inhoudelijk
ken je 8 nieuwe stijlfiguren: eufemisme, hypallage, hyperbool, paradox, pleonasme, sententia, tautologie, vergelijking
heb je gedicht 7 vertaald en ben je al ruim begonnen aan gedicht 8.
This item has no instructions
De vorige les
Aan het einde van de vorige les kon je....
je vertaalfouten aanwijzen en verklaren
gedicht 4 en 6 inhoudelijk begrijpen en uitleggen
alle stijlfiguren herkennen, benoemen en uitleggen.
This item has no instructions
Deze les: de les- en leerdoelen:
Aan het einde van deze les...
kun je je vertaalfouten aanwijzen, verklaren en verbeteren
begrijp je gedicht 7 en 8 inhoudelijk
heb je zelf stijlfiguren ontdekt in gedicht 8
heb je gedicht 9 en 10 vertaald en ben je al ruim begonnen aan gedicht 11
This item has no instructions
Scherts en wijn (50)
1 Hesterno, Licini, die otiosi
multum lusimus in meis tabellis,
ut convenerat esse delicatos:
scribens versiculos uterque nostrum
5 ludebat numero modo hoc modo illoc,
reddens mutua per iocum atque vinum.
Atque illinc abii tuo lepore
incensus, Licini, facetiisque,
ut nec me miserum cibus iuvaret
10 nec somnus tegeret quiete ocellos,
sed toto indomitus furore lecto
versarer, cupiens videre lucem,
ut tecum loquerer, simulque ut essem.
1 Gisteren, Licinius, speelden wij onbezorgd veel op mijn schrijfplankjes,
zoals we hadden afgesproken verfijnd/frivool te zijn:
terwijl ieder van ons gedichtjes schreef,
5 speelde hij nu eens met deze, dan weer met die versmaat,
terwijl hij op de ander reageerde in scherts en in dronkenschap. En zo ging ik daarvandaan weg, door jouw charme
aangestoken , Licinius, en humor,
zodat noch het eten mij, ongelukkige, smaakte,
10 noch de slaap mijn ogen met rust bedekte,
maar ik, opgewonden door het hele bed
woelde/lag te woelen, verlangend het licht te zien,
om met jou te spreken en om samen met jou te zijn.
This item has no instructions
Scherts en wijn (50)
At defessa labore membra postquam
15 semimortua lectulo iacebant,
hoc, iucunde, tibi poema feci,
ex quo perspiceres meum dolorem.
Nunc audax cave sis, precesque nostras,
oramus, cave despuas, ocelle,
20 ne poenas Nemesis reposcat a te.
Est vehemens dea: laedere hanc caveto.
Maar (later), toen mijn ledematen uitgeput door inspanning
15 half doodop mijn kleine bed lagen,
heb ik dit gedicht, lieve jongen, voor jou gemaakt,
opdat jij hieruit mijn pijn zou leren kennen.
Pas op dat je niet arrogant bent en, we smeken je,
pas op dat je onze smeekbedes niet veracht, (mijn) oogappel,
20 opdat Nemesis niet van jou straf opeist.
Ze is een gewelddadige godin: pas ervoor op om haar te kwetsen.
This item has no instructions
Een navolging van Sappho (51)
1 Ille mi par esse deo videtur,
ille, si fas est, superare divos,
qui sedens adversus identidem te
spectat et audit
5 dulce ridentem, misero quod omnis
eripit sensus mihi: nam simul te,
Lesbia, aspexi, nihil est super mi
lingua sed torpet, tenuis sub artus
10 flamma demanat, sonitu suopte
tintinant aures, gemina teguntur
lumina nocte.
Otium, Catulle, tibi molestum est:
otio exsultas nimiumque gestis:
15 otium et reges prius et beatas
perdidit urbes.
1 Die/hij schijnt mij gelijk te zijn aan een god,
hij, als het geoorloofd is (te zeggen), schijnt de goden te overtreffen, die, zittend tegenover (jou), herhaaldelijk jou ziet en hoort
5 zoet lachen, hetgeen aan mij, ongelukkige, alle
zintuigen ontrukt: want zodra ik jou,
Lesbia, gezien heb, blijft er voor mij niets over
Maar mijn tong is verlamd en een allesdoordringend vuur
10 stroomt neer diep in mijn ledematen, mijn oren suizen van hun eigen geluid en mijn beide ogen worden
door de nacht/duisternis bedekt.
Het nietsdoen, Catullus, is funest voor je:
door nietsdoen ben je overmoedig en ben je al te uitgelaten: nietsdoen heeft vroeger zowel koningen als welvarende 15 steden te gronde gericht.
This item has no instructions
Een loze belofte
Nulli se dicit mulier mea nubere malle
quam mihi, non si se Iuppiter ipse petat.
Dicit: sed mulier cupido quod dicit amanti,
in vento et rapida scribere oportet aqua.
Mijn vrouw zegt dat zij met niemand liever wil trouwen dan met mij, zelfs niet als Jupiter zelf haar zou vragen.
Dat zegt ze: maar wat een vrouw zegt tegen haar hartstochtelijke minnaar, moet men in de wind en in het snelstromende water schrijven.
This item has no instructions
10. Hartstocht of genegenheid? (72)
1 Dicebas quondam solum te nosse Catullum,
Lesbia, nec prae me velle tenere Iovem.
Dilexi tum te non tantum, ut vulgus amicam,
sed pater ut gnatos diligit et generos.
5 Nunc te cognovi: quare etsi impensius uror,
multo mi tamen es vilior et levior.
‘Qui potis est?’ inquis. Quod amantem iniuria talis
cogit amare magis, sed bene velle minus.
Jij zei eens dat jij alleen Catullus kende,
Lesbia, en dat jij Jupiter niet wilde bezitten liever dan mij.
Ik heb jou toen niet slechts liefgehad zoals het gewone volk zijn vriendin(liefheeft), maar zoals een vader zijn kinderen en schoonzonen liefheeft. Nu ken ik jou: en daarom, hoewel ik feller van liefde brand, ben jij voor mij toch van veel minder waarde en onbeduidender/dwing je minder respect af. Hoe is het mogelijk, zeg je? Omdat zo’n onrecht iemand die verliefd is dwingt meer te beminnen, maar minder genegen te zijn.
This item has no instructions
11. Het bewijs van haar liefde (83)
Lesbia mi praesente viro mala plurima dicit:
haec illi fatuo maxima laetitia est.
Mule, nihil sentis. si nostri oblita taceret,
sana esset: nunc quod gannit et obloquitur, non solum meminit, sed, quae multo acrior est res,
irata est. hoc est, uritur et loquitur.
Wanneer haar man aanwezig is, zegt Lesbia zeer veel slechte dingen tegen mij: dit is voor die dwaas de grootste vreugde. Stommeling, heb je dan niets door? Als zij, ons vergetend, zou zwijgen, zou ze genezen zijn; maar nu omdat ze keft en scheldt, denkt ze niet alleen aan mij, maar wat veel sterker is, ze is boos: dit betekent: ze brandt en (zo) praat(ze).
This item has no instructions
12. Haat en liefde (85)
Odi et amo. Quare id faciam, fortasse requiris.
Nescio, sed fieri sentio et excrucior.
Ik haat en ik heb lief. Waarom ik dit doe, vraag je misschien. Ik weet het niet, maar ik voel het gebeuren en ik word (erdoor) gekweld.
This item has no instructions
13. Ware schoonheid (86)
Quintia formosa est multis, mihi candida, longa,
recta est. Haec ego sic singula confiteor.
totum illud ‘formosa’ nego: nam nulla venustas,
nulla in tam magno est corpore mica salis.
Lesbia formosa est, quae cum pulcerrima tota est,
tum omnibus una omnis surripuit Veneres.
Quintia is in de ogen van velen mooi (formosa), in mijn ogen is ze stralend, lang, rijzig: elk van deze eigenschappen afzonderlijk geef ik zo toe,
dat woord ‘formosa’ als geheel ontken ik: want geen verleidelijkheid, geen greintje smaak is in zo’n groot lichaam.
Lesbia is formosa, die niet alleen als geheel zeer mooi is,
maar ook alleen aan allen alle charmes heeft ontstolen.
This item has no instructions
17. Hoeveel kussen zijn genoeg? (7)
Quaeris, quot mihi basiationes
tuae, Lesbia, sint satis superque.
quam magnus numerus Libyssae harenae
laserpiciferis iacet Cyrenis
oraclum Iovis inter aestuosi
et Batti veteris sacrum sepulcrum;
aut quam sidera multa, cum tacet nox,
furtivos hominum vident amores:
tam te basia multa basiare
vesano satis et super Catullo est,
quae nec pernumerare curiosi
possint nec mala fascinare lingua.
Je vraagt, hoeveel kussen voor mij
van jou (tuae), Lesbia, genoeg zijn en meer dan [dat].
Zoveel als het grote aantal (van) Lybische zandkorrels
ligt in het duivelsdrek voortbrengende Cyrene
tussen het orakel van de gloeiend hete Juppiter
en het heilige graf van de oude Battus;
of zoveel sterren als er, wanneer de nacht zwijgt,
de heimelijke liefdes van de mensen zien:
zoveel vele kussen jou kussen
is genoeg en meer dan voor jouw dolverliefde Catullus,
zodat nieuwsgierige [mensen] ze niet tellen
kunnen en met een slechte tong beheksen.
This item has no instructions
Martialis
en het epigram
Open met de vraag wie in de oudheid korte, scherpe gedichten schreef. Leg uit dat Martialis vooral bekend is door zijn epigrammen: korte gedichten met een pointe.
Leerdoel
Ik kan uitleggen wie Martialis was, wat zijn werk succesvol maakte en wat het genre van het epigram kenmerkt.
This item has no instructions
Wie was Martialis?
Volledige naam: Marcus Valerius Martialis
Romeins dichter uit de 1e eeuw n.Chr.
Geboren in Bilbilis in Hispania
Vooral beroemd door zijn korte, scherpe gedichten
Bilbilis lag in het huidige Spanje. Benadruk dat Martialis wel een Romeins dichter is, maar niet in Rome geboren werd.
Zijn leven in grote lijnen
Martialis werd rond 40 n.Chr. geboren en trok als jonge man naar Rome. Daar bouwde hij een bestaan op als dichter. Hij leefde in de hoofdstad van het rijk, waar rijke beschermers en invloedrijke kennissen belangrijk waren voor schrijvers.
Patronus - cliens
Leg eventueel kort uit wat een beschermheer of patroon was: een rijke persoon die kunstenaars financieel of sociaal hielp.
Waarom naar Rome?
Rome was het politieke en culturele centrum
Daar vond een dichter publiek en contacten
Succes hing vaak af van relaties met machtige mensen
In Rome kon Martialis zijn naam opbouwen
Laat zien dat literair succes in de oudheid niet alleen van talent afhing, maar ook van netwerk en bescherming.
Leven als dichter
Het leven van Martialis was niet altijd gemakkelijk. Hoewel hij bekend werd, was hij ook afhankelijk van gunsten van anderen. Juist die afhankelijkheid werd een onderwerp in zijn gedichten: hij schrijft over geld, sociale verschillen, diners, cliënten en het stadsleven in Rome.
Dit vormt een brug naar zijn werk: zijn poëzie geeft een beeld van het dagelijks leven in Rome, vaak met humor of kritiek.
Zijn succes in Rome
Martialis kreeg bekendheid als dichter van epigrammen
Zijn werk werd gelezen in ontwikkelde Romeinse kringen
Hij schreef over herkenbare mensen en situaties
Daardoor klonken zijn gedichten levendig en actueel
This item has no instructions
Wat maakte hem populair?
Korte vorm: snel te lezen
Scherpe humor en spot
Verrassende pointe aan het einde
Onderwerpen uit het echte stadsleven
Benadruk dat de pointe typisch is voor het epigram. Dat verrassingseffect droeg sterk bij aan zijn succes.
Succes én kritiek
Martialis kon beroemd zijn en toch kritisch blijven. In zijn gedichten prijst hij soms invloedrijke personen, maar hij bespot ook ijdelheid, hebzucht, slechte smaak en sociaal toneel. Zijn succes kwam dus niet alleen door lof, maar ook door zijn scherpe blik.
Noem dat dichters in Rome soms balanceerden tussen bewondering voor machthebbers en subtiele kritiek op de samenleving.
Een spiegel van Rome
In zijn poëzie zie je het alledaagse Rome terug:
etentjes en uitnodigingen
rijke en arme stadsbewoners
vleierij en sociale ambitie
kleine ergernissen van het dagelijks leven
Maak duidelijk dat zijn werk voor historici en lezers waardevol is omdat het het sociale leven van Rome tastbaar maakt.
Terugkeer naar Spanje
Na vele jaren in Rome keerde Martialis terug naar Hispania, zijn geboortestreek. Dat gebeurde aan het einde van zijn leven. Zijn vertrek laat zien dat Rome wel kansen bood, maar ook vermoeiend en afhankelijk makend kon zijn.
Vermijd al te stellige psychologische verklaringen; houd het bij de tegenstelling tussen kansen in Rome en rust in Hispania.
Waarom vertrok hij?
Mogelijk verlangde hij naar rust
In Rome bleef het leven als dichter onzeker
Zijn band met Hispania bleef bestaan
Terugkeer betekende een afscheid van het drukke stadsleven
Formuleer voorzichtig: niet alles over zijn motieven is met zekerheid bekend. Het gaat om waarschijnlijke redenen die uit zijn levensloop en toon in het werk naar voren komen.
Zijn werk
Martialis is vooral bekend door een grote verzameling epigrammen. Dat zijn korte gedichten die vaak eindigen met een scherpe of verrassende wending. Zijn werk gaat over mensen, gewoonten en sociale verhoudingen in Rome.
This item has no instructions
Kenmerken van zijn poëzie
Kort en bondig
Vaak geestig of spottend
Gericht op een duidelijk effect
Regelmatig met een onverwacht slot
Leg uit dat bondigheid in Latijnse poëzie veel kracht kan hebben: weinig woorden, sterk effect.
Waarover schreef hij?
Vriendschap en vijandschap
Rijkdom en armoede
Gedrag in het openbare leven
Dwaasheid, schijn en ijdelheid
Kleine scènes uit het dagelijks bestaan
Deze thema's maken zijn gedichten toegankelijk: ze gaan vaak over herkenbaar menselijk gedrag.
Waarom zijn zijn gedichten belangrijk?
Martialis is belangrijk omdat zijn werk niet alleen literair is, maar ook een levendig beeld geeft van de Romeinse samenleving. Door zijn scherpe observaties leren we hoe mensen zich presenteerden, met elkaar omgingen en om status streden.
Dit is een kernslide: zijn werk is zowel kunst als bron voor sociale geschiedenis, maar houd de focus op Latijnse literatuur.
Wat is een epigram?
Van oorsprong een 'opschrift' (korte tekst op grafmonument, geschenk voor goden, een altaar of een standbeeld).
Daarna: een kort gedicht.
Bij Martialis: een kort gedicht met een puntige kern. Vaak werkt het toe naar een verrassend, grappig of scherp einde. Juist die beknoptheid en pointe maken het genre geschikt voor spot, observatie en snelle indruk.
Benadruk het genrebegrip: niet elk kort gedicht is automatisch een epigram, maar de pointe is hier beslissend.
Kenmerken van het epigram
Kort van vorm
Gericht op één idee of situatie
Eindigt vaak met een pointe
Kan grappig, spottend of scherp zijn
Laat met weinig woorden veel effect zien
This item has no instructions
Waarom past Martialis bij dit genre?
Hij schreef kernachtig
Hij observeerde mensen scherp
Hij gebruikte humor als wapen
Hij bouwde vaak naar een slotzin met effect
Koppel hier expliciet terug: zijn persoonlijke stijl en het genre versterken elkaar.
11. GENOEG VAN CHLOË (3.53)
Et voltu poteram tuo carere
et collo manibusque cruribusque
et mammis natibusque clunibusque,
et, ne singula persequi laborem,
tota te poteram, Chloe, carere.
En ik kan je gelaat missen
en je nek en je handen en je benen
en je borsten en je kont en je billen,
en, opdat ik me niet inspan de dingen stuk voor stuk gedetailleerd op te sommen,
ik kan jou helemaal, Chloë, missen.
This item has no instructions
12. Het is nooit goed (12.46/47)
Difficilis facilis, iucundus acerbus es idem:
nec tecum possum vivere, nec sine te.
Lastig, makkelijk, prettig, scherp ben je tegelijkertijd:
ik kan niet met je leven en niet zonder je.
This item has no instructions
13. (IM)POTENT? (11.97)
Una nocte quater possum: sed quattuor annis
si possum, peream, te Telesilla semel.
In één nacht kan ik het vier keer; maar ik mag (moge ik) sterven
als ik het in vier jaar met jou, Telesilla, eenmaal kan.
This item has no instructions
25. Wie als een dubbeltje geboren is... (5.81)
Semper pauper eris, si pauper es, Aemiliane:
dantur opes nullis nunc nisi divitibus.
Altijd zul je arm zijn, als je arm bent, Aemilianus:
bezittingen worden aan niemand (lett.: geen (mensen)) gegeven,
tenzij aan de rijken.
This item has no instructions
26. Een ongelukje? (10.15)
Dotatae uxori cor harundine fixit acuta,
Sed dum ludit Aper: ludere novit Aper.
Aper doorboorde bij zijn vrouw met rijke bruiddschat het hart
met een scherpe pijl, terwijl hij sportte. Aper kan sporten.
This item has no instructions
27. Vriendinnen (4.24)
Omnes quas habuit, Fabiane, Lycoris amicas
extulit: uxori fiat amica meae.
Alle vriendinnen, Fabianus, die Lycoris had
bracht ze ten grave. Moge zij een vriendin voor mijn vrouw worden.
This item has no instructions
28. Beloning (10.43)
Septima iam, Phileros, tibi conditur uxor in agro.
Plus nulli, Phileros, quam tibi, reddit ager.
Je zevende vrouw, Phileros, wordt door jou al geborgen in de
akker. De akker geeft aan niemand meer terug dan aan jou.
This item has no instructions
29. Rouw om een vrouw (2.65)
Cur tristiorem cernimus Saleianum?
'An causa leuis est?' inquis, 'extuli uxorem.'
O grande fati crimen! O grauem casum!
Illa, illa diues mortua est Secundilla,
centena decies quae tibi dedit dotis?
Nollem accidisset hoc tibi, Saleiane.
Waarom zien we Saleianus bedroefder [dan anders]?
'Is de reden soms onbelangrijk?'zeg je 'ik heb mijn vrouw ten grave gedragen.' O grote misdaad van het lot! O zware slag!
Is die, die rijke Secundilla gestorven,
die aan jou een miljoen aan bruidsschat gaf?
Ik zou niet willen dat dat jou overkomen was, Saleianus.
This item has no instructions
31. What’s in a name (10.102)
Qua factus ratione sit requiris,
Qui numquam futuit, pater Philinus?
Gaditanus, Avite, dicat istud,
Qui scribit nihil et tamen poeta est.
Op welke manier is Philinus, vraag je,
vader geworden, (Philinus) die nooit neukt?
Laat, Avitus, Gaditanus je dat zeggen
die niets schrijft en toch dichter is.
This item has no instructions
De vorige les
Aan het einde van de vorige les ....
had je enorm veel gedichten van Catullus en Martialis nagekeken en verbeterd.
wist je wie Martialis was, wat zijn werk succesvol maakte en wat het genre van het epigram kenmerkt.
heb je de cultuurbladzijdes van Martialis ontvangen (les van mevrouw Postma)
This item has no instructions
Deze les: de les- en leerdoelen:
Aan het einde van deze les...
heb je de laatste (en daarmee dus alle) gedichten van Catullus en Martialis nagekeken en verbeterd.
heb je de vragen gesteld die je had.
heb je een begin gemaakt aan de voorbereiding van de toets.
heb je bovenstaande voor elkaar gekregen zonder anderen af te leiden.
This item has no instructions
32. Liefde maakt blind (3.8)
"Thaida Quintus amat." "Quam Thaida?" "Thaida luscam."
Vnum oculum Thais non habet, ille duos.
'Quintus bemint Thaïs.' 'Welke Thaïs?' 'Thaïs met één oog.'
Thaïs heeft één oog niet, hij twee.
This item has no instructions
Tand om tand (35.43)
Thais habet nigros, niueos Laecania dentes.
Quae ratio est? Emptos haec habet, illa suos.
Thaïs heeft zwarte, Laecinia sneeuwwitte tanden.
Welke reden is [er daarvoo]? Deze heeft gekochte [tanden], die haar eigen.
This item has no instructions
36. Oog om oog (12.23)
Dentibus atque comis — nec te pudet — uteris emptis.
Quid facies oculo, Laelia? non emitur.
Jij gebruikt tanden en haar - en je schaamt je niet - dat gekocht
is. Wat zul je doen memt je oog, Laelia? Dat is niet te koop.
This item has no instructions
37. Huid en haar (6.57)
Mentiris fictos unguento, Phoebe, capillos
et tegitur pictis sordida calua comis.
Tonsorem capiti non est adhibere necesse:
radere te melius spongea, Phoebe, potest.
Jij liegt, Phoebus, dat je haren door gel in vorm gehouden worden en je vuile kale kop wordt bedekt door geschilderde lokken. Het is niet nodig voor jouw hoofd een kapper te gebruiken: 'Scheren' kan jou, Phoebus, beter een spons.
This item has no instructions
38. Kromme benen (2.35)
Cum sint crura tibi similent quae cornua lunae,
in rhytio poteras, Phoebe, lauare pedes.
Omdat jij benen hebt, die gelijk zijn aan de horentjes van de maan, zou je je voeten, Phoebus in een drinkbeker kunnen wassen.
This item has no instructions
39. Dokter (1.47)
Nuper erat medicus, nunc est uispillo Diaulus:
quod uispillo facit, fecerat et medicus.
Tot voor kort was Diaulus dokter, nu is hij begrafenisondernemer: wat hij als begrafenisondernemer doet, had hij ook als dokter gedaan.
This item has no instructions
40. Oogarts (8.47)
Oplomachus nunc es, fueras opthalmicus ante.
Fecisti medicus quod facis oplomachus.
Gladiator ben je nu, je was eerder oogarts geweest.
Je hebt als dokter gedaan, wat je nu als gladiator doet.
This item has no instructions
14. Ware liefde (87)
Nulla potest mulier tantum se dicere amatam
vere, quantum a me Lesbia amata mea est.
Nulla fides ullo fuit umquam foedere tanta,
quanta in amore tuo ex parte reperta mea est.
Geen vrouw kan zeggen dat ze waarlijk zozeer bemind is
als mijn Lesbia bemind is door mij.
Geen trouw was ooit in enig verbond zo groot
als in de liefde voor jou van mijn kant gevonden is.
This item has no instructions
16. Was sich liebt das neckt sich (92)
Lesbia mi dicit semper male nec tacet umquam
de me: Lesbia me dispeream nisi amat.
quo signo? quia sunt totidem mea: deprecor illam
assidue, verum dispeream nisi amo.
Lesbia scheldt altijd op mij en zwijgt nooit
over mij: ik mag sterven als Lesbia niet van me houdt.
Hoezo (lett.: door welk teken)? Omdat de mijne (mijn tekens) evenzoveel [zijn]: ik vervloek haar voortdurend, maar ik mag sterven, als ik niet van haar houd.
This item has no instructions
18. Lesbia een slet? (58)
Caeli, Lesbia nostra, Lesbia illa.
illa Lesbia, quam Catullus unam
plus quam se atque suos amavit omnes,
nunc in quadriviis et angiportis
glubit magnanimi Remi nepotes.
Caelius, onze Lesbia, die Lesbia,
die Lesbia, die Catullus als enige
meer dan zichzelf en al de zijnen beminde,
zuigt nu op viersprongen en in steegjes
de kleinzonen van de fiere Remus af.
This item has no instructions