1kader 3.7 Grammatica zinsdelen lv

Pak je spullen alvast en ga lekker lezen! 
Welkom bij 3.7           grammatica           
Leg je spullen klaar en pak je leesboek
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Pak je spullen alvast en ga lekker lezen! 
Welkom bij 3.7           grammatica           
Leg je spullen klaar en pak je leesboek

Slide 1 - Slide

3.7 grammatica lesdoelen
1. Je kunt de pv in een zin benoemen
2. Je kunt het wg in een zin benoemen
3. Je kunt het ow in een zin benoemen
4. Je kunt het lv in een zin benoemen

3.7 werkhouding en lesdoelen
1. Je maakt de juiste keuzes m.b.t. de lesdoelen
2. Je bent goed voorbereid voor het so/pw

Slide 2 - Slide

3.7 Grammatica zinsdelen                   aantekeningen     



1. persoonsvorm          pv       is één ww, doe de tijdproef
2. werkw. gezegde     wg      alle ww in de zin (mét pv)
                                                     LET OP: aan het../te...
3. onderwerp               ow       wie-gedeelte : wie+wg?
----------------------------------------                                                
4. lijdend voorwerp      lv      wat-gedeelte: wat+wg+ow?

Slide 3 - Slide

3.7 voorbeeld WG                          aantekeningen     


Ik was aan het telefoneren.
De student zit tijdens de les te slapen.
De piloot sprint naar zijn kinderen. 

Slide 4 - Slide

3.7 WG en splitsbare ww                  aantekeningen     





Beide delen van splitsbare ww horen bij het wg.
    -opbergen-afwassen-teruggeven-overdragen-

 
* Hij draagt het werk over.
* Zij wassen de hele stapel borden samen af.
* De ouders geven de brieven terug aan school.
* Berg jij je winterkleding even op

Slide 5 - Slide

Maak opdracht 2  en kijk na!
Filmpje wg en ow en lv
timer
1:00
Mijn advies, opdrachten van 3.7:
4, 7
13 (noteer ook de vraag) 
14, 18 en 19
23 (totaalopdracht)
Test Jezelf van 3.7 


Slide 6 - Slide

Wat is het ww-gezegde van zin 5 bij opdracht 2 ?
De andere leerlingen proberen elkaar van moord te beschuldigen.

Slide 7 - Open question

Wat is het ww-gezegde van zin 5 bij opdracht 2 ?
De andere leerlingen proberen elkaar van moord te beschuldigen.

Slide 8 - Open question

3.7 Start altijd met de persoonsvorm
opdracht 4 samen
 filmpjes:
 wg 2, 
 ow 2

Slide 9 - Slide

Lijdend voorwerp: samen

Slide 10 - Slide

Welke 3 opdrachten heb je nodig om de lesdoelen te behalen?  3.7

Slide 11 - Slide

3.7 grammatica lesdoelen
1. Je kunt de pv in een zin benoemen
2. Je kunt het wg in een zin benoemen
3. Je kunt het ow in een zin benoemen
4. Je kunt het lv in een zin benoemen
5. Je kunt zinsdeelstrepen zetten

3.7 werkhouding en verantwoording lesdoelen
1. Je maakt de juiste keuzes m.b.t. de lesdoelen
2. Je bent goed voorbereid voor het so 

Slide 12 - Slide

Voordoen en Nadoen
opdracht 14: Ik doe hardop voor hoe je een zin ontleedt.


Bekijk de filmpjes :  WG2, OW en LV in Talent
Oefen: opdracht 14, 17, 18, 19, 23 

Klaar?
Test jezelf, Oefentoets, Numo

Slide 13 - Slide

Zinsdeelstrepen oefenen
Schrijf deze zin op:

De scholier werd gisteren in het dorpje betrapt met een gestolen fiets. 
1. pv-wg-ow-lv
2. welke delen bijven over? 

Slide 14 - Slide

Thuis oefenen
1. Maak minimaal 1 nog een opdracht   van 3.7
2.  Test jezelf  3.7 en Oefentoets
3. Oefen in Numo: zinsontleden t/m lv
4. Noteer eventuele vragen

                                            SUCCES en BEDANKT VOOR DE AANDACHT!

Slide 15 - Slide

wg
Welke ww is een infinitief?
A
afwassen
B
was af
C
wasten af
D
afgewassen

Slide 16 - Quiz

Het werkwoordelijk gezegde (wg)
bestaat uit:
A
pv en ow samen
B
alle werkwoorden in de zin
C
pv
D
pv + voltooid deelwoord

Slide 17 - Quiz

Wat is het wg in deze zin:

De huisarts raakt de patiënt voorzichtig aan.
A
raakt
B
De huisarts
C
raakt aan
D
raakt voorzichtig aan

Slide 18 - Quiz

onderwerp (ow)
Welke vraag stel je om ow te vinden?
A
Wie (wat) + w.gezegde?
B
Wat (wie) + wg + ow?
C
Wat is het onderwerp van deze zin?
D
Over wie gaat het?

Slide 19 - Quiz

ow:
Wat is de onderwerpproef?
A
je legt de pv onder de microscoop
B
je maakt de zin vragend
C
Wie + wg?
D
verander de pv van getal: ev/mv -- mv/ev

Slide 20 - Quiz

Wat is het onderwerp in deze zin:

Wat vinden jullie van deze reclamestunt?
A
Wat
B
jij
C
jullie
D
deze reclamestunt

Slide 21 - Quiz

Welke vraag stel je om het lijdend voorwerp te vinden?
A
Vraagzin
B
Wat(wie)+wg+ow?
C
Wie + wg?
D
Wat of wie doet het?

Slide 22 - Quiz

Stelling: waar of niet waar?

A. Elke zin heeft een lv
B. Het lv kan een 'wat of wie' zijn.
A
A = waar B= waar
B
A= niet waar B = niet waar
C
A= niet waar B = waar
D
A= waar B = niet waar

Slide 23 - Quiz

Ontleed: pv - wg - ow - lv
Bij een voldoende mag ik het eten kiezen.
A
pv: mag / wg : mag kiezen/ ow: ik / lv: het eten
B
pv ; mag / wg: mag/ ow: ik / lv : het eten
C
pv: bij een voldoende/ ow: ik/ wg: mag kiezen/ lv: ---
D
pv en wg: mag kiezen/ ow : het eten / lv: ik

Slide 24 - Quiz

Hoe bereid ik het so voor?
A
Ik maak 'test mezelf'
B
Ik oefen opdrachten
C
Ik leer de lesstof/leerteksten en filmpjes
D
Alle antwoorden van A, B, C

Slide 25 - Quiz

ontleed: pv-wg-ow-lv

Ayla maakt altijd mooie foto's



Ontleed:            pv- wg - ow - lv  
1. De goochelaar heeft zijn assistente stevig geblinddoekt.
2. Heel rustig steekt hij drie zwaarden in de kist.
3. De assistente slaakt tijdens de act harde angstkreten.
4. Gelukkig maakt hij de kist rustig open. 
5.. Vrolijk komt de dame zonder verwondingen uit de kist gestapt.
6. Opgelucht herademt het publiek.


Klaar? maak opdracht 26c  van 3.7   op blz. 251
timer
10:00

Slide 26 - Slide