3.4 Nog meer bankzaken?

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 3.3 blz. 82 (huiswerkcontrole)
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
1 / 13
next
Slide 1: Slide
EconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 13 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 3.3 blz. 82 (huiswerkcontrole)
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt de vier leenmotieven noemen en herkennen.
  • Je kunt de kredietkosten van een lening berekenen.
  • Je kunt de belangrijkste vormen van consumptief krediet noemen en herkennen.
  • Je kunt uitleggen wat een hypothecaire lening is.

Slide 2 - Slide

H3 De bank en jouw geld
Paragraaf 3.4 Nog meer bankzaken?

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 3.4
  • Je kunt uitleggen wat de rol van banken is in ons geldverkeer.
  • Je kunt de voor- en nadelen noemen van beleggen vergeleken met sparen.
  • Je kunt uitleggen dat je met de wisselkoers vreemde valuta kunt omrekenen.
  • Je kunt berekenen hoeveel vreemd geld je voor een bedrag in euro's krijgt.
  • Je kunt een bedrag in vreemd geld omrekenen naar euro's.

Slide 4 - Slide

Geldstroom
  • Banken bemiddelen tussen de vraag naar geld en het aanbod van geld
  • Het aanbod komt van spaarders. 
  • De vraag komt van gezinnen en bedrijven die geld willen lenen. Zij betalen en ontvangen rente.
  • Rente is dus de prijs voor geld.
  • Gezinnen lenen voor aanschaf van consumptiegoederen
  • Bedrijven lenen om te kunnen investeren.

Slide 5 - Slide

Beleggen
  • In plaats van sparen kun je ook beleggen.
  • Dan koop je iets waarvan je verwacht dat de waarde zal stijgen.
  • Wat je ermee verdient, noem je rendement.
  • Met een belegging in obligaties leen je geld uit aan een bedrijf of aan de overheid. Over obligaties ontvang je een afgesproken vaste rente.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Vreemde valuta
De meeste landen in de EU hebn de euro als wettig betaalmiddel. Deze groep landen noem je de eurozone.
Geldsoorten van landen buiten deze groep noem je vreemde valuta
Voor het omrekenen van euro's naar vreemde valuta of andersom gebruik je de wisselkoers, die geeft aan hoeveel één euro waard is in vreemde valuta.

Slide 8 - Slide

Wisselkoers
De bank gebruikt twee wisselkoersen:
  • Als je vreemd geld nodig hebt, koop je vreemd geld. Hiervoor rekent de bank met de aankoopkoers (U koopt).
  • Als je vreemd geld over hebt en omwisselt voor euro's, verkoop je vreemd geld. De bank rekent dan met de verkoopkoers (U verkoopt).

Slide 9 - Slide

Aankoop in euro's

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Aan het werk!
Maken opdrachten 3.4: 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 9
Klaar?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Klaar?  Werk laten zien aan docent.
Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 3.4
Veel goed? -> Maken plusopdrachten 3.4

 

timer
25:00

Slide 12 - Slide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt uitleggen wat de rol van banken is in ons geldverkeer.
  • Je kunt de voor- en nadelen noemen van beleggen vergeleken met sparen.
  • Je kunt uitleggen dat je met de wisselkoers vreemde valuta kunt omrekenen.
  • Je kunt berekenen hoeveel vreemd geld je voor een bedrag in euro's krijgt.
  • Je kunt een bedrag in vreemd geld omrekenen naar euro's.

Slide 13 - Slide