1.8. Spelling
1.8. Spelling
This item has no instructions
Leerdoel
Ik kan leestekens en aanhalingstekens goed gebruiken en de tegenwoordige tijd van werkwoorden correct schrijven.
De gebruiker noemde ook twintig dicteewoorden. Omdat er geen lijst met die woorden is meegegeven, komt dat onderdeel niet als aparte inhoud terug in deze deck.
Leestekens maken tekst duidelijk
Leestekens helpen de lezer.
Ze verdelen tekst in duidelijke zinnen
Ze laten zien of iets een vraag of uitroep is
Ze maken een tekst rustiger en beter leesbaar
This item has no instructions
Vier belangrijke leestekens
Punt (.) — aan het einde van een gewone zin
Komma (,) — voor een korte pauze in een zin
Vraagteken (?) — aan het einde van een vraag
Uitroepteken (!) — bij nadruk, emotie of een bevel
Benadruk dat leestekens niet zomaar versiering zijn: ze veranderen hoe je een zin leest en soms ook wat een zin betekent.
Voorbeelden van leestekens
Komma
Als het regent, blijf ik binnen.
Uitroepteken
Pas op!
Pauze en nadruk
Punt
Ik ga naar huis.
Vraagteken
Ga je mee?
Zin en vraag
This item has no instructions
Aanhalingstekens
Aanhalingstekens zet je voor en na een woord of zin.
Je kunt gebruiken:
enkele aanhalingstekens: ‘...’
dubbele aanhalingstekens: “...”
Ze laten zien dat woorden precies zo zijn gezegd of apart worden aangehaald.
Dubbele aanhalingstekens (“ ”) worden in de meeste teksten gebruikt om letterlijke citaten weer te geven, zowel uit gesproken als geschreven taal.
Houd het eenvoudig: focus op herkennen en correct plaatsen. Je hoeft hier nog niet alle regels van directe rede uit te werken.
Voorbeelden met aanhalingstekens
Sara zei: “Ik kom zo.”
Het woord ‘spelling’ is belangrijk in deze les.
Er staat steeds één teken aan het begin en één aan het einde.
This item has no instructions
Tegenwoordige tijd enkelvoud
De persoonsvorm in de tegenwoordige tijd enkelvoud heeft twee vormen:
de ik-vorm
ik-vorm + -t
Welke vorm je kiest, hangt af van het onderwerp in de zin.
This item has no instructions
De stam en de ik-vorm
De stam maak je meestal door van het hele werkwoord -en af te halen.
werken → werk → ik werk
fietsen → fiets → ik fiets
typen → typ → ik typ
Noem dat de stam vaak gelijk is aan de ik-vorm. Gebruik steeds dezelfde termen: infinitief, stam, ik-vorm.
Soms verandert de stam een beetje
Niet elke ik-vorm lijkt precies op de letters van de stam.
lopen → lop → ik loop
verhuizen → verhuiz → ik verhuis
spellen → spell → ik spel
Je schrijft de vorm die je ook echt uitspreekt en kent als ik-vorm.
Dit is een gevoelig punt voor leerlingen. Leg uit dat je niet alleen mechanisch letters wegstreept, maar kijkt naar de juiste geschreven ik-vorm.
Wanneer gebruik je de ik-vorm?
bij ik: Ik loop.
als je/jij achter de persoonsvorm staat: Verhuis jij? Kom je?
bij de gebiedende wijs: Ren! Pas op!
Gewone gevallen
Belangrijke regel bij je
geen -t als je vervangen kan worden door jij
wel -t als je vervangen kan worden door jouw
Gebruik de vervangproef hardop: Kom je? → Kom jij? dus geen -t. Komt je buurmeisje spelen? → Komt jouw buurmeisje spelen? dus wel -t.
Wanneer gebruik je ik-vorm + -t?
Je gebruikt ik-vorm + -t:
bij je of jij vóór de persoonsvorm: Je loopt. Jij wordt kampioen.
bij hij, zij, het: Hij bonst. Mijn moeder ziet alles. Het wordt vroeg donker.
This item has no instructions
Tegenwoordige tijd meervoud
Bij meervoud is de persoonsvorm hetzelfde als het hele werkwoord.
wij lopen
jullie verhuizen
de spelers rennen
Koppel dit duidelijk aan het begrip infinitief: in het meervoud schrijf je meestal gewoon het hele werkwoord.
Onregelmatige werkwoorden
Sommige werkwoorden volgen deze regel niet. Bij hij/zij/het krijg je dan niet gewoon ik-vorm + -t.
Deze werkwoorden noem je onregelmatig.
De belangrijkste zijn:
hebben
zijn
kunnen
Geef mondeling voorbeelden als steun, zoals: hij heeft, zij is, het kan. De bron noemt zes onregelmatige werkwoorden, maar werkt alleen deze drie belangrijke uit.
Woordenlijst
leestekens - tekens die zinnen duidelijker en beter leesbaar maken
punt - leesteken aan het einde van een gewone zin
komma - leesteken dat een korte pauze in een zin aangeeft
vraagteken - leesteken aan het einde van een vraag
uitroepteken - leesteken voor nadruk, emotie of een bevel
aanhalingstekens - tekens vóór en na een woord of zin
persoonsvorm - de werkwoordsvorm in de zin die verandert bij ik, jij, hij, wij
This item has no instructions
Woordenlijst
tegenwoordige tijd - werkwoordsvorm die aangeeft dat iets nu gebeurt
enkelvoud - vorm die past bij één persoon of één ding
meervoud - vorm die past bij meer dan één persoon of ding
infinitief - het hele werkwoord, zoals lopen of verhuizen
stam - de basis van het werkwoord zonder -en
ik-vorm - de werkwoordsvorm die je gebruikt bij ik
onregelmatig werkwoord - werkwoord dat niet volgens de gewone regel verandert
This item has no instructions
Evaluatiemomentje!
This item has no instructions
FF spiegelen
Evaluatie les
Evaluatie proces
Werkhouding?
Tempo?
Verzorging?
Zelfstandig?
Leerdoelen:
This item has no instructions