Ritme en maat (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

QUIZ

Terugblik: Ritme en maat

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met quiz van tien vragen over ritme en maat voor vwo, waarvan twee luistervragen over vrij ritme en swing.

Items in this lesson

VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

QUIZ

Terugblik: Ritme en maat

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Der wahre Jakob / Wikimedia Commons, CC0

Video: Missa pro Defunctis: Kyrie, gregoriaans gezang, kanaal Schola Cantorum Of Amsterdam Students - Topic. Wat leerlingen horen: een eenstemmig gezang zonder drums of vaste beat. Het ritme volgt de tekst en de melodie en er is geen maatsoort te tellen. Dat is een vrij ritme. Goede antwoord: vrij ritme. Wie motorisch ritme kiest, hoort een stuwende beweging, maar hier ontbreekt elke vaste puls.

Welk ritmisch kenmerk past bij dit fragment?

A

Vrij ritme

B

Motorisch ritme

C

Polyritmiek

D

Four on the floor

Het gezang volgt de tekst zonder vaste puls of maat: vrij ritme. Wie motorisch ritme kiest, hoort een stuwende beweging, maar die ontbreekt hier.

Wat is de tactus?

A

De zwaarste tel van een maat

B

De puls waarop je natuurlijk meetikt

C

De korte start vóór de eerste maatstreep

D

Het aantal tellen per minuut

De tactus is de slag die je als tel ervaart. De zwaarste tel is een maataccent, de korte start een opmaat en het aantal tellen per minuut is het tempo.

Video: Count Basie: One O'Clock Jump, kanaal Count Basie - Topic. Wat leerlingen horen: een bigband met een riff van blazers. De achtsten klinken lang-kort in plaats van twee even lange noten: swing (triolenfeel). Goede antwoord: swing. Laat leerlingen het lang-kort nadoen met 'dum-da, dum-da' en vergelijk met even lange noten, de straight feel.

Welke feel hoor je bij de achtsten in dit fragment?

A

Straight feel

B

Vrij ritme

C

Een hemiool

D

Swing (triolenfeel)

De achtsten klinken lang-kort: swing. Bij straight feel zijn ze even lang. Wie een hemiool kiest, let op groepjes in plaats van op de verdeling binnen de tel.

Zet op volgorde van weinig naar veel noten per tel

1

Halve noot

2

Vier zestienden

3

Acht tweeëndertigsten

4

Twee achtsten

5

Kwartnoot

Elke stap verdubbelt het aantal noten per tel. Verwachte fout: de halve noot na de kwartnoot zetten omdat die groter lijkt.

Wat is een tegenaccent?

A

Een accent op een onverwachte plek

B

Een accent op de eerste tel van elke maat

C

Een zachte noot na een rust

D

Een noot die langer klinkt dan de tel

Een tegenaccent valt tegen de maataccenten in. Wie de eerste tel kiest, beschrijft het gewone maataccent.

Welke muziek heeft een motorisch ritme?

A

Een stuk zonder vaste puls

B

Een stuk met twee maatsoorten tegelijk

C

Een stuk met een onophoudelijke stroom gelijke noten

D

Een stuk met steeds een lange stilte

Een motorisch ritme is een doorlopende beweging van gelijke korte noten. Zonder puls is een vrij ritme, twee maatsoorten tegelijk is polymetriek.

Wat is ragged time?

A

Een vrij ritme zonder maat

B

Een swingfeel met lang-kort

C

Een naam voor syncope in de jazz van de ragtime

D

Een maatwisseling in de jazz

Ragged time verwijst naar de syncopen van ragtime en vroege jazz. Wie swingfeel kiest, verwart syncope met de verdeling binnen de tel.

Wat is een break?

Goed: de begeleiding stopt even, zodat het kort stil is. Verwachte fout: een extra drumfiguur beschrijven. Dat is een fill.

Wat is een maatwisseling?

A

De maataanduiding verandert van 3/4 naar 4/4

B

Het tempo wordt sneller

C

De dynamiek wordt harder

D

De opmaat valt weg

Een maatwisseling is een verandering van maataanduiding. Tempo en dynamiek zijn andere aspecten.

Een maat heeft de aanduiding 6/8. Wat is de teleenheid?

A

De kwartnoot

B

De zestiende noot

C

De halve noot

D

De achtste noot

Het onderste cijfer 8 geeft de achtste noot als teleenheid. Wie de kwartnoot kiest, kijkt naar de gebruikelijkere 4/4 maat.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

GOED GEDAAN!

Je kunt nu kleine notenwaarden rekenen, antimetrische figuren, hemiool en polyritmiek herkennen en groove, maat en tactus analyseren. Luister bij je volgende nummer: waar valt de snaredrum, en voel je de puls?

This item has no instructions