D1BTh7 B4 Bevruchting

D1BTh8 B4
Bevruchting
1 / 45
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

D1BTh8 B4
Bevruchting

Slide 1 - Slide

Dit ga je leren 

- Je kunt uitleggen hoe bevruchting bij zaadplanten verloopt

- Je kunt uitleggen hoe een vrucht met zaden ontstaat

- Je weet waaruit een zaad bestaat en kent de functie


Slide 2 - Slide

Lezen en opdrachten maken


Handboek: Lezen blz. 66 en 67

Werkboek: Maak opdracht 14 t/m 17



Slide 3 - Slide

Praktijk: De docent maakt 2-tallen.  




Peul of sperzieboon

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Link

vrouwelijke geslachtsorgaan
Afbeeldingsresultaat voor vruchtbeginsel
Herhaling

Slide 7 - Slide

 Bevruchting
Voor bevruchting is eerst bestuiving nodig.

Bestuiving: 
Er ligt een stuifmeelkorrel van dezelfde plantensoort op de stempel. 


Uit elke stuifmeelkorrel groeit een stuifmeelbuis (pollenbuis) met kern door de stijl naar het vruchtbeginsel. Hier zie je één stuifmeelbuis.


In het vruchtbeginsel kan de bevruchting plaatsvinden.

Bestuiving: Stuifmeelkorrel ligt op de stamper (de stempel).
Het is een stuifmeelkorrel van een zelfde plantensoort.
1
Kern bevindt zich in de top van de stuifmeelbuis
2
Stuifmeelbuis met kern op weg naar één zaadbeginsel
Zaadbeginsels liggen in het vruchtbeginsel
3
In elk zaadbeginsel bevindt zich een eicel.
De stuifmeelbuis met kern is bijna aangekomen bij één zaadbeginsel.  
Na bestuiving kunnen er meerdere stuifmeelbuizen richting het vruchtbeginsel groeien.
4
Leren

Slide 8 - Slide

Bevruchting
De buis gaat door de stijl naar een zaadbeginsel. Als de buis daar aankomt knapt de top open zodat de kern de eicel kan binnendringen. 

Bevruchting:
De kern van de mannelijke geslachtscel smelt samen met de kern van de vrouwelijke geslachtscel. Er is een cel die bevrucht is.

De bevruchte eicel noem je een zygote.
Pollenbuis met kern (mannelijke geslachtscel) groeit door de stijl naar een zaadbeginsel met daarin een eicel (vrouwelijke geslachtscel).
1
Opening in de zaadhuid met vlakbij de eicel (vrouwelijke geslachtscel) met daarin een kern. De top van de stuifmeelbuis knapt open. De kern van de stuifmeelkorrel dringt de eicel binnen en smelt samen met de eicel. Dat is bevruchting. Er is nu een bevruchte eicel ontstaan. Deze noem je een zygote.
1

Slide 9 - Slide

Zaadbeginsel
In het zaadbeginsel bevindt zich de eicel (vrouwelijke geslachtscel). 
De eicel ligt vlakbij de opening in de zaadhuid. 

Na de bevruchting groeit het zaadbeginsel uit tot een zaad 
en de bevruchte eicel tot een kiem.
Eicel met kern, ligt vlakbij de opening in de zaadhuid
1
Opening in de zaadhuid met vlakbij de eicel (vrouwelijke geslachtscel) met daarin een kern.
1
De zaadhuid zit om het zaad en bestaat uit een paar vliesjes
2
Het binnenste deel van het zaadbeginsel: 1 of 2 zaadlobben. 
De zaadlobben bevatten zetmeel, dat is reservevoedsel voor het jonge plantje. Het wordt gebruikt door de kiem tijdens het kiemen.

3
Steeltje van het zaadbeginsel, het zit vast aan het vruchtbeginsel.

4
Eicel met kern, vlakbij de opening
5
Eicel met kern, ligt vlakbij de opening in de zaadhuid
5
Leren

Slide 10 - Slide

Leerdoel



Je kunt uitleggen hoe bevruchting plaatsvindt.

Slide 11 - Slide

Zaad en vrucht
Wat is het zaad?
Wat is de vrucht?

Zaad
1
Vrucht
2
Leren

Slide 12 - Slide

Appel, wat is nu wat?
Wat is het zaad van het peultje en wat is het vruchtvlees?
Steeltje
1
Vruchtvlees
2
Klokhuis met daarin het zaad.
Uit een zaad kan een nieuwe appelboom groeien als dat zaadje gepoot wordt. De kiem (het begin van het jonge plantje) zit in het zaad.
3
Kroontje met verwelkte blaadjes
4
Leren

Slide 13 - Slide

Benoemen
dit is het ....
vruchtbeginsel
1
dit is de ....
stijl
2
dit is de ....
stempel
3
dit zijn de ....
Kroonbladeren
4
dit is de ....
bloemsteel met daarboven de bloembodem
5
Na de bestuiving gaat door nr. 2
de pollenbuis met de kern van de stuifmeelkorrel
In nr. 1 ....
zitten de zaadbeginsels met daarin de eicellen
Het zaad ontwikkelt zich
Nadat de eicel en de kern van de stuifmeelkorrel zijn samengesmolten.
in het zaadbeginsel

Leren

Slide 14 - Slide

Van bevruchte eicel tot kiemplantje
In het zaadbeginsel ligt de bevruchte eicel (de eicel is samengesmolten met de kern van de stuifmeelkorrel). Direct na de bevruchting beginnen de eicel en het zaadbeginsel te groeien.
Uit het zaadbeginsel ontstaat een zaad en uit de bevruchte eicel ontstaat een kiem
Een zaad is bedekt met een zaadhuid en bevat één of twee zaadlobben. De zaadlobben bevatten zetmeel als reservevoedsel. Ze leveren energie aan de kiem voor het kiemen. Kieming - kiemen betekent dat de kiem uitgroeit tot een kiemplantje. 

Als een bloem bestoven wordt, groeien er één of meer stuifmeelbuizen met de kern van een stuifmeelkorrel door de stijl naar verschillende zaadbeginsels. In elk zaadbeginsel kan een eicel bevrucht worden en daaruit kan dan een zaad ontstaan. In een vruchtbeginsel kunnen meerdere zaden ontstaan. Als een eicel niet bevrucht wordt, ontstaat er geen zaad.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

dit is een
Een boon, een zaad.
Uit het zaadbeginsel is dit zaad ontstaan.
1
dit 'donkere plekje' noem je ...
Het poortje
Hierdoor vond de bevruchting plaats
2
2 zaadlobben. Een zaad kan ook 1 zaadlob bevatten.
Bevatten zetmeel, het reservevoedsel.
Bij de kieming van het zaad, groeit de kiem uit tot een kiemplantje.
Het zetmeel levert daarvoor de energie.
3
buitenste laag
Zaadhuid
Beschermt het binnenste deel van het zaad
4
Navel
Hier zat de boon vast in de peulvrucht
5
Zaadlob met de kiem
6
De kiem
Deze ontstaat uit de bevruchte eicel
7
BOON: Leer de onderdelen en de functies.
Leren

Slide 17 - Slide

Leerdoel


Je kunt uitleggen hoe de bevruchte eicel zich ontwikkelt tot een kiemplantje.

Je kent de onderdelen en de functies van een boon.

Slide 18 - Slide

Het vruchtbeginsel
is een onderdeel van
A
De helmknop
B
De stamper
C
De stempel
D
De helmdraad

Slide 19 - Quiz

Het zaadbeginsel bevat eiwit dat als reservevoedsel wordt gebruikt
A
waar
B
nietwaar

Slide 20 - Quiz

de zaadhuid heeft een opening

A
waar
B
nietwaar

Slide 21 - Quiz

De stuifmeelbuis (pollenbuis)
groeit van ..... naar
(juiste volgorde)
A
stempel, stijl, zaadbeginsel
B
stijl, stempel, zaadbeginsel
C
vruchtbeginsel, stempel, stijl
D
zaadbeginsel, stempel, stijl

Slide 22 - Quiz

Wat ontstaat er
uit een bevruchte eicel
A
een kiem
B
een zaad
C
een eicel
D
een stuifmeelkorrel

Slide 23 - Quiz

Wat ontstaat er
uit een zaadbeginsel na bevruchting?
A
een kiem
B
een zaad
C
een stuifmeelkorrel
D
een eicel

Slide 24 - Quiz

Hoeveel zaadbeginsels zie je?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 25 - Quiz

Hoeveel vruchtbeginsels
zie je?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 26 - Quiz

Hoe vaak is
de appel bevrucht?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 27 - Quiz

Hoeveel eicellen zijn er op de stempel terechtgekomen?
A
0
B
1
C
2
D
3

Slide 28 - Quiz

Stel: de eicel in een zaadbeginsel wordt niet bevrucht

Hoeveel zaadbeginsels kunnen er dan uitgroeien tot zaad?
A
0
B
1
C
2
D
dat ligt eraan hoeveel zaadbeginsels er zijn

Slide 29 - Quiz

Is er 1 stuifmeelbuis of zijn er ...... stuifmeelbuizen 'actief' geweest?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 30 - Quiz

Nr. 3
Dit zijn de
A
zaadhuiden
B
navels
C
bonen
D
zaadlobben

Slide 31 - Quiz

Nr. 4
Dit is de
A
zaadhuid
B
navel
C
boon
D
zaadlob

Slide 32 - Quiz

Nr. 5
Dit is de
A
zaadhuid
B
navel
C
boon
D
zaadlob

Slide 33 - Quiz

Nr. 7
Dit is de
A
zaadhuid
B
navel
C
kiem
D
zaadlob

Slide 34 - Quiz


De zaadlobben bevatten
A
zetmeel voor de groei van de plant boven de grond
B
zetmeel voor de zaadhuid
C
zetmeel voor het kiemen
D
zetmeel voor de bevruchting

Slide 35 - Quiz

Lezen handboek en Opdrachten maken

Huiswerk:

Lees van het handboek : blz.    68 en 69
Maak in het werkboek van blz. 71 en 72:    opdracht 14 t/m 17

Slide 36 - Slide

Bestuiving en Bevruchting

Je kunt uitleggen wat de volgende begrippen met elkaar te maken hebben:

meeldraad, helmdraad, helmknop, helmhok, stuifmeelkorrels, bestuiving, pollenbuis, mannelijke geslachtscellen, kern, stamper, stempel, stijl, vruchtbeginsel, zaadbeginsel, eicel, zaadhuid, zaad, kern, bevruchting, zygote, delen van cellen.

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Video

Herhaling:

Wat is waar?

(1 of meer antw. goed)
A
a) stijl c) zaadbeginsel
B
b) stempel kleine afbeelding is een zaadcel
C
c) stijl kleine afbeelding is een eicel
D
a) stempel kleine afbeelding is een zaadbeginsel met eicel

Slide 39 - Quiz

Herhaling:
Het vruchtbeginsel is een onderdeel van het vrouwelijk geslachtsorgaan van een plant
A
waar
B
nietwaar

Slide 40 - Quiz

Herhaling:
In het vruchtbeginsel zitten
A
stuifmeelkorrels
B
stempels
C
zaadbeginsels
D
helmhokjes

Slide 41 - Quiz

Herhaling
In elk zaadbeginsel zit een
A
eicel
B
zaadcel
C
stuifmeelkorrel
D
kern van een zaadcel

Slide 42 - Quiz

Herhaling:
In elk zaadbeginsel zit een zaad
A
waar
B
nietwaar

Slide 43 - Quiz

Herhaling:

de zaadhuid is een vliesje
A
waar
B
nietwaar

Slide 44 - Quiz

Slide 45 - Link