Les 4 - beperkingen en kleurencode

1 / 39
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Kleinhuishouding en beperkingen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 4 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Terugblikken op de vorige les en afspraken maken.
  • Herhaling van de lesstof vorige week.
  • Opdrachten uitvoeren.
  • Kleurcodes en betekenissen doornemen.
  • Opdracht kleurcodes.
  • Afsluiting van de les. 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Denken Duo Delen
Wat weet je over beperkingen en kleurencode?
  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!

  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen

  1. Na de les kan ik de gevaren in het verkeer herkennen voor minder validen mensen. 
  2. Na de les kan ik uitleggen met welke kleur emmer en doek je werkt bij de verschillende schoonmaaktaken.

Slide 7 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Wat weet je nog handicap en beperkingen?

Slide 8 - Mind map

This item has no instructions

Wat weet je nog handicap en beperkingen?

Slide 9 - Mind map

This item has no instructions

Wat is er in het verkeer of openbare weg gemaakt voor mensen met een zintuigelijke beperking?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Beperkingen en handicap

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Wat betekend handicap?
Een handicap betekent dat je iets moeilijker kunt doen omdat je lichaam of je hoofd anders werkt.
➡ Soms kun je iets helemaal niet,
➡ soms kun je het een beetje, maar met extra hulp.

Voorbeelden:
Iemand die niet kan zien (ogen) → heeft een visuele handicap
Iemand die niet kan horen (oren)→ heeft een gehoorhandicap
Iemand die niet goed kan lopen (bewegen)→ gebruikt een rolstoel
Iemand die moeite heeft met leren of onthouden (hersenen)→ heeft een verstandelijke handicap

Slide 12 - Slide

Tussendoor vragen:
- Wie weet nog een voorbeeld?
- Waarvoor zou je hulp nodig hebben?

Verstandelijke beperking
Een verstandelijke beperking betekent dat je dingen langzamer leert en meer hulp nodig hebt.

Voorbeelden:
  • Iemand met Syndroom van Down
  • Iemand die moeite heeft met lezen, rekenen of onthouden
  • Iemand die langzamer nieuwe dingen leert



Syndroom van down

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Ernstig meervoudige beperking (EMB)
Bij een ernstig meervoudige beperking kun je je lichaam én je hoofd niet goed gebruiken en heb je altijd hulp nodig.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

De vijf zintuigen
  1. Zien
  2. Horen
  3. Voelen
  4. Proeven
  5. Ruiken 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Zintuigelijke beperking
  •  Bij een zintuiglijke beperking werken je ogen, oren of andere zintuigen niet goed.

Voorbeelden: 
Blind → je ziet niks
Slechtziend → je ziet een beetje, maar niet goed
Doof → je hoort niks
Slechthorend → je hoort een beetje, maar niet goed

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Maak een PowerPoint met daarin de dia's;
  • Gevaarlijke situaties voor blinde mensen
  • Veilige situaties voor blinde mensen 
  • Wat is er voor blinde mensen bij bus/tramhaltes gemaakt?
  • Gevaarlijke situaties voor mensen in een rolstoel
  • Veilige situaties voor mensen in een rolstoel
  • Bereikbaarheid van winkels voor mensen in een rolstoel

timer
20:00

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Nabespreken
Klaar?
Verstuur je PowerPoint naar de docent via de mail, zodat je hierop feedback kunt krijgen.

E-mailadres:
timer
20:00

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Slide 21 - Video

This item has no instructions

Slide 22 - Video

This item has no instructions

Aan de slag
Stap 1. Bekijk samen het filmpje
Kijk goed hoe je de schoonmaaktaak moet doen.

Stap 2. Spreek af wie wat doet
- Persoon A: gaat schoonmaken.
- Persoon B: kijkt mee en vult de evaluatie in.

Stap 3. Uitvoeren
Persoon A voert de taak uit stap voor stap, Persoon B observeert.

Stap 4. Wisselen
Nu doet Persoon B de schoonmaaktaak en Persoon A kijkt mee en vult in.

Stap 5. Klaar?
Bespreek samen hoe het ging en lever de evaluatie in.
timer
20:00

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Verdeling:
Groep 1 Tafel dekken
Groep 2 Oefenen stof afnemen en plumeau: 
Groep 3 Koelkast schoonmaken: 
Groep 4 Keuken schoonmaken:
Groep 5 tafel dekken: 

timer
20:00

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Hoe zijn de praktijkopdrachten uitgevoerd?
  • Welk taak heb je gedaan?
  • Wat ging er goed?
  • Wat ging er minder goed?
  • Wat zou je de volgende keer anders doen?
timer
20:00

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Kleurencodering

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Wat is kleurencodering?

Kleurencodering betekent dat we kleuren gebruiken voor speciale taken of plekken.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Waarom is kleurencodering belangrijk?
Kleurencodering zorgt voor hygiëne en voorkomt kruisbesmetting van bacteriën en vuil.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Voordelen van kleurencodering
1.  Zorgt ervoor dat er minder verspreiding van bacteriën is. 
2. Het werkt sneller en beter. 
3. Zorgt voor minder verwarring en fouten.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Kleurcodes en betekenissen
Rood: Het vuile werk bij sanitairreiniging
Blauw: Het minder vuile werk bij sanitairreiniging
Groen: Het minder vuile werk bij interieurreiniging 
Geel: Het vuile werk bij interieurreiniging
Zwart: Ramen zemen

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Maak de opdracht op je werkblad:

- Knip de schoonmaakplekken van je werkblad uit.
- Plak ze op de goede kleur emmer.

timer
20:00

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Opdracht nabespreken
Klassikaal bespreken we de antwoorden en corrigeren we het werkblad in de juiste volgorde.



Klaar? Bewaar dit werkblad goed en plaats het in je JDW-map.
timer
20:00

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Vandaag heb ik geleerd:

Slide 33 - Mind map

This item has no instructions

Denken Duo Delen
Wat weet je nu over beperkingen en kleurcode?
  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!

  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Na de les kan ik de gevaren in het verkeer herkennen voor minder validen mensen. 
  2. Na de les kan ik uitleggen met welke kleur emmer en doek je werkt bij de verschillende schoonmaaktaken

Slide 35 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Kennispiramide:
  1. Pak je map erbij en ga naar je kennispiramide.
  2. Wat heb je vandaag geleerd?
  3. Vul dit in op je kennispiramide.
  4. Doe de kennispiramide in je JDW map en zorg dat je deze elke les bij je hebt!

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Wat vond je van de afgelopen les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 37 - Poll

This item has no instructions

Welk cijfer zou je jezelf geven voor aandacht tijdens deze les?
010

Slide 38 - Poll

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions