6.1 Genotype en Fenotype

Welkom 2.5

Werkboek en laptop op de hoek van de tafel
Pak je schrift en pen en 
schrijf het lesdoel in jouw schrift bovenaan de pagina.

timer
3:00
6.1 Genotype en fenotype
Ik kan omschrijven wat een genotype, een fenotype zijn. 
Ik benoemen dat alle cellen van je lichaam dezelfde erfelijke informatie bevatten.
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom 2.5

Werkboek en laptop op de hoek van de tafel
Pak je schrift en pen en 
schrijf het lesdoel in jouw schrift bovenaan de pagina.

timer
3:00
6.1 Genotype en fenotype
Ik kan omschrijven wat een genotype, een fenotype zijn. 
Ik benoemen dat alle cellen van je lichaam dezelfde erfelijke informatie bevatten.

Slide 1 - Slide

Welkom 2.6

Werkboek en laptop op de hoek van de tafel
Pak je schrift en pen en 
schrijf het lesdoel in jouw schrift bovenaan de pagina.

timer
3:00
6.1 Genotype en fenotype
Ik kan omschrijven wat een genotype, een fenotype zijn. 
Ik kan uitleggen dat cellen alleen erfelijke informatie gebruiken die ze nodig hebben. 

Slide 2 - Slide

Materiaal op orde?
Huiswerk gemaakt?

Drie kruisjes = lesuur terugkomen 

Slide 3 - Slide

Je gedraagt je!
  1. We begroeten elkaar bij de deur
  2. Je  zit klaar voor de les -> werkboek, laptop, oortjes uit jouw oren deze gebruik je alleen tijdens de zelfstandige verwerking.
  3. Je doet actief mee aan de les -> je luistert naar de instructie, je luistert naar elkaar, maakt de opdrachten op een serieuze manier. Dit doe je samenwerkend of zelfstandig. 
  4. Je hebt alleen applicaties openstaan die voor de les relevant zijn -> Muziek luisteren tijdens het zelfstandig verwerken   mag -> Spotify of Soundcloud. 
  5. Je bent respectvol naar jouw klasgenoten -> je blijft van elkaar af, je bent aardig naar elkaar. Als je niet aardigs weet te zeggen, zeg je niets. 
  6. Je gaat in de pauze of tijdens de leswisselingen naar het toilet -> Dus tijdens de les is een toiletbezoek niet mogelijk.
  7. Eten en drinken doen we in de pauze -> Dus tijdens de les wordt er niets gegeten of gedronken. Ook geen kauwgom. 

Slide 4 - Slide

Wanneer het lastig is om je te gedragen.....
  1. Storend gedrag:  waarschuwing, naam opschrijven, toch doorgaan? Volgende dag om 8.00 uur melden.
  2. Andere applicaties open staan dan relevant voor de les, bijvoorbeeld gamen of Youtube? Volgende dag om 8.00 uur melden.
  3. Telefoon? Inleveren 
  4. Kauwgom? Na schooltijd kauwgom krabben. 

Ouders worden geïnformeerd

Slide 5 - Slide

Lesdoelen 2.5
Ik kan omschrijven wat een genotype, een fenotype zijn.

Ik benoemen dat alle cellen van je lichaam dezelfde erfelijke informatie bevatten.

Slide 6 - Slide

Lesdoelen 2.6
Ik kan omschrijven wat een genotype, een fenotype zijn.

Ik kan uitleggen dat cellen alleen erfelijke informatie gebruiken die ze nodig hebben. 

Slide 7 - Slide

Agenda
1. Samen lezen en aantekeningen maken in het schrift.
2. Opdrachten maken in het schrift. 
3. (Nakijken)
4. Afsluiting van de les

Slide 8 - Slide

Lichaamscellen
Lichaamscellen: de cellen waaruit je lichaam is opgebouwd. 

Elke celkern bevat 46 chromosomen. 

Slide 9 - Slide

Chromosoom en DNA
Chromosoom: lange keten van DNA en eiwit in de celkern. 

DNA: stof waarin informatie voor de erfelijke eigenschappen liggen opgeslagen. 

Slide 10 - Slide

Al je lichaamscellen zijn ontstaan uit één enkele, bevruchte eicel. Door celdeling ontstaan nieuwe cellen uit de bevruchte eicel. Bij elke celdeling worden de chromosomen gekopieerd. Elke dochtercel krijgt een complete set chromosomen. Daardoor bevat elke celkern van elke lichaamscel dezelfde erfelijke informatie. Deze informatie erf je van je ouders (de helft van je moeder, de helft van je vader).

Slide 11 - Slide

Gen: stukjes DNA die samen de informatie bevatten voor een erfelijke eigenschap. 

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Schrijf in het schrift: 
genotype: de informatie voor alle erfelijke eigenschappen van een organisme; alle genen in een celkern samen. Het genotype van een organisme wordt bepaald op het moment van bevruchting. 

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Schrijf in het schrift:
fenotype: alle eigenschappen van een organisme. Het fenotype komt tot stand door het genotype en door invloeden uit het milieu.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Link

Wat moet je doen? 
2.5
Je moet maken:
  • Opdracht 1 t/m 4 en Opdracht 6 t/m 8 in het werkboek.
Klaar?
Test jezelf van 6.1
Flitskaarten 6.1 
timer
12:00
Gedrag:
Je werkt zelstandig aan de opdrachten. 

Je leest terug in de tekst om de antwoorden op de vraag te vinden. 

Slide 19 - Slide

Wat moet je doen? 
2.6
Je moet maken:
  • Opdracht 1 t/m 4 in het werkboek.
  • Opdracht 7 & 8 in het schrift. 

Klaar?
Test jezelf van 6.1
Flitskaarten 6.1 
timer
10:00
Gedrag:
Je werkt zelstandig aan de opdrachten. 

Je leest terug in de tekst om de antwoorden op de vraag te vinden. 

Slide 20 - Slide

Lesafsluiting 2.5
Wat hebben we vandaag geleerd?
Ik kan omschrijven wat een genotype, een fenotype zijn.

Ik benoemen dat alle cellen van je lichaam dezelfde erfelijke informatie bevatten.

Leg in je eigen woorden uit wat het verschil is tussen een genotype en een fenotype. Gebruik daarbij een concreet voorbeeld om je uitleg te verduidelijken.

Slide 21 - Slide

Lesafsluiting 2.6
Wat hebben we vandaag geleerd?

Ik kan omschrijven wat een genotype, een fenotype zijn.

Ik kan uitleggen dat cellen alleen erfelijke informatie gebruiken die ze nodig hebben. 
Leg in je eigen woorden uit wat het verschil is tussen een genotype en een fenotype. Gebruik daarbij een concreet voorbeeld om je uitleg te verduidelijken.

Slide 22 - Slide